II DEEL VAN EEN GROTER GEHEEL
Integraal onderdeel van de Bijbel
De Bijbelse Openbaring is een structureel en thematisch afgeronde eenheid. Tegelijkertijd is het ook onderdeel van een groter geheel. In de inleiding (1.1-3) lezen we namelijk dat Jezus de betreffende visioenen van God heeft ontvangen. Daaruit blijkt dat niet Johannes maar God de auteur van de Openbaring is Dit goddelijke auteurschap geldt niet alleen voor de Openbaring maar betreft alle profetie (d.i. communicatie tussen God en de mensen). Volgens de apostel Petrus is profetie nooit uit het initiatief van mensen voortgekomen. Alle profeten spraken namens God, en zij werden altijd daartoe aangezet door de heilige Geest.[1] Aangezien de visioenen van Johannes uit dezelfde Bron komen als alle andere Bijbelse profetie, zijn ze een integraal onderdeel van de Bijbel als geheel.
Kosmische dimensie van de Apocalyps
Behalve uit het oogpunt van Goddelijke inspiratie is de Openbaring ook inhoudelijk onderdeel van een groter geheel. Het onderliggende thema van de menselijke geschiedenis, zoals we die in de Bijbel opgetekend vinden, is het herstel van de relatie tussen God en de mens. Dat is het dramatische verhaal vanaf ‘Paradise lost’ tot en met ‘Paradise restored’. Voor het realiseren van dat herwonnen paradijs hangt alles van Jezus af. Hij is degene die het herstel van de verbroken relatie tussen God en de mensen op zich heeft genomen. Dit ‘herstel van alle dingen’[2] gaat gepaard met een eeuwenlange strijd tussen goed en kwaad. Niet alleen God en Satan zijn daarbij betrokken, ook de mens is er een wezenlijk onderdeel van.
De kosmos in beroering
In de Openbaring toont God welke krachten en machten er in het universum aan het werk zijn, wat ze willen bereiken en hoe ze te werk gaan. Hoewel soms het kwade lijkt te winnen, het verloren gegane paradijs zal desondanks worden hersteld, dat is boven alle twijfel verheven. Maar tot die tijd is het oorlog.
Oorlog in de hemel
In het twaalfde hoofdstuk van Openbaring is Johannes in visioen getuige van de definitieve verwijdering van Satan uit de hemel. Hij vermeldt daarover: “Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid” (12.7-9). Daarmee eindigt de oorlog in de hemel en verplaatst de grote strijd tussen goed en kwaad zich naar de aarde.
Oorlog op de aarde
Terwijl God hier op aarde bezig is met de laatste fase van voorbereiding voor ‘het herstel van alle dingen’ (21.5) doet Satan al het mogelijke om dit tegen te werken en zoveel mogelijk mensen aan zijn kant te krijgen. De apostel Paulus was zich ook bewust van de oorlog die Satan voert tegen God en degenen Hem trouw zijn, en de strategieën die hij daarbij aanwendt. Iedereen die voor God heeft gekozen, raakt onherroepelijk in deze strijd verwikkeld. Daarom raadde Paulus de gelovigen aan een ‘geestelijke wapenrusting’ aan te trekken: “Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden.”[3] Paulus had geen beter advies kunnen geven. Als we ons verder in de Openbaring gaan verdiepen zullen we zien hoe hevig die strijd was, en is, en nog zal zijn. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat Jezus elk van de zeven christelijke gemeenschappen, waaraan de Openbaring is gericht, op het hart drukt om in deze strijd alert te blijven en de overwinning te behalen. Want ze moeten een definitieve keuze maken in deze grote strijd tussen God en Satan, tussen goed en kwaad.
De oorsprong van het kwaad een mysterie
Nergens in de Bijbel kunnen we een directe verklaring vinden voor het ontstaan van het kwaad. Toch wordt ons in de Schrift wel het een en ander daarover onthuld. In de eerste hoofdstukken van het boek Genesis lezen we over een volmaakte schepping waarin volledige harmonie heerste tussen God en de mens. Dan doet het kwaad zijn intrede en wordt deze harmonie wreed verstoord.[4] Daarmee worden we geconfronteerd met het mysterie van het kwaad. Met ons beperkte menselijke inzicht zijn we niet in staat de oorsprong daarvan te doorgronden. Maar uit Bijbelse gegevens blijkt wel dat hierbij sprake is van een kosmische dimensie. Voor meer details daarover moeten we bij de profeten Jesaja en Ezechiël zijn.
Zij heffen respectievelijk een spotlied aan op de koning van Babel, en een klaaglied op de koning van Tyrus. Daarin schetsen ze een indrukwekkend portret van deze twee koningen, dat deels realistisch is maar ook een aantal elementen bevat van bovennatuurlijke aard. In hun liederen introduceren ze een bovenaards wezen dat aanvankelijk onberispelijk was. Op een gegeven moment is daarin verandering gekomen. Beide profeten leggen niet uit hoe het mogelijk was dat die verandering tot stand kwam, ze beschrijven echter wel een tweetal factoren die daarbij een cruciale rol speelden.
Jesaja en Ezechiël maken allebei gebruik van een analogie tussen de karaktereigenschappen van dit wezen en van deze twee koningen. Daarmee onthullen ze door welke eigenschappen het kwaad wortel heeft kunnen schieten. Kort samengevat kunnen we aan deze analogie de volgende informatie ontlenen.
Het bovenaardse wezen waarvan hier sprake is, blijkt Lucifer te zijn. Zijn naam betekent Lichtdrager. Hij was een hooggeplaatste engel en in zijn oorspronkelijke staat verkeerde hij in de directe nabijheid van God. Hij werd uit de hemel verbannen nadat hij in opstand tegen God was gekomen. De factoren die tot deze opstand leidden waren trots en hoogmoed. Blijkbaar was hij ontevreden geworden met zijn positie en wou hij méér status dan God hem had toebedeeld. Uiteindelijk ging dit zover dat hij zich aan God gelijk wilde stellen. Daarmee werd duidelijk een grens overschreden en om die reden werd Lucifer uit de hemel verwijderd. Hij was nu niet langer meer Lucifer, de Lichtdrager in Gods nabijheid, maar vanaf die tijd opereert hij als de Satan (d.i. tegenstander) van God en mensen.[5]
De belangrijkste conclusie die we hier kunnen trekken, is dat trots en hoogmoed de kenmerkende factoren zijn die ten grondslag liggen aan het ontstaan van het kwaad. Deze karaktereigenschappen vinden hun oorsprong in Lucifer. Door hem heeft het kwaad zich eerst gemanifesteerd in de hemel en nadien woedt het in alle hevigheid hier op aarde.
Appel aan de vrije keuze
Lucifer maakte de verkeerde keuze en met behulp van leugen en bedrog verleidde hij ook Adam en Eva hetzelfde te doen. En tot op de dag van vandaag probeert hij dat nog steeds met heel de mensheid. Jezus zei terecht over hem: “Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.”[6] We zullen zien dat Satan ook in de Openbaring op dezelfde wijze te werk gaat. Johannes spreekt daar over “de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt” (12.9).
Keer op keer lezen we in de Schrift dat God mensen voor de keuze stelt: óf kiezen voor het goede óf het gevaar lopen in het kwade verstrikt raken. Toen Kaïn, de zoon van Adam, rondliep met plannen voor broedermoord probeerde God hem tot andere gedachten te brengen. Hij appelleerde aan de keuzevrijheid die Kaïn had en drong er bij hem op aan voor het goede te kiezen. Maar daarbij oefende God geen dwang uit, de keuze was aan Kaïn.[7] Zo ook ten tijde van de zondvloed. Noach moest namens God de mensheid oproepen niet langer vast te houden aan hun perverse manier van leven. Hij waarschuwde hen dringend, omdat Hij liever hun leven zou sparen dan vernietigen.[8] Maar hoewel op dat moment alles op het spel stond, dwong Hij niemand de ark van Noach binnen te gaan. De keuze was aan de mensen zelf. En dat is nog altijd zo.
Apocalyptische D-day
Ook in de Openbaring draait alles om het maken van de juiste keuze. Toen Jezus stierf aan het kruis en God hem daarna opwekte, stond de nederlaag van Satan al vast. Maar hij geeft de strijd tegen God niet op. Zijn eerste doelwit daarbij waren de gelovigen die ervoor hadden gekozen God onder alle omstandigheden trouw te blijven. Johannes is er getuige van dat Satan zelfs de overwinning behaalt, ook al zal die tijdelijk blijken te zijn (13.7).
Toch zijn er daarna nog altijd gelovigen die zich “aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven” (12.17). Satan weet “dat hij geen tijd te verliezen heeft” (12.12). Daarom probeert hij nu, in plaats van door grof geweld, de mensheid onder zijn gezag te krijgen met behulp van leugen, bedrog en zelfs grote wonderen. Zijn beoogde doel is dat de mensen niet God maar hém zullen aanbidden. En zijn tactiek werkt. Bijna de hele wereld laat zich zand in de ogen strooien. Maar zelfs dan zijn er nog gelovigen die weigeren mee te doen met de aanbidding van Satan en de krachten en machten die hij voor zijn bedrog heeft ingezet.
Op deze trouwe gelovigen past Satan dan dwang toe als laatste drukmiddel. Het is in deze kritieke fase van de wereldgeschiedenis dat God een wereldwijde oproep laat klinken. Alle landen en volken krijgen deze dringende boodschap van hem te horen: “Heb ontzag voor God en geef hem eer, want nu is de tijd gekomen dat hij zijn oordeel zal vellen. Aanbid hem die de hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft” (14.7). God appelleert hier opnieuw aan de vrije keuze. Het is de allerlaatste kans die hij heel de mensheid biedt te kiezen tussen goed en kwaad, tussen hem en Satan. De urgentie is groot, het is een kwestie van nu of nooit. Want na het geven van die waarschuwing is Gods geduld ten einde. Iedereen die hem dan nog verloochent en doorgaat met Satan te aanbidden en eer te bewijzen, zal van “de wijn van Gods woede moeten drinken” (14.10). De apocalyptische D-day staat voor de deur.
Heel de Openbaring ademt de urgentie van de noodzaak tot kiezen. Over de taferelen die zich in de visioenen van Johannes afspelen, zegt God dat dit alles “binnenkort gebeuren moet”. Het ‘herstel van alle dingen’ waar heel de Bijbel naartoe werkt, gaat binnen afzienbare tijd definitief vorm krijgen. Aan het einde van het boek behoort ‘Paradise lost’ tot het verleden en is ‘Paradise restored’ een feit. Over deze nieuwe schepping zegt God tegen iedereen die het maar wil horen: ”Wie overwint, komen al deze dingen toe” (21.7). En die overwinnaars zijn zij die de goede keuze hebben gemaakt en God tot het einde toe trouw zijn gebleven.
De Bijbel begint in Genesis met een volmaakte schepping en eindigt in Openbaring met een volmaakte herschepping. Van dat grotere Bijbelse geheel is de Openbaring een integraal onderdeel. Dat we ons daarvan bewust zijn, is van groot belang voor het begrijpen en verklaren van de visioenen die God aan Johannes heeft willen openbaren.
[1] 2 Petrus 1.21
[2] Handelingen 3.19-21
[3] Efeziërs 6.12
[4] Genesis 3.1-7
[5] Jesaja 14.12-14 en Ezechiël 28.11-19
[6] Johannes 8.44
[7] Genesis 4.1-8
[8] Gen.6.5-7.24; 2 Petr.2.5