XIV SERIE B: HET BEEST UIT DE ZEE - COMMENTAAR (3)
Oorsprong en aard: profetisch perspectief - historische achtergrond
(13.1-10)
In de visioenen van Johannes is draak steeds de drijvende kracht achter alle vervolging. In de eerste fase van de strijd tegen God en zijn volk heeft hij daarbij gebruik gemaakt van het keizerlijke Rome. Daaraan is nu met het Edict van Milaan (313) een einde gekomen. Voor de gelovigen werd daarmee een periode afgesloten - en in feite ook voor ons. Maar bij het beest uit de zee ligt dat anders.
HET BEEST UIT DE ZEE
Actief tot aan de wederkomst
Bij de verkenning van serie B werd al duidelijk dat het beest uit de zee niet alleen de vervolgende macht is tijdens de 2e fase. Het beest is en blijft óók actief tijdens de 3e en 4e fase, dus tot aan de wederkomst.[1] Dit impliceert dat het dus ook in onze dagen nog steeds een rol speelt in ‘de grote strijd’ tussen goed en kwaad. Dit gegeven maakt het van het allergrootste belang dat we bij het identificeren van dit zeemonster zéér zorgvuldig te werk gaan. Het zou immers een grote en uiterst tragische vergissing zijn om ‘iets of iemand’, een macht, organisatie of instituut onterecht aan te wijzen als ‘het beest uit de zee’. Daarom gaan we bij onze zoektocht naar de ware identiteit van het beest in eerste instantie te rade bij de Schrift, te beginnen bij de profeet Daniël en vervolgens terug naar Johannes. Beide profeten spreken tot ons in symbolische taal en geven ons dus een ‘symbolische werkelijkheid’. Daarom zullen we daarna geschiedkundige bronnen moeten raadplegen om de ‘historische werkelijkheid’ te achterhalen, om vast te stellen wie of wat het beest uit de zee in werkelijkheid is.
Een profetisch-historisch perspectief
Wie naar de grote gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis kijkt, zou de indruk kunnen krijgen dat
het komen en gaan van wereldrijken afhankelijk is van de wil en wens van de mens. Maar hoe belangrijk de rol van menselijke ambities en belangen bij dit alles ook mag zijn, in Gods Woord zien we dat Hij uiteindelijk de regie in handen heeft. Enkele eeuwen voordat Johannes zijn visioenen ontvangt, had God ook de profeet Daniël al inzicht gegeven in de ervaringen die Gods volk te midden van ‘het gewoel der wereld’ te wachten stonden. Daardoor kunnen we het beest uit de zee niet alleen bestuderen vanuit het perspectief van de Openbaring, maar ook vanuit de visioenen uit het boek Daniël.
a) Daniël 2: Vier wereldrijken gevolgd door het Koninkrijk van God
De tijd waarin de profeet Daniël leefde (rond 600 voor Chr.) was een absoluut dieptepunt in de geschiedenis van de grote strijd tussen goed en kwaad. Gods volk was Hem eeuwenlang ontrouw geweest en uiteindelijk door vijandelijke machten in ballingschap gevoerd - eerst de tien stammen door de Assyriërs en later de twee stammen door de Babyloniërs. Ook Daniël bevond zich nu in ballingschap. Maar omdat hij van koninklijke bloede was, verkeerde hij in een bevoorrechte positie, aan het hof van Nebukadnessar, de koning van Babel. In de situatie die was ontstaan, leek het wel alsof het kwaad voorgoed had overwonnen. Maar in ‘de grote strijd’ tussen goed en kwaad is God is niet te verslaan. Om dat besef goed tot iedereen te laten doordringen, had God een rol voor koning Nebukadnessar weggelegd. Op een nacht kon de koning de slaap niet vatten en was hij in gedachten bezig met vragen over de toekomst. Voor God was dat blijkbaar hét moment om de koning daarop een antwoord te geven door middel van een bijzondere droom.[2] Nebukadnessar begreep niet wat het beeld uit zijn droom moest voorstellen, en hij raakte er erg door van streek.[3] Maar God gaf Daniël de uitleg van dit visioen.
Vier wereldrijken. De koning zag in zijn droom een enorm groot en schrikwekkend beeld in de gedaante van een mens. Dit is de uitleg die Daniël aan de koning geeft. Elk lichaamsdeel staat symbool voor een koninkrijk. Het hoofd van goud is het Babylonische rijk, dat van Nebukadnessar zelf.[4] Uit het vervolg van het boek Daniël weten we welke de rijken van zilver en brons zijn: het Medo-Perzische rijk en het Griekse rijk (van Alexander de Grote).[5] Het rijk, gesymboliseerd door de ijzeren benen, wordt in Daniël nergens met name genoemd. Maar geschiedkundige bronnen laten daarover geen enkele twijfel bestaan. De benen en voeten stellen het Romeinse rijk voor.
Het Koninkrijk van God. We merken bij de verdere uitleg van de droom het volgende op. De ijzeren benen van het beeld gaan bij de voeten over in een mengsel van ijzer en leem. Dat laatste suggereert hoe wankel de basis is van aardse rijken. Maar hun lot wordt bepaald een steen die losraakte “zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam.” Deze treft het beeld aan de voeten en verbrijzelt het. De steen zelf neemt steeds verder in omvang toe, totdat het een hoge berg wordt die de hele aarde bedekt. Over de uitleg van de voeten en de steen die een berg werd, hoeft geen onzekerheid te bestaan. Daniël geeft de koning de volgende verklaring. De ijzeren benen symboliseren de hardheid van het Romeinse rijk, dat alles verbrijzelde en vermorzelde. Daarentegen bestaan de voeten uit een mengsel van ijzer en leem. Dit onsamenhangende mengsel betekent dat het ijzeren Romeinse rijk verdeeld en verzwakt is geraakt. Het zal voortaan “voor een deel sterk zal zijn, voor een deel broos”. Alle pogingen om de vroegere eenheid en kracht weer te herstellen, zijn tot mislukking gedoemd. In dit tijdperk van het verdeeld geraakte Romeinse rijk, gaat de grootste gebeurtenis aller tijden plaatsvinden: de tijd voor de komst van Gods koninkrijk is aangebroken.
Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan - precies zoals u zag dat er een steen van de berg losraakte zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, en het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning laten weten wat er in de toekomst te gebeuren staat. De droom is waar, en de uitleg betrouwbaar.[6]
Daniël 2 en het beest uit de zee
Het beest uit de zee komt weliswaar in Daniël 2 niet direct ter sprake, maar toch levert de droom van de koning indirect een bijdrage aan het mettertijd vaststellen van de identiteit van dit beest. Dit zal hierna, in combinatie met Daniël 7 en Openbaring 13, nader aan de orde komen.
b) Daniël 7: Vier wereldrijken gevolgd door het Koninkrijk van God
Enige tijd na de droom van Nebukadnessar krijgt Daniël zelf een visioen. Het verslag daarvan vinden we in hoofdstuk zeven. Was de koning door zijn droom verontrust geraakt, Daniël was naar eigen zeggen door zijn visioen ten zéérste ontdaan: “Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring.”[7] Net als de koning, vraagt zich ook hij zich af wat zijn visioen te betekenen heeft. En ook hij krijgt de uitleg.
Vier wereldrijken. Daniël ziet een grote woelige zee waaruit vier bijzondere dieren opstijgen. Het eerste lijkt op een leeuw, het tweede op een beer en het derde op een panter. Maar vooral het vierde dier jaagt hem de schrik op het lijf. Het was “angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens.” Maar er is nog iets bijzonders met dit vierde dier aan de hand. “Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.”[8] Nadat deze kleine horen zijn ware aard en activiteiten heeft gemanifesteerd, wordt van Hogerhand ingegrepen. Aan de kleine horen én de vier dieren wordt hun heerschappij ontnomen en ze komen aan hun einde in een zee van vuur.[9]
Het koninkrijk van God. Dan ziet Daniël “dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.” Aangezien Daniël nog steeds over dit visioen in verwarring verkeert, doet hij verder navraag en krijgt dan dit antwoord: “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.”[10]
Parallel tussen Daniël 2 en Daniël 7. Het kan de opmerkzame lezer niet ontgaan dat er een duidelijke parallel bestaat tussen deze twee hoofdstukken.[11] Beide demonstreren de tijdelijkheid en vergankelijkheid van aardse koninkrijken. Niet zij die de macht zoeken of toebedeeld krijgen, bepalen de loop van de geschiedenis. Alle menselijke ambities ten spijt, uiteindelijk is het God die op onverstoorbare wijze sturing geeft aan ‘de vaart der volkeren’ en daarbij toewerkt naar ‘het herstel van alle dingen’, de komst van zijn koninkrijk. Terwijl in Daniël 2 het accent ligt op de loop der geschiedenis - aardse rijken die uiteindelijk plaats moeten maken voor Gods koninkrijk - zullen we zien dat in Daniël 7 de aandacht vooral uitgaat naar de aard en activiteiten van de kleine horen.
De kleine horen en het beest uit de zee: gemeenschappelijke kenmerken
Zowel in Daniël 7 als in Openbaring 13 is er sprake van een macht die het volk van God in grote benauwdheid brengt: respectievelijk de kleine horen en het beest uit de zee. Als we van deze twee machten een zorgvuldige vergelijking maken, constateren we een reeks opvallende overeenkomsten.
1) Grootspraak. Van de kleine horen wordt tot wel drie keer toe vermeld dat grootspraak een van zijn kenmerken is (Dan.7.8,20,25). Ook van het beest wordt nadrukkelijk vermeld dat het zich onderscheidt door grootspraak en Godslastering (Openb.13.1,5,6).
2) Opstand tegen God. De kleine horen verzet zich tegen de Vorst van het hemelse leger (Dan.8.10-11)[12]. Ook het beesten verzet zich tegen Gods autoriteit: het laat zich aanbidden (Openb.13.4,12), terwijl aanbidding alleen God toekomt (Openb.14.7).
3) Strijd tegen ‘de heiligen’. In Daniël duurt deze strijd van de kleine horen “een tijd, tijden en een halve tijd” (7.25). Ook in Openbaring duurt de strijd tegen de heiligen “een tijd, tijden en een halve tijd” (12.14). Dezelfde periode wordt ook aangeduid als 1260 dagen (12.6) en 42 maanden (13.5).
4) De ‘heiligen’ worden overwonnen en aan de vijand overgeleverd. In beide gevallen moeten de heiligen het onderspit delven. Wat de kleine horen betreft, blijkt dit uit Daniël 7.21 en in het geval van het beest lezen we dat in Openbaring 13.7.
5) Verandert Gods wet. De kleine horen is er op uit de wet te veranderen (Dan.7.25). Dit is ook wat het beest in Openbaring beoogt. Dat kunnen we concluderen uit de tegenstelling tussen de gelovigen en de aanbidders van het beest. Het specifieke kenmerk van de gelovigen is dat zij de “geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben” (12.17). Het beest daarentegen heeft zijn eigen merkteken. Ieder die hem volgt en aanbidt, ontvangt dit teken op zijn voorhoofd of rechterhand (13.16). Deze valse aanbidding is dus een overtreding van het eerste en tweede gebod van de Decaloog.[13] Dus zowel in Daniël als in Openbaring staat Gods wet onder druk.
6) Gods waarheid ter aarde geworpen. Van de kleine horen wordt gezegd “hij wierp de waarheid ter aarde” (Dan. 8.12). Het beest is er ook de oorzaak van dat Gods waarheid aan alle kanten met voeten wordt getreden. Want de aanbidding die het beest opeist, gaat rechtstreeks in tegen de Bijbelse waarheid dat alleen God waardig is om te worden aanbeden. God waarschuwt dan ook de aanbidders van het beest en zijn beeld dat zijn oordeel over hen aanstaande is (Openb.14.6-7).
7) Het oordeel over beide machten. Nadat in Daniël de vier dieren hun rol in de wereldgeschiedenis hebben vervuld, komt er een einde aan hun heerschappij (7.11,12). Na een zitting van de hemelse rechtbank (7.10,26) komen zij én de kleine horen om in een zee van vuur (7.11). Ook voor het beest uit de zee breekt uiteindelijk het uur van Gods oordeel aan (Openb.14.7). Dan zal het worden veroordeeld tot de poel van vuur en zwavel (Openb.19.20; 20.10).
8) Het Koninkrijk van God: einde van de kleine horen. We constateren ten slotte dat gelijk na het oordeel het Koninkrijk van de Allerhoogste wordt opgericht. Zowel de kleine horen als het beest zijn er dan niet meer. Het koninkrijk van God zal voor altijd blijven bestaan. Er zal nooit meer een ander wereldrijk op volgen (Dan.2.44, 7.14,27;
Openb.11.15; 22.5).
--------------------------------------------------------------------------
KENMERKEN VAN DE KLEINE HOREN
Daniël 7
--------------------------------------------------------------------------
Grootspraak tegen de hoogste God
Opstand tegen God
Strijdt tegen/overwint de heiligen
Heiligen overgeleverd voor 3½ jaar (= 42 mnd)
Verandert… de wet
Wierp de waarheid ter aarde
Gerechtshof houdt zitting
Kleine horen geheel vernietigd
Aanvang heerschappij van de Mensenzoon
***
GODS RIJK
Mensenzoon ontvangt het koningschap
De heiligen ontvangen wereldheerschappij
“tot in de eeuwen der eeuwen”
----------------------------------------------------------------------
--------------------------------------------------------------------------
KENMERKEN VAN HET BEEST UIT DE ZEE
Openbaring 13
--------------------------------------------------------------------------
Grootspraak en Godslasterlijke namen
Opstand tegen God: beest laat zich aanbidden
Strijdt tegen/overwint de heiligen
Heiligen aan het beest overgeleverd voor 42 mnd
Verandert de wet (eigen merkteken i.p.v. Gods geboden)
De waarheid verworpen: afvalligheid/geestelijke hoererij
Het uur is gekomen dat God zijn oordeel zal vellen
‘Babylon’ geheel verwoest
“Ik kom… om te vergelden”
***
GODS RIJK
“Nu begint de heerschappij van onze Heer…
… en van zijn Messias”
De heiligen zullen als koningen heersen
“tot in eeuwigheid”
----------------------------------------------------------------------
Fig.9: De kleine horen en het beest uit de zee: gemeenschappelijke kenmerken
In deze vergelijking tussen de kleine horen en het beest is dit grote aantal frappante overeenkomsten wel zeer opvallend. Alles duidt erop dat we hier niet met twee verschillende machten te maken hebben, maar met één en dezelfde.
Wanneer het beest verschijnt - en verdwijnt
Tot nu toe hebben we onderzoek gedaan naar de identiteit van het beest vanuit een profetisch-historisch perspectief. Daaruit kwam naar voren dat het deel uitmaakt van het samenhangende en overzichtelijke tijdschema van Daniël 2 en Daniël 7. Ook hebben we een aantal van zijn kenmerkende activiteiten gesignaleerd. Om uiteindelijk de identiteit van dit beest te kunnen vaststellen, zullen we nu nagaan wanneer het op het wereldtoneel verschijnt - en verdwijnt.
Vanuit profetisch perspectief gezien, kent het Romeinse Rijk twee fasen:
1e fase: In Daniël 2 zijn dat de benen van ijzer; in Daniël 7 is dit het vierde dier vóórdat de kleine horen verschijnt.
2e fase: In Daniël 2 zijn dit de voeten van ijzer en leem; in Daniël 7 is deze fase de periode waarin de kleine horen domineert.
Volgens de uitleg van Daniël 2 symboliseren de voeten van het beeld het Romeinse Rijk in zijn verzwakte en verdeelde toestand. In Daniël 7 verschijnt de kleine horen in deze tweede fase. Aangezien we hierboven hebben vastgesteld de kleine horen uit Daniël 7 dezelfde macht is als het beest uit de zee, geldt dit dus eveneens voor het beest.
De geschiedkundige invulling van deze twee fasen is als volgt:
1e fase: het Romeinse Rijk vóór de val van Rome in 476
2e fase: het verzwakte en verdeelde Rijk ná het jaar 476
Het beest verschijnt als vervolgende macht in de tweede fase van het Romeinse Rijk. Dat is dus ná het jaar 476. Het verdwijnt bij de wederkomst van Jezus, wanneer zijn eeuwigdurend Koninkrijk wordt opgericht en er een einde wordt gemaakt aan alle aardse machten[14], inclusief die van het beest.[15]
De oorsprong en aard van het beest
Uit de zee. Het eerste wat Johannes over het beest vermeldt, is dat het opkomt uit de zee. Dat moet ons wel herinneren aan de vier dieren uit Daniël 7. Die kwamen ook op uit de zee. Ze stelden vier wereldrijken voor, waaronder Rome. Alle vier blijken tijdelijk en vergankelijk te zijn. Ze zijn ‘mensenwerk’, in tegenstelling tot het Koninkrijk van God. Die vergankelijkheid wordt in Daniël 2 op indirecte wijze gesymboliseerd door een vergankelijke, sterfelijke, eindige mens te nemen als symbool voor deze vier rijken. De onvergankelijkheid van Gods Rijk, daarentegen, wordt daar benadrukt door de steen, die zonder dat er een mensenhand aan te pas komt, losraakt en uitgroeit tot een berg van wereldomvattende proporties. Dat Rijk zal eeuwig blijven bestaan (vs44). Het feit dus dat het beest ook opkomt uit de zee, suggereert dat we hier eveneens met ‘mensenwerk’ te maken hebben, maar dan wel van het ergste soort. Het blijkt de nieuwe en rechtstreekse handlanger van de draak te zijn in zijn strijd tegen de gelovigen.
‘Naar zijn evenbeeld…..‘ De beschrijving die Johannes van het beest geeft, maakt duidelijk dat het uiterlijk het evenbeeld is van de draak. Het heeft ook zeven koppen en 10 horens. Maar er zijn nog andere kenmerken. De wereldrijken uit Daniël 7 leken uiterlijk op een leeuw (Babylon), een beer (Medo-Perzië), en een panter (Griekenland). De draak heeft deze rijken bij een aantal gelegenheden gebruikt om Gods volk te vervolgen, of zelfs bijna geheel uit te roeien.[16]. Dat het beest dezelfde uiterlijk kenmerken vertoont als de rijken die de draak voorheen heeft gebruikt om de gelovigen te vervolgen, mogen we opvatten als een aanwijzing dat het tot dezelfde categorie behoort. Met andere woorden, we kunnen bij het beest dezelfde geaardheid verwachten als bij de draak. En dat blijkt in Openbaring 13 onmiskenbaar het geval te zijn.
Twee belangrijke kenmerken. Vijandschap tegen God en de gelovigen zijn twee belangrijke kenmerken die we van de draak kennen. We hebben al gezien dat hij streed tegen God (in de hemel) en tegen de gelovigen (de vrouw) hier op aarde. Op een bepaald moment aanbidt zelfs de hele aarde hem vanwege de macht die hij aan het beest gegeven heeft (13.4). Het beest, de ‘plaatsvervanger van de draak op aarde’ vertoont dezelfde kenmerken. Het vervolgt ‘de heiligen’ tot in de dood (13.7) en via zijn eigen handlangers weet het te bewerken het zelf de aanbidding ontvangt (13.4,12,15) die alleen God toekomt (4.11). Daarmee steekt het God naar de kroon.
Overdracht van de macht
“De draak droeg zijn kracht en heerschappij en gezag aan het beest over” (13.2). Het is belangrijk om ons op dit punt goed te realiseren waaruit de macht van de draak bestaat. In Hoofdstuk XIII van deze studie zagen we dat de draak bij de vervolging van de vrouw gebruik maakte van het Romeinse Keizerrijk, dus van een heidense politiek-religieuze macht. Maar onder keizer Constantijn en zijn opvolgers vonden er drastische veranderingen plaats. Tegen de tijd dat het beest verschijnt, is die heidense macht geheel verdwenen en hebben we voortaan te maken met een geheel andere macht.
Een fundamentele verandering. Nadat keizer Constantijn in 312 de overwinning had behaald op zijn rivaal keizer Maxentius, koos hij de kant van de christenen. Dankzij het Edict van Milaan uit 313 waren er voortaan in het Romeinse Keizerrijk geen christenvervolgingen meer.[17] Er volgt dan een ‘interbellum’, een periode van vrede in de strijd tussen God en Satan. Die vrede duurt vanaf het einde van de vervolging door de draak tot de komst van het beest. In deze periode neemt het aantal christenen gestaag toe waardoor het Romeinse Rijk steeds verder wordt gekerstend (althans in naam). In het jaar 380 wordt het christendom zelfs verheven tot staatsreligie (Edict van Thessaloniki). Wat voorheem niemand voor mogelijk had gehouden is nu een feit: Rome, eens een heidense politiek-religieuze macht, is gaandeweg veranderd in een christelijke politiek- religieuze macht.
Drie deelconclusies. In Daniël 7 vinden we een gegeven dat in deze context van essentieel belang is, namelijk dat de kleine horen voortkomt uit - ofwel een ‘verlengstuk’ is van - het vierde dier. Anders gezegd, de kleine horen stelt de tweede fase voor van het Romeinse Rijk. Dat is de periode ná de val van Rome in 476.[18] Aangezien we hierboven vanuit de Schrift hebben vastgesteld dat de kleine horen en het beest uit de zee één en dezelfde macht zijn, kunnen we nu een drietal deelconclusies trekken:
-Ten eerste, de vervolging van ‘de heiligen’ door het beest vindt plaats ná het jaar 476, ten tijde van het verdeelde Romeinse Rijk.
-Ten tweede, het beest, als vervolgende macht, is gerelateerd aan het Romeinse Rijk. Het is een voortzetting ofwel een verlengstuk ervan (en dus niet een geheel ander rijk).
-Ten derde, de macht die de draak aan het beest overdraagt is niet heidens van aard (zoals in Openbaring 12) maar een christelijke politiek- religieuze macht.
Het politiek- religieuze aspect. Dat we bij het beest te maken hebben met een politiek-religieuze combinatie kunnen we afleiden uit Daniël 7. Het politieke element blijkt uit de relatie tussen de tien horens en de kleine horen van het vierde dier (Rome). De tien horens symboliseren tien koninkrijken (7.24). De kleine horen die daartussen opkomt, rukt er drie uit (7.20). De kleine horen (c.q. het beest) is dus duidelijk een politieke macht. Verder kunnen we uit de acht gemeenschappelijke kenmerken van de kleine horen en het beest (zie hierboven) ook afleiden dat er religieuze elementen in het spel zijn. Hun activiteiten zijn duidelijk gericht tegen God en de gelovigen.
Hierboven hebben we voldoende aangetoond dat het religieuze element een christelijke macht betreft. De macht die de kleine horen, c.q. het beest, van de draak ontvangt, is dus een combinatie van christelijk-politieke macht.
Samenvatting en eindconclusie
In dit hoofdstuk hebben we getracht om vanuit de Schrift en met behulp van geschiedkundige gegevens een zo helder mogelijk beeld te krijgen van het beest uit de zee. We hebben aandacht besteed aan zijn plaats en rol binnen het grotere geheel van het Bijbelse eindtijdscenario. We zijn nu op het punt gekomen dat we de belangrijkste resultaten van ons onderzoek kunnen samenvatten en een eindconclusie kunnen trekken.
Samenvatting:
1. Het beest is onderdeel van het samenhangende en overzichtelijke profetische tijdschema van Daniël 2 en 7.
2. Het vierde rijk uit deze twee hoofdstukken is het Romeinse Rijk. In het profetische panorama kent dit Rijk twee fasen. In geschiedkundige zin zijn dat de periode voorafgaand aan de val van Rome (476) en de tijd daarna (tot aan de wederkomst).
3. In de eerste periode vervolgt de draak ‘de vrouw’ uit Openbaring 12. Daarbij oefent hij zijn macht uit via een heidense politiek-religieuze macht, namelijk het Keizerlijke Rome.
4. In de tweede periode worden ‘de heiligen’ vervolgd door het beest, dat van de draak zijn
christelijke
politiek-religieuze macht ontvangen heeft.
-----------------------------------------------------------
PARALLELLEN DANIËL 2 EN 7
----------------------------------------------------------
1. Hoofd van goud
1e dier: ‘leeuw’
2.Borst en armen van zilver
2e dier: ‘beer‘
3.Buik en lenden van brons
3e dier: ‘panter’
*****
4a BENEN: van ijzer →
4e DIER: vreselijk, schrikwekkend
4b. VOETEN: van ijzer en leem
4e DIER: zijn kleine horen
GODS KONINKRIJK
Beeld vernietigd
Kleine horen met vuur verbrand
-----------------------------------------------------------
-----------------------------------------------------------
OPEENVOLGENDE WERELDRIJKEN
-----------------------------------------------------------
1.BABYLON
(626-539 v.Chr.)
2.MEDO-PERZIË
(539-334 v.Chr.)
3. GRIEKENLAND
(334-395 v..Chr.)
*****
ROME →
(± 753 v.Chr.-1453 na Chr.)
[Oost-Romeinse Rijk: 395-1453 na Chr.}
{West-Romeinse Rijk: 395-476 na Chr.}
VERDEELDE WEST-ROMEINSE RIJK
(476 na Chr.- heden)
GODS KONINKRIJK
(vanaf? - voor eeuwig en altijd)
-----------------------------------------------------------
-----------------------------------------------------------
OPENBARING 12 EN 13: VERVOLGING
-----------------------------------------------------------
DE DRAAK VERVOLGT DE VROUW
(Openbaring 12)
Tijdens heidense Romeinse Keizerrijk
(±33 – 313 na Chr.)
HET BEEST UIT DE ZEE
(Openbaring 13)
(Tijdens verdeelde christelijke Romeinse Rijk)
(ná 476 – einde)
GODS KONINKRIJK
Alle vijandige machten vernietigd
Beest in poel van vuur en zwavel
-----------------------------------------------------------
Fig.10: De opeenvolgende wereldrijken uit Daniël - vervolging in Openbaring
Eindconclusie:
Het beest uit de zee vertegenwoordigt een christelijk-politieke macht. Het verschijnt in de tweede fase van het Romeinse Rijk. De vervolging van “de heiligen” door het beest zal dus pas aanvangen ná het jaar 476, ná de val van Rome.
Tot slot. Dat het beest als christelijk-politieke macht juist de “de heiligen” (13.7) vervolgt, vraagt om nadere uitleg. Daarom zullen in het volgende hoofdstuk uitgebreid aandacht besteden aan dat christelijke element.
[1] Zie Hoofdstuk XI van deze studie en Figuur 8 uit Hoofdstuk XII
[2] Daniël 2.28-35
[3] Daniël 2; Daniël 2.1
[4] Daniël 2.36-38
[5] Voor Medo-Perzië: zie Daniël 5.30-6.1; Daniël kreeg later zelf een visioen waaruit blijkt dat het Medo-Perzische rijk werd opgevolgd door het Griekse wereldrijk (Daniël 8.3-8, 20-21)
[6] Daniël 2.32-35; Daniël 2.42; Daniël 2.45
[7] Daniël 7.15
[8] Daniël 7.7-8; Daniël 7.11-12
[9] Daniël 7.11-12
[10] Daniël 7.13-18
[11] Zie ook hieronder Fig.10: linker kolom
[12] In Daniël 8 komt dezelfde kleine horen als in Daniël 7 opnieuw ter sprake, maar nu in een andere context.
[13] Exodus 20.3-6
[14] Daniël 2.44
[15] Daniël 7.9-11,26 (het beest en de kleine horen zijn één en dezelfde macht)
[16] Hierbij valt onder andere te denken aan de samenzwering van Haman tegen het Joodse volk ten tijde van de Medo-Perzische vorst Ahasveros (Esther 3.1-15)
[17] Afgezien van een korte tijd onder Julianus de Afvallige (361-363)
[18] Voor meer details: zie hierboven de paragraaf: Wanneer het beest verschijnt - en verdwijnt