Het zevende zegel-commentaar

 IX SERIE A: HET ZEVENDE ZEGEL - COMMENTAAR

(8.1-11.19)

 

Voordat we tot commentaar op het zevende zegel kunnen overgaan, dienen we eerst aandacht te schenken aan het eerste intermezzo uit deze serie. Tussen het zesde en zevende zegel kreeg Johannes een tweedelig tussenvisioen. De rol en betekenis daarvan moeten we zien in het licht van de zegels.

 

Het eerste intermezzo (7.1-17)

Bij het zesde zegel vonden de tekenen plaats die erop wezen dat de ‘dag van de Heer’ voor de deur stond. Dat beseften “de mensen die op aarde leven” maar al te goed. Daarom maakte panische angst zich van hen meester (6.15-17). Maar hoe zal het Gods trouwe volgelingen dan vergaan? Dit intermezzo geeft ons een kijkje achter de schermen.


a)     Veilig verzegeld voor de ‘dag van de Heer’

Johannes ziet vier engelen die de ”vier winden van de aarde” vasthouden. Die winden blijken een beeld te zijn van de verwoestende krachten en machten die zich zullen manifesteren wanneer straks de zeven bazuinen worden geblazen. Ze mogen pas worden losgelaten nadat “het zegel van de levende God” is aangebracht bij de mensen die daarvoor in aanmerking komen (7.1-3).

 

Deze verzegeling doet Bijbelkenners denken aan de profeet Ezechiël. De stad Jeruzalem was in zijn tijd rijp geworden voor Gods oordelen. In een visioen zag hij dat er op Gods bevel zeven mannen verschenen: zes met een dodelijk wapen en één met een inktkoker. Tegen die laatste zei de Heer: “‘Maak een ronde door Jeruzalem, en zet een merkteken op het voorhoofd van iedereen die jammert en klaagt om de gruwelijke dingen die er in de stad gebeuren.’ Tegen de zes anderen hoorde ik hem zeggen: ‘Ga achter hem aan, trek ook door de stad en dood iedereen. Jullie moeten geen medelijden tonen, jullie mogen geen medelijden kennen.’”[1] In dit visioen van Ezechiël waren degenen die het merkteken hadden ontvangen veilig voor Gods oordeel. Johannes ziet nu dat Gods dienaren op vergelijkbare wijze worden verzegeld om op die ‘grote dag’ van de toorn van God en het Lam te kunnen bestaan.

 

b)     De onafzienbare menigte uit alle volken: veilig in Gods tempel

Dit visioen van de grote menigte voor Gods troon moet een bron van troost en bemoediging zijn geweest voor alle standvastige gelovigen die in de loop der eeuwen wél hun leven hebben verloren. De menigte bestaat uit martelaren die “uit de grote verschrikkingen gekomen zijn.” Daarom mogen ze straks God dag en nacht in zijn tempel vereren en Hij “…zal alle tranen uit hun ogen wissen” (7.14-16).

 

Met deze bemoedigingen kunnen we met een gerust hart het openen van het zevende zegel tegemoet zien, zelfs als dan de vreselijke oordelen onder de bazuinen zullen plaatsvinden.

 

COMMENTAAR OP HET ZEVENDE ZEGEL


Geen ‘patroon van herhalingen’

In de voorgaande hoofdstukken van deze serie hebben we gewerkt aan een juiste beeldvorming van de inhoud en structuur van de verzegelde boekrol. Dat heeft ertoe geleid dat we direct vanuit de Bijbeltekst tot het inzicht zijn gekomen dat de eerste zes zegels en het zevende zegel (de bazuinen) samen één ononderbroken chronologische serie vormen. In Hoofdstuk VIII hebben we dan ook de conclusie getrokken dat er bij de zegels en bazuinen géén sprake is van een ‘patroon van herhalingen’. Dit betekent echter wel dat - op grond van deze conclusie - onze visie op de bazuinen haaks zal staan op de uitleg die commentatoren traditioneel van de bazuinen hebben gegeven. Niettemin geven we er de voorkeur aan ons eigen commentaar niet te baseren op die traditie, maar op een zorgvuldige analyse van de structuur van de Openbaring als geheel en van de zegels in het bijzonder.

 

Historisch perspectief

Uit het visioen van de verzegeling bleek dat Gods dienaren éérst verzegeld moeten worden voordat ‘de vier winden’ mogen worden losgelaten. Pas wanneer dat gebeurd is - en niet eerder dan dat - mogen de bazuinen worden geblazen. Vanuit historisch perspectief gezien, leven wij dus in de tijd dat de verzegeling plaatsvindt, de bijzondere tekenen van het zesde zegel, en in afwachting van de opening van het zevende zegel.

 

Zolang dit zegel nog niet is geopend, heeft er nog geen enkele bazuin geklonken. Daarom kan er bij een commentaar op de bazuinen nog geen sprake zijn van enige historische vervulling ervan. Desondanks verdienen de bazuinen onze onverminderde belangstelling.


HET ZEVENDE ZEGEL: OORDEEL


Het zevende zegel geopend

Stilte voor de storm. Voor de gelovigen die leven in afwachting van de opening van het zevende zegel zijn het spannende tijden Blijkbaar wordt ook in de hemel vol spanning daarop gewacht. Want Johannes vermeldt in zijn verslag dat er een half uur stilte heerst vóórdat dit zegel wordt geopend.

 

Indrukwekkend gebeuren. Na dat halve uur verschijnt een engel met een wierookschaal. De geur van de wierook stijgt samen met de gebeden van alle heiligen op naar God. Dan vult de engel zijn schaal met vuur van het altaar en werpt dat op de aarde. Dit veroorzaakt donderslagen, groot geraas (van stemmen), bliksemschichten en een aardbeving (8.1-5). Het zegel is dan blijkbaar verbroken, want nu mogen de bazuinen een voor een worden geblazen.


Als we zorgvuldig lezen wat daarbij plaatsvindt, ontdekken we dat God in zijn wijsheid gebruik maakt van ervaringen van zijn volk uit het verleden. Die krijgen hier een symbolische rol om ons inzicht te geven in ‘de boodschap’ van de bazuinen.

 

De bazuinen worden geblazen

-Bazuinen 1 t/m 4: Bij het blazen van elk van deze bazuinen treft Gods oordeel een derde deel van

de natuur.

1e Bazuin: de aarde en de bomen (door hagel en vuur)

2e Bazuin: de zee wordt bloed (door vuur): schepen vergaan en zeedieren sterven

3e Bazuin: het drinkwater wordt bitter (door vuur)

4e Bazuin: de zon, maan en sterren geven een derde deel minder licht

 

-Bazuinen 5 en 6: Nadat eerst de natuur is getroffen, zijn nu de mensen zonder het zegel van God aan de beurt.[2]

5e Bazuin: Het is opmerkelijk dat deze sprinkhaanachtige wezens geen belangstelling hebben voor de vegetatie maar wel voor de mensen. Die worden vijf maanden lang vreselijk gepijnigd. Deze afgebakende tijd is ongetwijfeld een aanwijzing dat God de regie in handen heeft en de grenzen ervan bepaalt, ook al staan deze gedrochten onder bevel van de engel van de onderaardse diepte (Abaddon in het Hebreeuws, Apollyon in het Grieks).


6e Bazuin: De vier engelen bij de rivier de Eufraat krijgen nu toestemming hun werk te doen. Het is hun taak een derde deel van de mensheid te doden. Daarvoor komt een enorme cavalerie in actie. De paarden zijn, net als de sprinkhanen, ook merkwaardig samengestelde wezens. Uit hun mond komt vuur, rook en zwavel, waarmee ze mensen zonder Gods zegel doden.


Twee categorieën

Verzegeling en Gods geboden. Uit het intermezzo, waarmee we dit hoofdstuk begonnen, wisten we al dat Gods dienaren verzegeld zullen zijn tegen de tijd dat “de vier winden” worden losgelaten en Gods oordelen over de mensheid komen. De vijfde bazuin laat er geen twijfel over bestaan dat Gods oordelen bestemd zijn voor de mensen zonder het zegel (9.4). Bij de zesde bazuin blijkt dat zij degenen zijn die in zonde leven. Zelfs ná de plaag van de zesde bazuin gaan ze gewoon door met het aanbidden van allerlei afgoden. Daarmee overtreden ze de eerste vier geboden en dat betekent zondigen tegen God. Daarnaast gaan ze ook verder met moorden, toverij, ontucht en diefstal. Daarmee overtreden ze de andere zes geboden en zondigen ze tegen hun naasten.

 

Bij de bazuinen komen dus duidelijk twee categorieën aan het licht: enerzijds de mensen zonder het zegel, die zich niet aan Gods geboden houden en anderzijds Gods dienaren die het zegel hebben ontvangen en zich blijkbaar wél aan zijn geboden houden.

 

Overigens geven verschillende commentatoren aan dat het vrijwel onmogelijk is om stellig te zijn over de vele bizarre details van de vijfde en zesde bazuin. Daarom kunnen we ons het beste beperken tot de grote lijnen en proberen vast te stellen in welk licht we héél het visioen van de bazuinen moeten zien. Als we daarin slagen, is het van ondergeschikt belang of we nu van elk detail wel of niet een uitleg weten te geven.

 

-7e bazuin: ‘Paradise restored’

Met het blazen van de zevende bazuin is niet alleen de climax van het zevende zegel bereikt, maar van alle zegels. Deze bazuin kondigt het definitieve einde aan van het tijdperk van vervolging en oordelen. De ‘grote strijd’ tussen goed en kwaad is nu gestreden en in het voordeel van God beslist. Vanuit de hemel klinkt deze triomfantelijke verklaring: “Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn Messias. Hij zal heersen tot in eeuwigheid” (11.15). Met het aanbreken van Gods heerschappij is ook ‘het herstel van alle dingen’ gerealiseerd. De apostel Petrus had in een van zijn brieven ook al daarnaar verwezen toen hij schreef: “Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.”[3]


Het visioen van de bazuinen begon in de hemel bij de troon van God en het eindigt ook in de hemel. Het begon op indrukwekkende wijze met donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving (8.5). En het eindigt op vrijwel dezelfde wijze, alleen nu nog met zware hagel erbij (11.19).


De vierentwintig oudsten uiten hun dankbaarheid over de komst van Gods heerschappij. Ze weten maar al te goed dat de volken “raasden in woede”. Maar ten slotte is dan toch de tijd gekomen dat God het Laatste Oordeel gaat vellen. Al zijn trouwe dienaren - de “overwinnaars” zoals de Mensenzoon hen noemde[4] - ontvangen nu hun loon. Maar voor hen die de aarde hebben vernietigd, is de tijd gekomen dat ze zelf worden vernietigd.


Naar dit eindoordeel en de nieuwe schepping hebben gelovigen uit alle eeuwen met groot verlangen uitgezien.[5] Zo ook de martelaren toen ze God vroegen hun bloed te wreken (6.10-11). Maar ook de apostel Paulus had de gelovigen met dit vooruitzicht al bemoedigd: “God is inderdaad rechtvaardig: hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt …. dan straft hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit. Op die dag komt hij om te worden geprezen door al de zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn – ook door u, want u hebt ons getuigenis aangenomen.”[6]

 

Gods tempel gaat open

Gods tempel gaat open: de ark zichtbaar. De lang verwachte overgang naar Gods heerschappij wordt gemarkeerd door het opengaan van Gods tempel in de hemel. Voortaan zullen de “overwinnaars” in de nabijheid van God en het Lam mogen verkeren. Tegelijkertijd wordt ook “de ark van het verbond” tussen God en zijn volk zichtbaar. Daarin bevindt zich Gods Wet van de Tien Geboden. Aan deze wet hield zijn volk zich reeds in de tijden voorafgaand aan de wederkomst[7]. Uit liefde tot God zullen ze ook daarná zich voor altijd eraan houden. Niet alleen uit liefde maar ook uit dankbaarheid, omdat ze ten volle beseffen dat ze hun nieuwe en verheven status te danken hebben aan Hem die op de troon zit en aan het Lam (7.10). 

 

Open tempel: deel van een groter geheel

In de evangeliën lezen we dat toen Jezus stierf, het gordijn tussen het heilige en allerheiligste deel van de tempel van boven naar beneden doormidden scheurde. Daardoor werd de ark van het verbond zichtbaar.[8] Wat daar gebeurde, blijkt een diepere betekenis te hebben.


Jezus is “het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.”[9] Toen Hij de geest gaf, had Hij het verzoeningswerk tussen God en de mens volbracht.[10] Dat was het aardse deel van zijn verlossingswerk. Symbolische dierenoffers waren voortaan niet meer nodig. Ook voor de aardse tempel en hogepriester was verder geen rol meer weggelegd. Om zijn verlossingswerk te voltooien, ging Jezus terug naar de Vader om daar als hemelse Hogepriester voor de gelovigen te pleiten[11] en een plaats voor hen klaar te maken. Zolang Hij daarmee bezig was, konden zij nog geen fysieke toegang tot de hemelse tempel krijgen. Maar, zo had Jezus ook gezegd: “Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben.”[12]

 

Bij de zevende bazuin is het zover. Jezus heeft zijn werk als Hogepriester voltooid. Ook de plaats die Hij voor de gelovigen in het huis van zijn Vader zou gereedmaken is klaar, want nu gaat de tempel in de hemel open. Voortaan mogen de gelovigen in de nabijheid van God en het Lam verkeren. Daar zullen zij hen dag en nacht dienen en vereren (1.6; 21.3,7; 22.3,5). Uit hetgeen Johannes later hoort en ziet, blijkt dat het uiteindelijk niet gaat om een fysieke hemelse tempel, maar om Gods nabijheid. In zijn beschrijving van Gods nieuwe schepping, waar de Heilige stad zich bevindt, zegt Johannes: “Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het Lam” (21.22). Daaruit blijkt dat de hemelse tempel ten diepste symbool staat voor de nabijheid van God en het Lam, ongeacht of dat nu in de hemel is of op de nieuwe aarde.


 ‘Exodus symboliek’ bij de bazuinen: einde van vervolging en verdrukking

Dat we bij de zegels in het algemeen en bij de bazuinen in het bijzonder niet met ‘letterlijke gebeurtenissen’ te maken hebben maar met symboliek moet elke lezer inmiddels wel duidelijk zijn. Hoewel het voor een commentator altijd verleidelijk blijft zich te verliezen in allerlei speculatieve verklaringen van de wezens en gedrochten die bij de vijfde en zesde bazuin verschijnen, is het veel zinvoller de aandacht te richten op de betekenis die achter de symboliek schuil gaat. Daarbij dienen we altijd in gedachten houden dat de Openbaring deel is van een groter geheel.[13]


  Plagen bij de Exodus                                                            Plagen bij de zeven bazuinen

    (Exodus 7.14-12.42)                                                              (Openbaring 8.1-11-19


   7e Hagel, donder, bliksem (vuur) en regen                           1e  Hagel en vuur (aarde en bomen)


   1eWater veranderd in bloed                                                        2e  Zee wordt bloed


   1e Water ondrinkbaar (veranderd in bloed)                        3e Water ondrinkbaar (bitter)


   9e Diepe duisternis                                                                         4e Zon, maan, sterren verduisterd


   9e Diepe duisternis                                                                          5e Hemel verduisterd vanwege dikke rookwolken

   8e Sprinkhanen (vegetatie vernield)                                             Sprinkhaanachtige wezens (kwellen de mensen)

 

   X            X                                                                                               6e Vuur, rook, zwavel

 

 10e Exodus: Israël voortaan onder Gods heerschappij     7e Wederkomst: voortaan Gods heerschappij

(verlost uit verdrukking)                                                              (verlost van vervolgingen)               

  Fig.7 Symboliek: plagen en verlossing bij de Exodus en de bazuinen


De Bijbelkenner zal bij de zeven bazuinen ongetwijfeld moeten denken aan de uittocht van de Israëlieten uit Egypte. Het volk had daar lange tijd in slavernij onder grote verdrukking moeten lijden, maar uiteindelijk werden ze op Gods tijd daarvan bevrijd. Na alles wat we bij de bazuinen hebben zien gebeuren, is het niet moeilijk een parallel te zien met betrekking tot de gelovigen. Zij hebben door de eeuwen heen onder zware vervolgingen geleden. Zoals Israël destijds door Mozes werd bevrijd nadat Egypte door plagen was getroffen, zo zullen ook de gelovigen na vergelijkbare plagen door de Mensenzoon van alle vervolging worden bevrijd, als Hij komt op de wolken des hemels.

 

‘Symbolische werkelijkheid’ en ‘historische werkelijkheid’

Waar we in de Openbaring altijd rekening mee moeten houden, is het fundamentele verschil tussen symboliek en werkelijkheid. Bij het verklaren van visioenen, zoals in dit geval de bazuinen, is het niet altijd even gemakkelijk om te kunnen bepalen of de betreffende gebeurtenissen ‘alleen maar symbolisch’ zijn bedoeld óf dat het gaat om gebeurtenissen die ‘letterlijk’ zullen plaatsvinden. De plagen die het land Egypte troffen, waren letterlijke plagen. Zijn de vergelijkbare plagen bij de bazuinen uitsluitend gebruikt als symboliek, of zullen het daar ook letterlijke plagen zijn? We staan in dit verband nu even kort stil bij enkele nauw verwante begrippen: ‘symbolische en historische werkelijkheid’ en ‘letterlijke en symbolische profetieën’.


‘Letterlijke profetie’. In zijn rede over de eindtijd spreekt Jezus over toekomstige rampen en de wereldwijde verkondiging van het evangelie. In dit geval hebben we te maken met letterlijke profetie. Er is geen verschil tussen wat Jezus in zijn profetie letterlijk voorzegt en de historische vervulling daarvan. Met andere woorden, wat in zijn rede een aardbeving of oorlog is, zal dat óók in werkelijkheid bij de historische vervulling zijn.

 

Symbolische profetie. Bij een ‘symbolische profetie’ ontvangt de profeet zijn informatie niet in een letterlijk vorm maar in beelden. Ter illustratie hiervan kunnen we de eerste vier zegels nemen, waar Johannes vier ruiters ziet verschijnen. Deze ruiters, samen met de beschrijving en toelichting die erbij wordt gegeven, is wat Johannes écht ziet. Het is de ‘symbolische werkelijkheid’ van dit visioen. Maar niemand zal bij de ‘historische werkelijkheid’ verwachten dat er dan letterlijk vier ruiters op het wereldtoneel zullen verschijnen. We hebben hier dus te maken met een ‘symbolische werkelijkheid’ en een daaraan gerelateerde ‘historische werkelijkheid’. Wat ‘ruiters’ zijn in de symbolische profetie zullen géén ruiters zijn bij de vervulling ervan Dit onderscheid mag erg simpel lijken, maar het is van essentieel belang om er rekening mee te houden bij het verklaren van symbolische profetieën.[14]

 

Onderscheid niet altijd gemakkelijk te herkennen. Het dient echter ook te worden gezegd dat letterlijke en symbolische profetieën niet altijd scherp van elkaar te onderscheiden zijn. Bijvoorbeeld, in het geval van de zegels zouden we ons kunnen afvragen of de oorlogen en slachtingen waarvan bij de vier ruiters sprake is letterlijke oorlogen zijn - of dat ze symbolisch zijn bedoeld en betrekking hebben op de geestelijke strijd tussen goed en kwaad. Enerzijds blijkt uit het vijfde zegel dat er in elk geval sprake is van een geestelijke strijd want de zielen onder het altaar zijn omgebracht omwille van hun geloof. Maar anderzijds is uit een vergelijking met de rede van Jezus gebleken dat óók letterlijke oorlogen en andere tekenen een rol spelen in het Bijbelse eindtijdscenario van de bazuinen.

Wat we hieruit moeten leren, is dat we bij het interpreteren van ‘symbolische profetie’ er altijd verstandig aan doen voorzichtig te zijn bij het trekken van conclusies. Het is te allen tijde een goede zaak om oog te hebben voor het grotere geheel, waarvan de profetie deel uitmaakt. Dat is vanzelfsprekend van toepassing op heel het boek Openbaring.[15]

 

Einde éérste serie

De zevende bazuin heeft ons gebracht aan het einde van de eerste serie toekomstvisioenen. God heeft de heerschappij over de aarde op zich genomen. De ‘grote strijd’ tussen goed en kwaad is beslist in het voordeel van God en zijn trouwe dienaren. Dit had dus het logische einde kunnen zijn van Gods openbaring aan Johannes. Toch hebben we bij het tweede intermezzo vernomen dat Johannes opnieuw moet gaan profeteren. Uit dat intermezzo kunnen we al enig idee krijgen van de boodschap die Johannes aan de volkeren moet brengen.


Het tweede intermezzo

In Hoofstuk VIII hebben we al geconstateerd dat we bij dit intermezzo te maken hebben met ingewikkelde ‘personen’ en gebeurtenissen. Onder commentatoren staat het visioen van het meten van de tempel en van de twee getuigen (11.1-14) dan ook bekend als een van de moeilijkst te verklaren passages uit heel de Openbaring. Bruce Metzger, een gerespecteerde Bijbelverklaarder, zegt openlijk dat dit hoofdstuk de meeste hoofdbrekens veroorzaakt van heel het boek Openbaring.[16] Dat blijkt eveneens uit de vier delen van Froom waarin een historisch overzicht wordt gegeven van de verklaringen van de profetieën van Daniël en Openbaring. We zullen in elk geval voorlopig tevreden moeten zijn als we hier enkele hoofdzaken kunnen onderscheiden.


De tempel en Jeruzalem. Zo wordt vrij algemeen geaccepteerd dat de tempel een beeld is van de kerk. Het opmeten zou erop wijzen dat God zijn kerk beschermt en bewaart.[17] De tempel lijkt dat deel van de kerk te zijn dat ‘zuiver’ is en blijft. Dat blijkt niet het geval te zijn met Jeruzalem, te midden waarvan de tempel zich bevindt. In het visioen blijkt dat de stad in de loop der tijden aan moreel verval onderhevig is geweest en ze wordt ten slotte vergeleken met het goddeloze Sodom en Egypte (11.8). Die ontwikkeling roept beelden op uit het oude testament, waar het historische Jeruzalem - de stad van God - óók wordt vergeleken met Sodom, en verder nog met de trouweloze echtgenote van God.[18] Dit alles zou kunnen duiden op te verwachten ontwikkelingen in de volgende serie, waarbij dan de gelovigen (de inwoners van ‘Jeruzalem’) van het rechte pad zouden zijn afgeweken.


De twee getuigen. Er bestaan uiteraard ook verschillende visies op deze twee ‘personen’. Door de eeuwen heen zijn deze getuigen vaak geïnterpreteerd als Henoch en Elia, of als Mozes en Elia. Ook in recentere tijden zijn er Bijbelverklaarders, zoals Visser en Beasley-Murray, die menen dat ze Elia en Mozes zijn. De reden die daarvoor wordt aangevoerd, is dat de wonderen die de twee getuigen verrichten veel lijken op die van Mozes en Elia (het toesluiten van de hemel en doen verteren door vuur)[19]. Verder zijn bijvoorbeeld ook Luther en Calvijn, maar zelfs ook de Waldenzen en Albigenzen, kandidaten voor de invulling van de twee getuigen.


Er zijn echter ook tientallen commentatoren die het oude en nieuwe testament beschouwen als de twee getuigen[20]. Deze visie kreeg vooral in de negentiende eeuw veel bijval doordat de Bijbel in 1793, tijdens het ‘Terreur bewind’ van de Franse Revolutie, drie en een half jaar lang tot een verboden boek werd verklaard. Deze ingrijpende gebeurtenis werd beschouwd als de vervulling van ‘de dood en opstanding’ van de twee getuigen (11.7,11).

 

Het is zeker niet overbodig om bij een zó complex visioen als dit intermezzo er nog eens aan te herinneren dat ‘Inspiratie is Gods werk - alle interpretatie is mensenwerk’. We kunnen beter accepteren dat het geven van een juiste (of op zijn minst acceptabele) verklaring van Openbaring 11 niet mogelijk is zolang we niet meer informatie hebben dan ons met dit intermezzo ter beschikking staat. Het ligt echter wel in de lijn der verwachtingen dat we die informatie in de volgende serie toekomstvisioenen zullen krijgen.


Positie en functie van de intermezzo’s

De positie en functie van de twee intermezzo’s verdient hier nog eens onze aandacht. Waar staan ze en waartoe dienen ze?


Het eerste komt tussen het zesde en het zevende zegel (d.i. tussen waarschuwing voor en voltrekking van het oordeel). De gelovigen weten nu dat ze verzegeld worden voordat het oordeel komt en dat biedt hen veiligheid en zekerheid. Het visioen van de enorme menigte is een bemoediging voor de martelaren die bij de eerste vier zegels gedood zullen worden. Dit intermezzo komt dus op een cruciaal moment en dient ter bemoediging van de gelovigen.


Het tweede intermezzo is ook gepositioneerd tussen het zesde en zevende item, in dit geval zijn dat de bazuinen. Het komt op een strategisch moment. Johannes moet opnieuw gaan profeteren en daarnaast heeft God nog twee bijzondere getuigen Ook zij gaan profeteren. Al in Hoofdstuk I hebben we geconstateerd dat er in de Openbaring sprake is van drie series toekomstvisioenen We kunnen dit intermezzo beschouwen als de aankondiging van de tweede serie. Daarin zal God nog alles doen wat nodig is voordat het oordeel aanbreekt. Na dit intermezzo kan deze eerste serie worden afgesloten. Dat gebeurt dan ook: de zevende en laatste bazuin wordt nu geblazen.



 


[1] Ezechiël 9.1-5

[2] Zie het intermezzo hierboven: alléén Gods dienaren werden verzegeld

[3] 2 Petrus 3.13

[4] Zie alle zeven gemeenten: Openbaring 2 en 3

[5] Hebreeën 11.8-10, 39-40

[6] 2 Tessalonicenzen 1.6-10

[7] Zie de zesde bazuin hierboven

[8] Matteüs 27.51; Marcus 15.38; Lucas 23.46

[9] Johannes 1.29

[10] Johannes 19.30; 2 Korintiërs 5.19

[11] Hebreeën 7.11-9.28

[12] Johannes 14.1-3

[13] Zie hiervoor Hoofdstuk II

[14] Denk hierbij bijvoorbeeld aan de enorme verwarring die heerst rond de verklaring van de profetie over Armageddon (Openbaring 16.16) waarbij het onderscheid tussen de symbolische realiteit van het visioen en historische realiteit bij de vervulling vaak totaal wordt genegeerd.

[15] Zie Hoofdstuk II voor meer informatie over dit ‘grotere geheel’

[16] Metzger, p.68: “What follows in chapter 11 has been generally acknowledged to be one of the most perplexing sections of the entire book.”

[17] Bijvoorbeeld Ladd, p.152

[18] Zie o.a. Jeremia 2.1-3.5; Jesaja 1.10-15 en diverse andere O.T. profeten

[19] Visser, p.103; Beasley-Murray, p.183

[20] Zie Froom, vols. 1-4 voor ‘oude en nieuwe testament’. Volgens sommigen zijn het echter alleen “de Wet en de profeten’ (bijvoorbeeld Preston and Hanson, p.88)


vorig hoofdstuk

volgend hoofdstuk

Share by: