de eerste zes zegels commentaar

 VII SERIE A: DE EERSTE ZES ZEGELS - COMMENTAAR

(6.1-17)


Richtlijnen bij dit Commentaar

Op de weg naar een tekstgetrouwe interpretatie van de Openbaring hebben we tot dusver al een aantal richtlijnen gevolgd. De belangrijkste hiervan zijn:

1.      Analyse als eerste hulpmiddel. Het principe hierachter is dat we éérst goed in beeld moeten krijgen wat er stáát voordat we kunnen gaan nadenken over wat het betekent. Het nut van zo’n analyse heeft zich al bewezen bij de zegels.[1]

2.      Openbaring is deel van een groter geheel. Vanuit dat bewustzijn passen we het principe toe van ‘Schrift met Schrift’ vergelijken en de uitkomst daarvan gebruiken bij het zoeken naar een verantwoorde verklaring.

3.      Inspiratie is Gods werk, interpretatie mensenwerk. Hoewel we ongetwijfeld ons voordeel kunnen doen met de vakbekwaamheid en kennis van gerenommeerde theologen, toch mogen we ons niet kritiekloos laten leiden door hun verklaringen. Daarvoor zijn ze te vaak en te zeer tegenstrijdig. Dat we ons voortdurend bewust moeten zijn van het fundamentele verschil tussen inspiratie en interpretatie is niet alleen van toepassing op commentaren uit het verre verleden (zie H VI) maar ook op alle interpretaties uit recentere tijden.

4.      Symbolische aard van de visioenen.[2] In de Openbaring krijgt Johannes herhaaldelijk visioenen te zien die herinneren aan Bijbelse taferelen uit het verleden. Die hebben een symbolische waarde met betrekking tot de verklaring van de visioenen. In zulke gevallen dienen we oog te hebben voor het verschil tussen symboliek en werkelijkheid.

5.      Doelstelling: de grote thema’s identificeren. Om die doelstelling te verwezenlijken, moeten we steeds op zoek gaan naar de hoofdlijnen en ons niet verliezen in allerlei details. Dit betekent dat we bijvoorbeeld bij de zegels moeten afzien van ‘dogmatisch zijn’ over de ruiters, paarden en allerlei bizarre details bij de bazuinen. Anders gezegd, het gaat niet om details maar om het totaalbeeld.

6.      Niet speculeren. Tot dusver is uit deze studie al duidelijk geworden dat de betekenis van sommige delen van de visioenen lang niet altijd met zekerheid valt vast te stellen. Voor commentatoren is dat niet altijd gemakkelijk te accepteren en dat kan leiden tot speculatieve verklaringen. Beasley-Murray geeft hen in zijn eigen commentaar het volgende toepasselijke advies: “De commentator moet zijn drang tot identificeren weerstaan.”[3]

7.      Objectiviteit. Commentator Robert W. Wall wijst op het grootste gevaar dat elke Bijbelverklaarder loopt, namelijk dat hij alleen zoekt naar die betekenis in de Bijbeltekst die bevestigt wat hij al gelooft en belangrijk vindt.[4] Voor die neiging moeten we inderdaad voortdurend op onze hoede zijn. Wat eveneens bij een objectieve benadering van de Openbaring hoort, is dat we er niet bij voorbaat vanuit mogen gaan dat er sprake is van een 'patroon van herhalingen' m.b.t. de zeven gemeenten, zegels, bazuinen en schalen. Want ook dan is het gevaar reëel dat we de tekst laten zeggen wat we graag willen horen - en niet wat er feitelijk staat.


 COMMENTAAR OP DE EERSTE ZES ZEGELS

                                                                                                                                             

Drie belangrijke thema’s: vervolging, waarschuwing en oordeel

In Hoofdstuk VII hebben we al geconstateerd dat de identiteit van de vier ruiters moeilijk valt vast te stellen. Wat we echter wél hebben kunnen concluderen, is dat er sprake is van vervolging.[5] Dat werd duidelijk bij de opening van het vijfde zegel. Daar vroegen de slachtoffers God om in te grijpen en de daders te straffen. De slachtoffers worden geïdentificeerd als “degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis” (6.9) en de daders als “de mensen die op aarde leven” (6.10). Vervolgens functioneren de calamiteiten bij het zesde zegel als waarschuwing dat Gods oordelen voor de deur staan. Bij het openen van het zevende zegel, wanneer de bazuinen worden geblazen, vinden ten slotte Gods oordelen plaats. Het thema oordeel zal later in Hoofdstuk IX aan de orde komen.


DE EERSTE VIJF ZEGELS: VERVOLGING (6.1-11)


Door Jezus erop voorbereid

Het is bij de zegels niet de eerste keer dat er in de Schrift sprake is van vervolging. Niemand was zich beter bewust dan Jezus van de enorme impact die ‘de grote strijd’ tussen goed en kwaad heeft op het leven van trouwe en standvastige gelovigen. Hijzelf werd tijdens zijn leven op aarde vervolgd en gedood. Desondanks heeft Hij in die strijd de ultieme overwinning behaald. In zijn onderricht heeft Jezus zijn volgelingen erop voorbereid dat, als ze getrouw waren, ze ook vervolgd zouden worden: “Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen.”[6] Uit de paar voorbeelden die volgen, blijkt dat het inderdaad ook zo is gegaan.


Al kort na de hemelvaart van Jezus begon de vervolging. Toen Stephanus om zijn geloof werd gestenigd “brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen.”[7] Bij die steniging was een zekere Saulus aanwezig, die daarna zelfs zover als Damascus ging om vandaar de bekeerlingen mee te voeren naar Jeruzalem, zodat ze daar veroordeeld konden worden.[8] Dankzij de bijzondere tussenkomst van Jezus, kwam hij bij die missie tot bekering. Daarna werd hij, onder zijn nieuwe naam Paulus, een groot ijveraar voor de verkondiging van het evangelie. De voormalige vervolger werd nu zelf een vervolgde. In een van zijn brieven aan de gelovigen in Korinte lezen we daarover: “We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven…”[9] Niet alleen Paulus was het doelwit van vervolging. We lezen ook: “Omstreeks die tijd nam koning Herodes enkele leden van de gemeente gevangen en mishandelde hen. Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen.”[10].

 

Uit het voorwoord tot de Openbaring blijkt dat ook Johannes en de zeven gemeenten onder vervolging te lijden hadden. Jezus zegt tegen de gemeente in Smyrna dat Hij op de hoogte is van hun verdrukking (1.9). In het geval van Filadelfia lezen we dat er zelfs een “tijd van de beproeving aanbreekt” voor de hele wereld. Als we alle vervolging in aanmerking nemen die op dat moment al heeft plaatsgevonden - en nog komen gaat - dan is de oproep van Jezus aan de zeven gemeenten om vol te houden en ‘overwinnaars’ te worden heel begrijpelijk. Geen wonder dus dat er óók bij de zegels sprake is van vervolging.

 

Hoewel er heel veel verschillende interpretaties van de zegels bestaan, hebben de meeste commentatoren zeker oog voor het thema vervolging. Zo wijst De Vuyst op de plaatselijke en tijdelijke vervolgingen in de tweede eeuw. De gelovigen stonden daaraan bloot omdat zij de keizer niet de eer wilden bewijzen die alleen God toekomt.[11] Ook Boersma interpreteert “de zielen” van het vijfde zegel als “de gelovigen, de kerkleden, die om hun trouw aan Christus en het Evangelie vervolgd worden en de marteldood moeten sterven.” Volgens hem gaat het bij de zegels “dus ook niet in het algemeen over oorlogen waarin mensen elkaar afslachten. Maar over vervolging van de kerk.”[12] Smith is van mening dat het vierde zegel in het bijzonder betrekking heeft op de vervolgingen uit de Middeleeuwen tot aan de Hervorming.[13] Zoals algemeen bekend, de vervolgingen hebben ook nog tot enige tijd ná de Hervorming geduurd. Caird kijkt bij de vervolgingen ook naar het grotere verband. Hij herinnert zijn lezers eraan dat Jezus werd vervolgd, maar ook dat Hij eindigde als overwinnaar. Jezus was op grond van zijn overwinning de enige die in aanmerking kwam om de zegels van de boekrol te openen (5.5). In zijn commentaar op het vijfde zegel maakt Caird deze opmerking: “Het is daarom niet verwonderlijk dat het in een deel van de boekrol steeds weer gaat over martelaarschap, waardoor uiteindelijk de overwinning moet worden behaald.”[14] Dat herinnert ons er opnieuw aan dat Jezus alle zeven gemeenten bemoedigde om overwinnaars te worden.

 

HET ZESDE ZEGEL: WAARSCHUWING (6.12-17)

 

De ‘dag van de Heer’

Toen het zesde zegel werd geopend, zag Johannes buitengewoon indrukwekkende natuurverschijnselen: “Ik zag, toen het zesde zegel verbroken werd, hoe er een zware aardbeving kwam. De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan werd bloedrood. De sterren vielen op de aarde, zoals late vijgen die door een stormwind van de boom worden gerukt. De hemel scheurde los en rolde zich als een boekrol op. Geen berg of eiland bleef op zijn plaats” (6.12-14).


Johannes zal bij het zien van deze calamiteiten ongetwijfeld hebben moeten denken aan de profeet Jesaja toen deze de oudtestamentische “dag van de Heer” aankondigde.[15] Die dag was een type van deze nieuwtestamentische “dag van de toorn van het Lam” (6.16), waar alle visioenen van de Openbaring naartoe leiden en hun climax bereiken. Diverse commentatoren wijzen ook op dit verband tussen het oude en nieuwe testament. Van der Laan, bijvoorbeeld, zegt: "De dag van de toorn van Hem die op de troon gezeten is en van het Lam verwijst naar de profetische uitspraken over de Dag des Heren (Jesaja, Joël, Amos, Obadja, Zefanja, Maleachi)."[16] Van Schaik sluit zich daarbij aan en geeft bij dit zegel als commentaar: “Die aparte natuurverstoringen behoren bij de Dag van Jahwe en onderstrepen het onheilbrengend optreden van Jahwe ten aanzien van de zondaars.”[17]


De zegels en de rede van Jezus. Wie met de evangeliën bekend is, zal zich ongetwijfeld bewust zijn van het verband tussen de rede van Jezus in Matteüs 24 (vgl. Markus 13 en Lukas 21) en de zegels uit Openbaring. Zo merkt Van der Laan op: "Bij de apokalyps van Johannes moet men ook teruggrijpen op het onderwijs van Jezus, met name op zijn eschatologische reden zoals die gedokumenteerd zijn in Mattheüs 24, Markus 13 en Lukas 21. De apokalyps is mede gefundeerd in Christus' eschatologische reden."[18] Die opmerking is zeer terecht, zoals we kunnen aflezen uit het schematische overzicht hieronder. Daarin zijn de gebeurtenissen verwerkt die volgens Jezus én volgens de zegels moesten plaatsvinden voorafgaand aan het einde van de wereld (Fig. 6). Zoals uit het overzicht blijkt, is er dus zowel in de rede van Jezus als bij zegels een duidelijk en direct verband tussen deze gebeurtenissen en de komst van de Mensenzoon, ofwel de ‘dag van de Heer’.


Tot op heden leven wij nog in de periode van de ‘tekenen des tijds’, waarin vervolging en waarschuwing een belangrijk aandeel hebben. Het is onbekend wanneer de dag aanbreekt dat deze zullen plaatsmaken voor de ‘dag van de Heer’, de dag van het oordeel. Wat we wel weten is dat vervolging en waarschuwing zullen doorgaan totdat ook het allerlaatste en definitieve teken is vervuld. Dat is volgens Jezus de wereldwijde verkonding van de komst van Gods koninkrijk: “Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.”[19] Daarbij dienen we tegelijkertijd te bedenken dat Jezus ook heeft gezegd dat niemand de dag en het uur weet waarop Hij zal komen om te oordelen. Zijn dringende advies is en blijft dan ook “Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.”[2


--------------------

Rede van Jezus


-----------------------

Mat.24.1


-----------------------

 Mat.24.6


----------------------

 Mat.24.7


----------------------

  (Luk.21.11)


---------------------

Mat.24.9-10


-------------------

Mat.24.29

 

Mat.24.30

----------------------

----------------------------------------------------------------

Tekenen des tijds

De rede

----------------------------------------------------------------

Zegetocht van evangelie [1]


----------------------------------------------------------------

Oorlogen


----------------------------------------------------------------

Hongersnood/aardbeving


----------------------------------------------------------------

Epidemieën


----------------------------------------------------------------

Vervolgingen


----------------------------------------------------------------

Teken in zon/maan/ sterren

 

Teken wederkomst Mensenzoon

----------------------------------------------------------------

--------------------------------

Tekenen des tijds

De zegels

-------------------------------

Antichrist (valse Christussen)

(Mat.24.4-5)

--------------------------------

Oorlogen


--------------------------------

Hongersnood


--------------------------------

Zwaard/pest/wilde dieren)


--------------------------------

 Vervolgingen (slachtoffers)


--------------------------------

Teken in zon, maan en sterren

 

Wederkomst voor de deur

--------------------------------

----------------------------- 

De eerste zes zegels


-----------------------------

1e zegel

Openb.6 1-2

-----------------------------

2e zegel

Openb.6.3-4

-----------------------------

 3e zegel

Openb.6.5-6

-----------------------------

4e zegel

Openb.6 7-8

--------------------------

5e zegel

Openb.6 9-11

---------------------------

6e zegel

Openb.6.12-16

(vers 17)

------------------------------

   Fig.5 ‘Tekenen des tijds’ in de rede van Jezus en in de zegels


‘Tekenen des tijds’

Alle gebeurtenissen die Jezus in zijn rede noemt - en die we ook terugzien bij de zegels - kunnen we op grond van Matteüs 24 met recht 'tekenen des tijds' noemen. Daar lezen we dat Jezus tegen zijn leerlingen zei dat de dag zal komen dat de schitterende tempel in Jeruzalem zal worden verwoest. Dit maakte diepe indruk op hen, temeer nog omdat zij die verwoesting ook associeerden met het einde van de wereld. Dan stellen zij Hem deze vraag: “Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?” Het antwoord van Jezus was zijn rede over de tekenen die aan zijn komst moeten voorafgaan (Fig.5). In de loop der eeuwen hebben die tekenen van tijd tot tijd steeds weer plaatsgevonden. De geschiedenis getuigt van minder grote tot extreem grote rampen.[2] Dankzij onze moderne communicatiemiddelen horen we bijna dagelijks over nu eens hier en dan weer daar aardbevingen, overstromingen en allerlei andere rampen, waaronder de recente wereldwijde Covid-19 epidemie. Omdat deze rampen door de snelle berichtgeving bijna een ‘gewoon’ verschijnsel zijn geworden - en ze bovendien voor een aanzienlijk deel ook wetenschappelijk te verklaren zijn - is het maar al te gemakkelijk te vergeten dat we ze volgens Jezus moeten beschouwen als ‘tekenen des tijds’. Elke keer als we ermee worden geconfronteerd, zou dat voor ons een herinnering moeten zijn dat Jezus herhaaldelijk heeft gezegd dat we altijd waakzaam moeten zijn. Een aantal opmerkelijke tekenen zijn bedoeld om ertoe bij te dragen deze waakzaamheid te versterken.


Opmerkelijke tekenen

De laatste helft van de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw waren bijzondere tijden, vooral als we ze zien in het licht van de ‘tekenen des tijds’ waarbij we nu zullen stilstaan. Er vonden ingrijpende gebeurtenissen plaats die de aandacht trokken van zowel het christelijke als het seculiere deel van de bevolking van West-Europa en Noord-Amerika. We laten hieronder in chronologische volgorde de meest frappante gebeurtenissen de revue passeren.

 

1)     De aardbeving van Lissabon, november 1755 (gevolgd door een tsunami en grote branden)

Volgens een ooggetuige speelde de volgende catastrofe zich op die fatale dag af. Het was twintig voor tien uur ’s morgens, zaterdag 1 november 1755, toen de aarde trilde. Een aardbeving van naar schatting tussen de 8.5 en 9 op de Schaal van Richter deed de hel losbarsten. Het duurde zes volle minuten. De aardbeving was zo hevig dat de schokken voelbaar waren tot in onze streken. Voor de Portugezen was het alsof het einde van de wereld was aangebroken. Dit was een van de grootste drama’s uit onze moderne Europese geschiedenis. Ook de Franse filosoof Voltaire was er diep van onder de indruk, zoals blijkt uit zijn gedicht Poème sur le Désastre de Lisbonne. De aardbeving en de daardoor ontstane tsunami eisten in Portugal alleen al naar schatting 40.000 slachtoffers. Doordat de vele kaarsen die waren aangestoken om Allerheiligen te vieren waren omgevallen, ontstonden talrijke onblusbare brandhaarden. De vuren wakkerden aan tot een gigantische vuurzee in de nacht van 1 op 2 november. Op enkele plaatsen bereikte de temperatuur 1000 °C. Lissabon was van de kaart geveegd. Sommige bronnen, zoals de ooggetuige Charles Davy, spreken niet van 40.000 maar zelfs van 60.000 doden. Door deze ramp vielen naar schatting ook nog eens 10.000 doden in Marokko. In 1755 was Lissabon een der grootste steden van Europa en deze aardbeving staat te boek als een van de meest vernietigende en dodelijkste aardbevingen in de geschiedenis.[3]

 

2)   ‘De donkere dag’ van 19 mei 1780

Op deze ‘dark day’ werd overdag een ongebruikelijke verduistering van de hemel waargenomen boven de staten van New England en delen van Canada. Professor Samuel Williams van Harvard University schreef dat “overal kraaiden de hanen alsof de dag aanbrak, voorwerpen kon je alleen van heel dichtbij zien, het was bijna zo donker als de nacht…” Voor een groot deel van de gelovige bevolking van New England was de plotselinge zonsverduistering een Bijbels teken. De later beroemde theoloog en auteur Timothy Dwight schreef: “De meesten dachten dat de oordeelsdag was aangebroken.” De Boston Independent Chronicle publiceerde een bericht waarin stond dat dit een onheilspellend teken was van Gods wraak op het land en de directe voorbode van de laatste dag, wanneer de zon zal worden verduisterd en de maan haar licht niet zal geven. In Salem gaf de plaatselijke predikant, Nathaniel Whitaker, zijn gemeenteleden er flink van langs: deze ‘donkere dag’ was een straf van de Almachtige voor de zonden die ze hadden begaan. Naar verluidt waren er leden die handenwringend zaten te luisteren of ze de laatste bazuin konden horen klinken, wat de komst van de Gods oordeelsdag zou betekenen.[4]


3)     De Franse Revolutie: 1798 de paus in gevangenschap

Binnen tien jaar na ‘de donkere dag’ vond de volgende ingrijpende gebeurtenis plaats, de Franse Revolutie (1789-1799). Deze bracht niet alleen enorme maatschappelijke en politieke veranderingen teweeg, maar had ook zeer ingrijpende gevolgen op religieus gebied. De paus kwam in de problemen toen Napoleon het opperbevel had gekregen over de Franse troepen in Italië. Paus Pius VI had besloten tot onderhandelen met de Fransen. Maar niet veel later braken er weer vijandelijkheden uit en op 15 februari 1798 werd de Romeinse Republiek tot vazalstaat van Frankrijk gemaakt. Paus Pius verzette zich tegen deze annexatie door het Franse Rijk. Hierdoor werd de doodzieke paus gevangen genomen en naar Frankrijk gebracht (1798). Op zijn verzoek om hem in Rome te laten sterven, antwoordde een Franse generaal: “Sterven kunt u overal.” Uiteindelijk stierf Pius VI in Valence in Frankrijk.[5]


4)     De bijzondere sterrenregen van 13 november 1833

Hoewel deze sterrenregen past in een regelmatig terugkerende cyclus van meteorenzwermen van de Leoniden, onderscheidde deze zich van alle voorgaande. Daarvan getuigen verschillende bronnen. De Leoniden hebben wel eens vaker een extreem hoge activiteit vertoond, maar de sterrenregen in Noord-Amerika in het jaar 1833 was enorm indrukwekkend. Ooggetuigen rapporteerden tot 1000 meteoren per minuut, waaronder veel vuurbollen, gedurende ongeveer een half uur.[6] Op de site van Weerplaza lezen we: “De Leoniden pieken iedere 33 jaar, maar de piek varieert sterk. Onwaarschijnlijk heftig waren de pieken van 1966 en 1833. Op sommige delen van de aarde werden toen meer dan 100.000 meteoren in een uur waargenomen. Wereldberoemd is de tekening van Karl Jauslin van de Leonidenstorm op 13 november 1833. Jauslin maakte het schilderij op basis van het ooggetuigen verslag van Joseph Harvey Wagoner die het zag toen hij van Florida naar New Orleans reisde. De hoeveelheid meteoren was zo groot dat men de vergelijking maakte met sneeuwvlokken.”[7]


5)     Verval van het Ottomaanse Rijk

Het islamitische Ottomaanse Rijk bestond van 1299 tot 1922. Tot in de 18e eeuw was dit Rijk een serieuze rivaal vooral van Rusland en Oostenrijk. Maar sinds de tijd van Napoleon was het Ottomaanse Rijk geen echte bedreiging voor Europa en tegen het midden van de 19e eeuw was het zelfs op sterven na dood. Het eens zo machtige Rijk was dus ten tijde van de tekenen in zon maan en sterren sterk in verval geraakt en zou spoedig bekend staan als ‘de zieke man van Europa’.[8]

 

6)     Eerst het einde van de grote vervolging – daarna de tekenen in zon, maan en sterren

Als laatste bijzondere gebeurtenis uit deze periode noemen we het einde van de zware vervolgingen. Jezus had in zijn rede gezegd dat er een tijd zou komen van verschrikkelijke verdrukking die bijna niemand zou kunnen overleven. Daarvan zijn talloze voorbeelden uit de kerkgeschiedenis voorhanden. Ter illustratie volgen hier enkele voorbeelden. De Katharen werden door de Inquisitie, onder toezicht van het Pausdom, volledig uitgeroeid (1329). Ook de Waldenzen werden zwaar vervolgd. Maar ondanks alle gruwelen die hen overkwamen, hebben zij de vervolgingen overleefd. In de 16e eeuw zijn ze opgegaan in de grotere Protestantse Reformatie (1532). Vanaf die tijd staan ze bekend als Hugenoten. Ook toen hebben ze nog verdere vervolgingen te verduren gehad. Het bekendste voorbeeld daarvan is wel de Bartholomeusnacht (of Parijse bloedbruiloft) van 23 op 24 augustus 1572. De schattingen van het aantal slachtoffers van deze massale moordpartij variëren tussen de10.000 en 30.000. Pas ten tijde van de Franse Revolutie konden de overgebleven Hugenoten weer openlijk voor hun geloof uitkomen. Uiteraard zijn bij ons ook de hevige vervolgingen bekend die ten tijde van de Reformatie in de Nederlanden plaatsvonden. In 1564 pleitte Willem van Oranje in de Staten-Generaal voor meer gematigdheid in de kettervervolging. Maar de Rooms-katholieke koning Filips II van Spanje wilde daar absoluut niets van weten. Niet alleen in ons land maar ook elders in Europa hebben standvastige Bijbelgelovigen nog lang te maken gehad met zware vervolgingen. Vele duizenden martelaren hebben omwille van het geloof hun leven moeten geven. Jezus had echter in zijn rede óók vermeld dat direct ná de grote vervolging deze specifieke tekenen zouden plaatsvinden: “Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen.”[9]. Het is dus een historisch gegeven dat al de voornoemde opmerkelijke tekenen des tijds pas werden vervuld toen “de verschrikkingen van die dagen” voorbij waren.


Impact van de tekenen

Deze opmerkelijke tekenen des tijds moeten vanwege hun bijzondere karakter wel een grote impact op de gelovigen uit die tijd hebben gehad. Het is daarom de moeite waard om wat extra aandacht te schenken aan het bijzondere element van deze tekenen.


Uitzonderlijk. In de loop der geschiedenis hebben zich altijd wel aardbevingen, zonsverduisteringen en sterrenregens voorgedaan. Maar uit de korte beschrijvingen hierboven is gebleken dat dit specifieke tekenen waren die niet behoren tot de categorie van ‘dertien in een dozijn’. De aardbeving van Lissabon had een zeer diepe indruk gemaakt en dat geldt niet minder voor de ‘donkere dag’ en de sterrenregen. Het is niet verwonderlijk dat theologen probeerden al deze rampen in een Bijbels profetisch perspectief te plaatsen. Een aanzienlijk aantal van hen, zowel in Europa als in Amerika, beschouwden de uitzonderlijke aardbeving als een eerste teken van wat de mensheid volgens het zesde zegel te wachten stond, met als climax de dag van Jezus wederkomst.

 

Relatief kort tijdsbestek. Het is ook opvallend dat deze indrukwekkende tekenen allemaal plaatsvonden binnen het tijdsbestek van slechts één eeuw, van de laatste helft 18e eeuw tot en met de eerste helft van de 19e eeuw.


Geografische factor. Verder is het opmerkelijk dat deze specifieke natuurverschijnselen zich allemaal voordeden in de christelijke wereld van West-Europa en Noord-Amerika. Ze vonden niet plaats ‘ver van huis’ maar in hun eigen vertrouwde wereld.


Pausdom en Ottomaanse Rijk. Al sinds de Middeleeuwen, maar vooral vanaf de 16e eeuw, speelden deze twee machten een belangrijke rol bij de verklaringen van de Openbaring. Vooral onder de Amerikaanse Bijbelverklaarders was men van mening dat de bazuinen en schalen betrekking hadden op het Pausdom, de Saracenen en Ottomanen. Nu de Paus gevangen was genomen (1798) en de macht van het Ottomaanse Rijk zienderogen afnam, meenden velen op grond van hun interpretatie dat het einde met rasse schreden naderde. Of men deze interpretatie nu wel of niet deelt, het feit blijft dat de ontwikkelingen rondom het Pausdom en het Ottomaanse Rijk met grote profetische belangstelling werden gevolgd.

 

Het ultieme ‘teken des tijds’: wereldwijde verkondiging ‘koninkrijk van de hemel’

In de context van deze tekenen des tijds uit de 18e en 19e eeuw moet hier nog een andere belangrijke factor worden genoemd. Jezus had in zijn rede gezegd dat ‘het evangelie van het koninkrijk’ in de hele wereld verkondigd zou worden en dat dán het einde zou komen.[10] Het kan niet toevallig zijn dat er juist in de 18e en 19e eeuw sprake was van een reeks indrukwekkende geestelijke opwekkingsbewegingen. Die deden zich vooral voor in Amerika en Europa en staan bekend als The Great Awakenings.


De First Great Awakening vond plaats in het Noordoosten van de Verenigde Staten in de jaren '20 en ‘30 van de 18e eeuw. Dat was slechts een dertigtal jaren voorafgaande aan de aardbeving van Lissabon (1755). Jonathan Edwards, theoloog en predikant uit Massachusetts, was degene die aan de basis van deze opleving stond. Deze Awakening zal er zeker toe hebben bijgedragen dat de gelovigen in zijn dagen ontvankelijker waren geworden voor de ‘tekenen des tijds’ en dat ze deze grote aardbeving als zodanig ervaren zullen hebben. In Engeland waren John Wesley en George Whitefield de grote leiders van de opwekking. Hun evangelisatie leidde tot het ontstaan van de Methodistenkerk.[11]

 

De Second Great Awakening (ong. 1800-1830) richtte zich vooral op mensen buiten de kerk. Bij deze opwekking vervulde Charles Finney een sleutelrol, maar ook James Finley, Lyman Beecher, Alexander Campbell en anderen hadden een groot aandeel in deze beweging. Ook deze tweede opwekking had vooral in Amerika grote invloed op het geestelijke leven. Maar daarnaast was er ook in andere delen van de wereld sprake van grote belangstelling voor de evangelieverkondiging, zelfs tot in Australië toe. Ook onder protestanten in diverse Europese landen vond er aan het begin van de 19e eeuw een opleving plaats. In Nederland begon de beweging bij de dichter Willem Bilderdijk. Hij bracht zijn religieuze ideeën onder andere over op Isaäc da Costa, Abraham Capadose, Willem de Clerq en Guillaume Groen van Prinsterer. Dat waren allemaal personen die enige tijd daarna een grote rol zouden gaan spelen binnen het Reveil in Nederland (1817-1854).[12]

 

Wereldwijde verkondiging. Met Johannes de Doper en Jezus van Nazaret begon de verkondiging van het 'evangelie van het koninkrijk'. De evangelist Matteüs vermeldt wat hun boodschap inhield: “Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!”[13] Daaruit blijkt dat de oproep om ‘tot inkeer’ te komen weliswaar een zeer belangrijk aspect van de evangelieverkondiging is, maar niet het einddoel. Bekering is een noodzakelijke voorwaarde om burger van dat koninkrijk van de hemel te kunnen worden. Zoals Jezus later tegen Nicodemus zei: “Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.”[14] De grote opwekkingsbewegingen waren dringende oproepen tot bekering. Een van de directe gevolgen van de tweede Great Awakening was dat in veel landen Bijbelgenootschappen werden opgericht en zendingsgenootschappen gesticht.[15] Die gaven een geweldige impuls aan de wereldwijde verkondiging van het evangelie met een daaruit voortvloeiende oproep tot bekering.


“IK KOM SPOEDIG ..…”

Bij de Great Awakenings lag de nadruk dus vooral op bekering en nog niet zozeer op de komst van het ‘koninkrijk van de hemel’. Maar dat veranderde toen de Great Advent Awakening plaatsvond (1800-1844).

 

Van ‘Great Advent Awakening’ naar ‘Great Disappointment’

Volgens Walter Martin, evangelicale theoloog en auteur (overleden 1989), bracht deze Great Advent Awakening een ware schok teweeg in de religieuze wereld van de eerste helft van de 19e eeuw.[16] In theologische kringen in Europa werd in die dagen druk gespeculeerd over de wederkomst van Jezus. Al spoedig was dat ook in Amerika het geval. Een groot aantal Bijbelcommentatoren van verschillende geloofsrichtingen was tot de overtuiging gekomen dat de wederkomst van Jezus ergens rond het jaar 1843 zou plaatsvinden. Die overtuiging was gebaseerd op een gedeelte uit het Bijbelboek Daniël en met name Daniël 8.14. Eén van deze commentatoren was William Miller, een Amerikaanse Baptisten predikant. Net als andere uitleggers van de Schrift in die tijd (en zelfs lang daarvoor) was Miller van mening dat de ‘2300 avonden en morgens’ uit die tekst 2300 profetische dagen waren, die in werkelijkheid 2300 letterlijke jaren voorstelden. Op grond daarvan had hij met behulp van de chronologie van Aartsbisschop Ussher zelfs een precieze datum berekend, 22 oktober 1844. Op die dag zou het heiligdom, waarover in Daniël 8.14 wordt gesproken, worden gereinigd ofwel hersteld. In Miller’s visie was het heiligdom een symbolische voorstelling van de aarde. Op die dag zou Jezus dus komen om deze zondige wereld te reinigen, ofwel in haar oorspronkelijke volmaakte staat te herstellen. Het koninkrijk van God zou op aarde worden gevestigd. Volgens Christianity Today [17] had Miller meer dan 50.000 volgelingen en waren er nog minstens een miljoen anderen die hem met belangstelling en vol verwachting volgden. Miller had weliswaar volkomen gelijk dat Jezus spoedig zal komen, maar hij had een onnodige vergissing gemaakt door er een precieze datum voor te bepalen. Jezus had immers in zijn rede ook gezegd: “Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.”[18] Voor de vele, vele duizenden die onder zijn gehoor hadden gezeten en van zijn uitleg waren overtuigd geraakt, was dit een bittere ervaring. Hun teleurstelling staat dan ook bekend als The Great Disappointment.


Walter Martin benadrukt echter ook dat zowel in Europa als in Amerika vele tientallen Bijbelwetenschappers in hun studie van de profetieën tot vrijwel dezelfde conclusie als Miller waren gekomen. Miller was dus geen excentrieke of fanatieke figuur, maar slechts één van de vele theologen die de vervulling van Daniël 8.14 rond het jaar 1843/1844 verwachtten.


Na de ‘Great Disappointment’

Zoals te verwachten, leidde het uitblijven van de wederkomst tot veel hoon en spot voor de volgelingen van Miller. Vrijwel al zijn aanhangers namen nu ook openlijk afstand van hem en voegden zich bij de spotters en critici. Maar ondanks de bittere teleurstelling van de gelovigen was de prediking van Miller niet geheel zonder blijvend resultaat. Groepjes ontgoochelde gelovigen zochten elkaar op. Na verloop van tijd leidde dat tot twee denominaties: de Advent Christian Church (First-day Adventists) en de Seventh-day Adventist Church. Niettegenstaande de ‘grote teleurstelling’ hebben beide denominaties in hun officiële leer bewust en uit volle overtuiging een clausule opgenomen met daarin een verklaring dat zij de wederkomst van Jezus spoedig verwachten, al onthouden zij zich begrijpelijkerwijs wel van een specifieke tijdsaanduiding.[19]


De gevestigde kerken, daarentegen, namen wat de wederkomst betreft (weer) genoegen met de formulering uit de Apostolische Geloofsbelijdenis, waarin staat dat Jezus na zijn opstanding is “opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden” - zonder daarbij enige nadere invulling van hun wederkomstverwachting te geven.


Wat de Great Advent Awakening en de daarop volgende Great Disappointment verder ook mogen betekenen, de wederkomst van Jezus was er weer nadrukkelijk door onder de aandacht gebracht.


Gods eindtijdklok tikt gestaag door

Johannes de Doper en Jezus van Nazaret hebben Gods eindtijdklok in gang gezet. Vanaf dat moment begon het wachten op en uitzien naar de wederkomst. Door de eeuwen zijn er steeds ‘tekenen des tijds’ geweest en de hele cluster van bijzondere tekenen die we hierboven hebben besproken, is een bevestiging dat het koninkrijk van de hemel voor de deur staat. We moeten ons realiseren dat het uur van zijn komst niet afhangt van de vraag of er nu wel niet nog meer Great Awakenings en Great Disappointments zullen komen - met spotters en alles wat erbij hoort. Op Gods tijd zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt. Niet eerder en niet later.

 

De apostel Petrus wees er al op dat in de eindtijd spotters zullen komen die zeggen: “Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.” Daarom waarschuwt Petrus verderop in zijn brief dat: “De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.”[20] De apostel Paulus zegt dat deze “dag van de Heer” zal worden aangekondigd door het blazen van Gods bazuin: “Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen.”[21] Alle ‘tekenen des tijds’ wijzen erop dat Gods bazuin spoedig zal klinken. Gods eindtijdklok tikt onvermoeibaar verder - tot aan de dag van de wederkomst.


Maar vóórdat deze bazuin van God klinkt, die met de komst van Jezus gepaard gaat, moeten eerst nog de zeven oordeelsbazuinen van het zevende zegel worden geblazen.


 


 
[1] Bij de vergelijking tussen het 1e zegel en Matteüs 24 is sprake van fundamenteel verschil van inzicht onder commentatoren

[2] Voor oorlogen en rampen zie bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Dodental . Voor epidemieën zie https://wibnet.nl/geneeskunde/ziektes/de-10-ergste-epidemieen-aller-tijden 

[3] https://pieterserrien.be/2015/11/01/260-jaar-geleden-aardbeving-lissabon-1-november-1755/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Aardbeving_Lissabon_1755 ; https://g-geschiedenis.eu/2015/11/30/de-aardbeving-van-lissabon/

[4] https://nl.qaz.wiki/wiki/New_England's_Dark_Day ; https://historicipswich.org/2020/05/15/the-dark-day-1780/ ; https://www.newenglandhistoricalsociety.com/new-england-dark-day-may-19-1780/

[5] https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Pius_VI

[6] https://wetenschap.infonu.nl/sterrenkunde/161176-vallende-sterren-in-november-de-leoniden-meteorenzwerm.html ; http://hemel.waarnemen.com/meteoorzwermen/Leoniden_2021.html

[7] https://www.weerplaza.nl/weerinhetnieuws/meteorenzwerm-leoniden-piekt-dinsdag-maar-verwacht-geen-spektakel/6670/

[8]https://nl.wikipedia.org/wiki/Zieke_man_van_Europa#:~:text=De%20zieke%20man%20van%20Europa%20was%20de%20bijnaam%20van%20het,van%20vooral%20Rusland%20en%20Oostenrijk.

[9] Matteüs 24.29-30

[10] Matteüs 24.14

[11] https://www.georgiaencyclopedia.org/articles/arts-culture/george-whitefield-1714-1770

[12] https://www.historischnieuwsblad.nl/het-reveil-in-nederland-1817-1854/

[13] Respectievelijk Matteüs 3.2 en 4.17

[14] Johannes 3.3

[15] Bijbelgenootschappen: https://en.wikipedia.org/wiki/Bible_society#:~:text=The%20first%20organisation%20called%20The,to%20Bible%20production%20in%20Welsh (Eerste moderne Bijbelgenootschap: British and Foreign Bible Society in1804)

Zendingsgenootschappen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Christelijke_zending (eerste moderne genootschap: de Baptist Missionary Society, opgericht in 1792 door de Engelsman William Carey)

[16] https://biblicalstudies.org.uk/pdf/eternity/07_10_06.pdf

[17] https://www.christianitytoday.com/history/people/denominationalfounders/william-miller.html

[18] Matteüs 24.36

[19] https://en.wikipedia.org/wiki/Advent_Christian_Church#The_Advent_Christian_Statement_of_Faith (statement nummer 7) en www.adventist.nl : ‘Fundamentele geloofspunten’ (nummer 25)

[20] 2 Petrus 3.4,10

[21] 1 Tessalonicenzen 4.16 


vorig hoofdstuk

Volgend hoofdstuk

Share by: