VIII SERIE A: HET ZEVENDE ZEGEL - VERKENNING
(8.1-11.19)
OVERZICHT VAN DE TEKST
Inleiding tot het zevende zegel (8.1-6)
Als het Lam dit zegel opent, valt er een stilte in de hemel. We herinneren ons dat bij het vijfde zegel de martelaren vroegen om Gods oordeel over hun vervolgers (6.10). Bij het zesde zegel bleek dat de tijd voor dat oordeel was aangebroken. We gaan nu zien welke impact Gods oordelen hebben op de vijanden van zijn volk.
Johannes ziet zeven engelen die bij de troon van God staan. Elk van hen krijgt een bazuin aangereikt. Maar ze moeten nog even wachten voordat ze die mogen laten klinken. Eerst moeten de laatste gebeden van de gelovigen ‘binnen’ zijn. Die worden door een andere engel bij God gebracht. Als dat is gebeurd, mogen ze beurtelings op hun bazuin blazen om daarmee de oordelen van God in gang te zetten. Dan spelen de volgende dramatische gebeurtenissen zich voor de ogen van Johannes af.
De eerste vier bazuinen (8.7-13)
Bij de eerste vier bazuinen wordt de kosmos zwaar getroffen door een aantal indrukwekkende natuurrampen.
1e bazuin (8.7). De oordelen treffen als eerste de aarde. Een derde deel daarvan wordt verwoest door hagel en vuur.
2e bazuin (8.8-9). Dan volgt de zee, waarvan een derde deel verandert in bloed. Daardoor sterft een derde van de zeedieren. En een gelijk deel van de schepen vergaat.
3e bazuin (8.10-11). Daarop zijn de rivieren en waterbronnen aan de beurt, waardoor een derde deel van het water bitter wordt. Veel mensen sterven daardoor.
4e bazuin (8.12-13). Tot slot zijn het de hemellichamen. Daarvan wordt een derde van het licht verduisterd, zowel van de zon als van de maan en de sterren.
Tot dusver werd de natuur direct getroffen en de mensen indirect. Dat gaat nu veranderen.
De vijfde en zesde bazuin (9.1-21)
Bij deze twee bazuinen zijn de mensen het voorwerp van ‘de toorn van God en van het Lam’. Dat zagen we al aangekondigd bij het zesde zegel (6.16-17).
5e bazuin (9.1-12). De mensen zonder het zegel van God (vgl.7.3) worden nu vijf maanden lang gepijnigd door bizarre ‘samengestelde’ sprinkhaanachtige wezens, die ook nog eens gedeeltelijk op paarden en mensen lijken. Zij staan onder bevel van “de engel van de onderaardse diepte.”
6e bazuin (9.13-21). Als die klinkt, worden “de vier engelen” losgelaten die gebonden waren bij de rivier de Eufraat. Dan verschijnt een talrijke ruiterij die bewerkt dat een derde deel van de mensen wordt gedood door middel van drie plagen. Dat zijn “vuur en rook en zwavel” die uit de bekken van de paarden komen. De anderen, die deze plagen overleven, bekeren zich toch niet. Ze blijven zondigen tegen God (het aanbidden van boze geesten en afgoden) en tegen hun medemensen (moord, toverij, hoererij en dieverij).
Tweede intermezzo (10.1-11.14)
Voordat de zevende bazuin wordt geblazen, krijgen we eerst het tweede intermezzo uit deze serie. Dit bestaat uit twee delen. Die zijn vrij uitgebreid en ingewikkeld. We beperken ons hier tot de hoofdzaken.
1) De tweede roeping van Johannes (10.1-11).[1] Johannes ziet nu een sterke engel uit de hemel neerdalen met een boekje in zijn hand en dat moet hij opeten. Dit was blijkbaar een aangename ervaring, maar de gevolgen waren minder aangenaam. Want hoewel het zoet smaakte, voelde het daarna bitter in zijn buik. Aansluitend krijgt Johannes een nieuwe opdracht: “Je moet opnieuw over talrijke landen en volken en koningen profeteren.” De ervaring met het eten van het boekje zou een symbolische voorstelling kunnen zijn van wat hem bij zijn nieuwe opdracht te wachten staat.
2) De twee getuigen (11.1-14). Uit het vervolg van dit intermezzo blijk dat Johannes niet de enige is die tot (en over) de volken moet profeteren, want God heeft nog twee andere, bijzondere getuigen. Zij krijgen eveneens de opdracht te gaan profeteren (vs3). Ze beschikken over grote macht, waardoor ze hun vijanden met allerlei plagen kunnen treffen. Nadat ze veel tegenwerking en zelfs zware vervolging hebben ondervonden, worden ze gedood door het beest uit de afgrond. Dat veroorzaakt wereldwijd grote vreugde. Mensen komen “uit alle landen en volken, van elke stam en taal, om hun lijken te zien” en te “juichen om de dood van de twee profeten, en opgetogen sturen ze elkaar geschenken, want die profeten waren een grote kwelling voor hen geweest” (vs10). Ten slotte worden deze twee getuigen opgenomen in de hemel. Dat gaat gepaard met een enorme aardbeving waarbij talrijke slachtoffers vallen. Dat brengt de mensen die nog leven ertoe om God eer te bewijzen.
Na dit lange en ingewikkelde intermezzo mag de zevende bazuin worden geblazen.
De zevende bazuin (11.15-19)
Als die klinkt, hoort Johannes luide stemmen in de hemel. Ze kondigen aan dat God en zijn Messias nu de heerschappij over deze wereld op zich hebben genomen. Vol eerbied en ontzag betuigen de vierentwintig oudsten God daarvoor hun dank. Nu kan ook de “grote dag van hun toorn” (6.17) worden afgesloten en het definitieve vonnis worden uitgevoerd over de goeden zowel als de kwaden. Zij die dood en verderf hebben veroorzaakt, worden nu zelf aan het verderf overgegeven. Daarentegen ontvangen de dienaren van God het loon dat de Mensenzoon hen al vanaf het begin in het vooruitzicht heeft gesteld (Openbaring 2 en 3).
Het is belangrijk hier op te merken dat de zevende bazuin het definitieve einde betekent van deze eerste serie toekomstvisioenen. De engel uit het tweede intermezzo gaf Johannes immers al deze verzekering: “Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd” (10.15).
Voor een juiste interpretatie van de zegels en bazuinen dienen we ons van bovenstaand feit goed bewust te zijn.
Relatie tussen de eerste zes zegels en de zeven bazuinen
We brengen nu alle gebeurtenissen met betrekking tot de zeven zegels onder in één schematisch overzicht (Fig.5). Daaruit zal zo meteen een belangrijke conclusie volgen wat de relatie betreft tussen de eerste zes zegels en het zevende. Onze visie op die relatie dient namelijk niet op traditie te zijn gebaseerd, maar uitsluitend op de Schrift zelf.
1) Logische volgorde. Allereerst merken we op dat er sprake is van een logische volgorde. Bij de eerste vier zegels hebben we te maken met vervolging (zie Hoofdstuk VI en VII). Vanzelfsprekend roepen de slachtoffers dan tot God om hun bloed aan de daders te wreken (vijfde zegel). Als dan na enige tijd bij het zesde zegel allerlei vreselijke rampen plaatsvinden, dienen die niet alleen als waarschuwing voor de komst van Gods oordelen, maar ook als onmiskenbaar teken dat ze al voor de deur staan. Het logische element zit dus in deze volgorde: vervolging leidt tot de roep om vergelding en dat resulteert in een waarschuwing. Die loopt dan bij het zevende zegel uit op het oordeel.
________________________________________
DE VERZEGELDE BOEKROL
Inleiding
(hoofdstuk 4 en 5)
God de Schepper: de boekrol in zijn rechterhand
Het Lam de Verlosser: “waardig te openen”
______________________________________________
TOEKOMSTVISIOENEN: SERIE A
(6.1-11.19)
DE EEERSTE ZES ZEGELS
Zegels 1-4
VERVOLGING
I: Ruiter op wit paard
II: Ruiter op rossig paard
III: Ruiter op zwart paard
IV: Ruiter op vaal paard
Zegels 5-6
WAARSCHUWING
V: “Hoelang … tot oordeel?”
VI: Tekenen van het oordeel
“Wie kan bestaan?”
1e intermezzo
144.000 verzegelden (veilig op aarde)
Grote schare (veilig in de hemel)
______________________________________________
ZEVENDE ZEGEL
Bazuinen 1-7
OORDEEL
1e: Aarde en bomen (1/3) en alle gras
2e: Zeedieren sterven, schepen vergaan (1/3)
3e: Rivieren, waterbronnen bitter (1/3)
4e: Zon, maan en sterren verduisterd (1/3)
Bazuinen 5-6
5e : Mensen zonder zegel: gepijnigd (5 mnd)
6e : Mensen zonder zegel gedood (1/3)
2e intermezzo
3 profeten: Johannes + 2 getuigen
“Wederom profeteren”: de wereld voorbereiden
7e BAZUIN
Einde Gods oordelen
Straf: “verderven wie de aarde verderven”
Loon: Gods dienaren: “gemaakt tot... priesters”
GODS GEHEIMENIS WERKELIJKHEID GEWORDEN
↓
TEMPEL OPEN
________________________________________________
Fig.6 Overzicht serie A: logische en chronologische volgorde van de zeven zegels
2) Chronologische volgorde. Bij de zeven zegels is niet alleen sprake van een logische maar ook van een chronologische volgorde. We zien dat er éérst vervolging plaatsvindt (1e-4e zegel). Daarna klinkt de roep om vergelding (5e zegel) en na een bepaalde tijd tot een waarschuwing (6e zegel). Ten slotte is de tijd rijp voor het oordeel (7e zegel). De vervolging, de roep om vergelding, de waarschuwing en het oordeel zijn vier fasen van een proces dat zich in een bepaalde tijdsvolgorde voltrekt.
3) Parallellisme: numeriek en inhoudelijk. Als we de structuur van de zegels vergelijken met die van de bazuinen, zien we enkele frappante overeenkomsten.
a) Een viertal zegels (ruiters) en een viertal bazuinen
b) Twee andere zegels en twee andere bazuinen
c) In beide gevallen een tweedelig intermezzo
Deze structurele overeenkomsten zijn een voorbeeld van numeriek parallellisme. Beide series zijn samengesteld uit zeven structurele elementen. In beide gevallen zijn die onderverdeeld in een viertal en een tweetal, plus nog een tweeledig intermezzo. Dit soort parallellime is dus getalsmatig bepaald. Bij een interpretatie van de zegels en bazuinen is dit weliswaar een interessant detail, maar verder van geen wezenlijk belang.
Inhoudelijk parallellisme daarentegen is een essentiële factor om rekening mee te houden op de weg naar een interpretatie die in alle opzichten tekstgetrouw is. Inhoudelijk parallellisme mag niet alleen maar worden verondersteld. Het moet onweerlegbaar kunnen worden aangetoond dat de inhoud van de ene serie parallel loopt met de inhoud van de andere, waarmee het wordt vergeleken.
Hierboven hebben we nu een tweetal belangrijke feiten vastgesteld.
1) De bazuinen zijn een logisch én chronologisch vervolg op de voorgaande zes zegels. Dit betekent dat de bazuinen géén herhaling van deze zegels kúnnen zijn. Het is immers onbestaanbaar dat ze er enerzijds een chronologisch vervolg op zijn én anderzijds er chronologisch parallel mee zouden lopen.
2) Voor inhoudelijk parallellisme tussen de zegels en bazuinen zijn geen steekhoudende argumenten te vinden.
Conclusie: Aangezien de bazuinen een logisch én chronologisch vervolg zijn op de eerste zes zegels, en er géén deugdelijke argumenten zijn aan te voeren die wijzen op inhoudelijk parallellisme tussen de eerste zes zegels en de bazuinen, trekken we daaruit de volgende conclusie:
Bij de zegels en bazuinen is een ‘patroon van herhalingen’ niet aan de orde.
Die conclusie plaatst ons echter wel voor de uitdaging te zoeken naar een uitleg van de zeven bazuinen die recht doet aan de structurele en inhoudelijke aspecten van de boekrol, zoals we die vanuit de tekst zelf hebben vastgesteld.
[1] Voor de eerste roeping, dat is de visioenen opschrijven en naar de zeven gemeenten sturen, zie Openb.1.11,19