Fig.3 Drie kenmerkende zonden en hun straf versus bekering en beloning
Drie gemeenschappelijke thema’s
1) Gevaren.
We hebben hierboven al gezien dat de boodschap van Jezus voor deze zeven gemeenten een gemeenschappelijke aangelegenheid is. In die boodschap komen twee gevaren ter sprake die hun geestelijk welzijn bedreigen. Ten eerste is daar het
gevaar van binnenuit. Op het moment dat de Mensenzoon aan Johannes verschijnt, heeft Hij bij vijf van de zeven bepaalde zonden geconstateerd. Dat moet veranderen, anders zullen die hun relatie met God ondermijnen en uiteindelijk geheel verbreken. Maar er dreigt ook een
gevaar van buitenaf
– en dat is vervolging. Bij een tweetal wordt dat zelfs uitdrukkelijk vermeld (Smyrna en Pergamum). Wat dit betreft ziet de toekomst er niet rooskleurig uit. Er komt zelfs een tijd van “beproeving”, niet alleen voor de zeven gemeenten, maar voor “heel de aarde” (3.10). Daarmee hebben we het eerste gemeenschappelijke thema vastgesteld:
gevaren
die het geestelijk leven van de gemeenten bedreigen, zowel van binnenuit als van buitenaf.
2) Waarschuwing.
Die gevaren brengen ons bij het tweede thema. De Mensenzoon richt een ernstige
waarschuwing
aan deze vijf gemeenten. Ze doen er allemaal goed aan die ter harte te nemen. Wie er geen gehoor aan wil geven, zal daarvan de consequenties moeten dragen. Maar wie zich van zijn zonden bekeert en ook onder vervolging het geloof niet opgeeft, zal tot de ‘overwinnaars’ worden gerekend.
3) Oordeel.
Het derde gemeenschappelijke thema is een logisch vervolg op de twee voorgaande. De Mensenzoon zal komen om te
oordelen. Dan zal Hij iedereen “belonen naar zijn daden” (2.23).
Voor de overwinnaars betekent dit dat zij hun loon zullen ontvangen. Daarentegen zullen degenen die zich niet hebben willen bekeren en niet in het geloof hebben volhard, hun straf moeten ondergaan.
Uit deze drie gemeenschappelijke thema’s blijkt opnieuw dat de zeven gemeenten samen één geloofsgemeenschap vormen. Als zij de vermanende, maar óók bemoedigende boodschap van de Mensenzoon ter harte nemen, zijn ze daarmee op de toekomst voorbereid.
Het einddoel bereiken
We weten uit het voorwoord van Johannes (1.9) dat hij persoonlijk met de zeven gemeenten bekend was, inclusief hun verdrukkingen. Uit de eerste brief van Petrus blijkt dat er in Asia en de omliggende streken al enige tijd verschillende gemeenten bestonden. Petrus richt zich in zijn brief tot deze gelovigen en moedigt hen aan te volharden, ook al moeten ze “nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren”. Hij wijst hen erop dat de beproevingen waaronder ze te lijden hebben, bijdragen tot versterking van hun geloof. Als ze blijven volhouden, zullen ze daarmee “lof, eer en roem” verwerven bij de komst van Jezus Christus. Volgens hem zullen ze dan gered zijn en daarmee “het einddoel” van het geloof hebben bereikt.[1]
Dat einddoel bereiken, is nog steeds wat de Mensenzoon voor ogen staat. Daarom vermaant en bemoedigt Hij hen. Weliswaar zijn de zonden van Efeze en Laodicea zó erg dat ze door Hem verworpen zullen worden,
tenzij ze zich bekeren, maar tegelijkertijd is het overduidelijk dat Hij niet erop uit is hen te straffen. Want aan elke dreiging met straf gaat een oproep tot bekering vooraf. Hij doet dit vanwege de liefde die Hij voor zijn gemeenten koestert. “Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik”, zo zegt Hij tegen Laodicea. Jezus is niet te midden van de lampenstandaards verschenen met de bedoeling er één of meerdere te verwijderen, maar juist om hen in staat te stellen hun licht weer volop te laten schijnen. Om die reden worden de gemeenten opgeroepen zich van hun zonden te bekeren, het geloof niet op te geven en zo het einddoel te bereiken.
De zeven gemeenten: voorbeeldfunctie
Alles wat Jezus over de zeven gemeenten te zeggen had, vinden we opgetekend in het tweede en derde hoofdstuk van de
Openbaring. Inhoudelijk is dat de informatie over “wat er nu is” (1.19). Maar Johannes moet ook nog verslag doen van “wat er hierna gebeuren moet” (4.1). Dat zijn de toekomstvisioenen die nog zullen volgen. Chronologisch gezien vormen de zeven gemeenten dus
de voorhoede
van de gelovigen die vanaf hoofdstuk vier op het apocalyptische wereldtoneel zullen verschijnen.
Dat deze gemeenten
de voorhoede
vormen van de latere generaties gelovigen, zal geen enkele Bijbelverklaarder betwisten. Maar ze verschillen onderling wel van inzicht wat betreft de vraag of deze gemeenten ook nog een verdere betekenis hebben. Zonder daar uitgebreid op in te gaan, kunnen we een drietal visies hierop kort weergeven.
a) Profetisch-symbolische rol. Een aantal exegeten is van mening dat er voor deze zeven gemeenten ook een profetische rol is weggelegd. In hun ogen staan die gemeenten, in dezelfde volgorde als waarin ze door Jezus worden aangesproken, symbool voor zeven achtereenvolgende tijdperken in de kerkgeschiedenis. Efeze vertegenwoordigt daarbij de eerste periode, die van de apostolische kerk. De overige zes symboliseren zes daarop volgende tijdperken. Laodicea is dan de laatste periode, die eindigt met de wederkomst. De geestelijke toestand van een bepaalde gemeente ziet men dan als kenmerkend voor het daarmee corresponderende tijdperk. Van deze visie bestaan diverse varianten die onderling aanzienlijk kunnen verschillen wat betreft gebeurtenissen en de exacte duur van een bepaald tijdperk.[2]
b)
Geen symbolische betekenis.
Andere exegeten wijzen bovenstaande visie af. In de eerste plaats wijzen ze op de gespecificeerde schrijfopdracht die Johannes zojuist heeft ontvangen. In overeenstemming daarmee heeft hij alles over de zeven gemeenten opgeschreven, dus “wat er nu is”. Vervolgens moet hij ook nog opschrijven “wat hierna gebeuren moet” en daarmee komt pas de toekomst, de latere kerkgeschiedenis, in beeld. Zij zijn van mening dat de zeven gemeenten weliswaar een legitieme plaats en rol hebben in de aanvangsfase van het boek
Openbaring,
maar dat hun rol en betekenis daartoe beperkt dient te blijven. De gemeente Efeze zou volgens hen zelfs geen profetische betekenis kúnnen hebben. Want de periode die aan deze gemeente gekoppeld wordt (33-100 na Chr.), was al zo goed als verleden tijd toen Johannes zijn visioenen kreeg (rond 95 na Chr.). Ook kunnen zij de historische feiten van het tijdperk dat aan Smyrna wordt gekoppeld niet rijmen met het geloofsleven van deze gemeente. Smyrna is een van de twee gemeenten waarop de Mensenzoon geen kritiek heeft, terwijl in de kerkgeschiedenis het vermeende ‘Smyrna tijdperk’ (100-315) juist gekenmerkt wordt door veel theologische strijd, kerkscheuringen en ketterijen (bijv. Gnosticisme, Marcionisme, Montanisme, opkomst van de strijd om primaatschap van Rome, etc. etc.). Het is dus juist in de tweede eeuw dat de eerste grote twisten over leerstellige kwesties onder de
christenen onderling
plaatsvindt. Op grond van deze en soortgelijke bezwaren ontkent deze groep Bijbelverklaarders dat de zeven gemeenten een profetische functie zouden hebben.
c)
Voorbeeldfunctie.
Ook al hebben deze Bijbelverklaarders tot op zekere hoogte gelijk, toch gaat het veel te ver om de zeven gemeenten alleen maar te zien als de ontvangers van het boek Openbaring. Het is volledig Bijbels verantwoord er vanuit te gaan dat Johannes de ervaringen van deze gemeenten moest opschrijven om ze als voorbeeld te laten dienen voor latere generaties gelovigen. In diezelfde geest schrijft de apostel Paulus aan de christengemeente in Rome: “Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.”[3]
Zo herinnert hij ook de gemeente in Korinthe aan de ervaringen van Israël: “Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen”.[4]
De Openbaring van Jezus Christus,
inclusief de boodschap aan de zeven gemeenten, laat er geen enkele twijfel over bestaan dat dit einde nu heel dichtbij is gekomen. De zeven gemeenten staan aan het prille begin van de kerkgeschiedenis. De Mensenzoon heeft hen aangesproken op hun fouten en gebreken met de bedoeling hen te helpen het einddoel te bereiken. Op hun beurt kunnen latere generaties gelovigen zich nu aan deze gemeenten spiegelen, om net als zij als overwinnaars te eindigen.
We kunnen dan ook zonder aarzeling stellen dat de zeven gemeenten een belangrijke voorbeeldfunctie hebben voor alle gelovigen uit alle tijden.
Verschillende niveaus
Die voorbeeldfunctie van de zeven gemeenten is van toepassing op verschillende niveaus:
- Persoonlijk. Iedere gelovige kan één of meerdere fasen in zijn leven meemaken waarin zijn geloof het ene moment misschien lijkt op dat van Efeze maar op een later tijdstip mogelijkerwijs meer op dat van Tyatira. In elke fase van zijn geloofsleven kan een gelovige profiteren van de raadgevingen van de Mensenzoon aan die betreffende gemeente.
-Plaatselijk.
Het collectieve geloofsleven van een plaatselijke kerkgemeenschap kan ook lijken op dat van een van de zeven gemeenten. Maar ook zo’n kerk zal in de loop der jaren verschillende fasen doormaken en heeft dan telkens de mogelijkheid zich te spiegelen aan de corresponderende gemeente uit
Openbaring.
-Regionaal.
Het is goed denkbaar dat hetzelfde verschijnsel als hierboven zich voordoet op regionaal niveau. Zelfs een aantal landen in dezelfde regio kunnen op een bepaald moment een Filadelfia-type geloofsleven hebben. Maar dat kan onverhoopt ook veranderen in een Sardes-ervaring. Ook hier is de boodschap van de Mensenzoon dan weer van toepassing.
-Wereldwijd?
Als we kritisch kijken naar het geestelijke leven van de kerken in het rijke Westen, dan constateren we dat daar in onze tijd op grote schaal Laodicea-achtige toestanden heersen. Maar om te stellen dat ‘de kerk’ in onze tijd
wereldwijd
Laodicea is, is niet realistisch. We kunnen onmogelijk volhouden dat de kerken in bepaalde regio’s in Afrika en Latijns-Amerika, waar de gelovigen vol vuur het evangelie beleven en verkondigen, zich in een Laodicea toestand zouden bevinden.
We moeten ons dus hoeden voor het ongenuanceerd benoemen van christenen en christelijke kerken in termen van de zeven gemeenten. De praktijk levert gewoonlijk geen homogeen beeld op, maar op verschillende tijden en op verschillende plaatsen bestaan verschillende toestanden. Eén ding is echter zeker: elke generatie gelovigen, in elk land en in elk tijdperk, kan zich spiegelen aan deze zeven gemeenten. Ook zij mogen er allemaal zeker van zijn dat de Mensenzoon net zoveel belangstelling heeft voor hun geestelijk welzijn als voor de oorspronkelijke gemeenten. Daarom blijft het voor elke generatie van wezenlijk belang te beseffen dat “Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
We weten niet in hoeverre de zeven gemeenten de boodschap van de Mensenzoon ter harte hebben genomen, ook al drong Johannes er bij hen sterk op aan die te lezen en zich eraan te houden. In de hierna volgende visioenen zijn deze gemeenten fysiek zelfs helemaal van het apocalyptische toneel verdwenen. Maar
elke generatie gelovigen
ná deze gemeenten krijgt ook te maken met
de drie thema’s
zonde, waarschuwing en oordeel. Het lijkt dan ook gerechtvaardigd te concluderen dat Jezus deze zeven gemeenten heeft uitgekozen om met zijn boodschap niet alleen hén maar ook alle komende generaties gelovigen op de toekomst voor te bereiden. De boodschap is dan ook onverminderd van kracht, tot aan het einde toe. Maar wat bovenal telt, is dat de liefde, zorg en belangstelling van Jezus voor het geestelijk welzijn van de gelovigen óók blijvend is, tot de tijd dat Hij komt om zijn beloften aan de gemeenten waar te maken.
Tot slot
Is wie het verleden kent, ook op de toekomst voorbereid? De zeven gemeenten waren al een generatie lang bekend met het advies van Paulus, dat gelovigen het voorbeeld van Israël als
waarschuwing
voor ogen moesten houden. Iedere Bijbelkenner weet hoe vreselijk mis het met Israël is gegaan. Gods wetten waren goed en zolang ze Hem trouw bleven, werden ze gezegend. Toch is Israël steeds weer van God afgeweken. Uiteindelijk zijn ze als ballingen in Babylon terechtgekomen. Als we ons dan realiseren hoezeer de Mensenzoon de zeven gemeenten nu al terecht moet wijzen, dan geeft dat te denken. Niet in het minst wat de volgende generaties gelovigen betreft. Zij hebben het voorbeeld van Israël. Ze zijn óók op de hoogte van de zonden waarvoor de Mensenzoon de gemeenten heeft gewaarschuwd. Maar alleen het verleden
kennen, is niet voldoende. Ze zullen ook van het verleden moeten
leren. De vraag is nu, gaat de geschiedenis zich wel of niet herhalen? Zal ‘Babylon’ ook hun ervaring worden? In elk geval zijn ze gewaarschuwd. Verder zal de tijd het leren.
[1]
1 Petrus 1.1,6,9
[2]
Zie bijvoorbeeld
https://www.google.nl/search?ei=NaVIX8L1AdKYkwXAg6zgAQ&q=tijdperken+de+zeven+gemeenten+uit+openbaring&oq=tijdperken+de+zeven+gemeenten+uit+openbaring&gs_lcp=CgZwc3ktYWIQDDIFCAAQzQI6BwgAEEcQsANQhaUBWJDNAWD26AFoBHAAeACAAcUCiAH9DZIBBzYuNS4xLjGYAQCgAQGqAQdnd3Mtd2l6wAEB&sclient=psy-ab&ved=0ahUKEwiC5PHWo73rAhVSzKQKHcABCxwQ4dUDCA0
[3]
Romeinen 15.4
[4]
1 Korintiërs 10.11
vorig hoofdstuk
Volgend hoofdstuk