Daniël 2

Daniël 2


Het tweede hoofdstuk van Daniël vertelt het verhaal van de droom van de koning. Hij krijgt ’s nachts een droom, maar als hij wakker wordt weet hij wel dat het een zeer bijzondere droom is, maar niet meer hoe het precies ging. Hij roept al de wijzen van zijn land bij elkaar en vraagt hun om zijn droom ten eerste te vertellen en daarna de uitleg te geven. Een uitleg geven van een droom is nog wel te doen, al dan niet met wat fantasie en eerbetoon aan de koning, maar een droom vertellen is iets anders. Hij weet ook zeer goed dat de wijzen hem met een uitleg naar de mond zullen praten. Dat het leugen en bedrog is. Hij wil hen testen dat ze de waarheid spreken door hen ook de droom te laten vertellen. De wijzen vertellen dan ook dat dit onmogelijk is. Dit is nog nooit aan iemand gevraagd. De koning wordt zeer boos en geeft bevel al de wijzen te doden. 

Daniël en zijn vrienden die er niet bij waren toen de koning om de droom en uitleg vroeg, worden ook opgepakt om te worden gedood. Daniël vraagt echter om uitstel om de koning de uitleg te gaan geven. Hij krijgt die en samen met zijn vrienden gaat hij eerst naar God bidden om barmhartigheid voor deze verborgenheid. En God is genadig voor hem en zijn vrienden en laat hem ’s nachts in een visioen de droom en uitleg zien. Het eerste wat Daniël doet is God loven in een schitterend loflied.

God kan de gedachten van de mensen lezen (Dan 2: 29). Hij weet dat de koning nadacht over de toekomst. God geeft de droom in vers 1 en verwijdert die weer blijkt in vers 3. Amos 3: 7 vertelt de God niets doet zonder het eerst aan Zijn dienaren, de profeten, te vertellen. Satan zou niets liever ook de gedachten van de koning gelezen willen hebben om de droom aan de magiërs te kunnen vertellen. Maar hij kan dat dus blijkbaar niet. Satan ziet onze acties en door jarenlange ervaring kan hij daarop inspelen om ons te verleiden.

De goden van de magiërs blijken niet bij de mensen te verblijven, terwijl God graag bij de mensen is en ook zelfs als mens in Jezus Christus naar de aarde gekomen is.

(Jes. 46: 9,10) God weet het eind al van het begin. De satan moet er maar naar raden.

Daarna gaat Daniël naar de koning om de droom en uitleg te gaan vertellen. Hij houdt niet de eer aan zijn eigen wijsheid, maar geeft God alle eer, Die hem de verborgenheid verteld heeft. Niet alleen voor dat moment, maar ook voor de toekomst. 

Hij vertelt de koning dat hij een hoog, glanzend, maar ook schrikwekkend beeld voor zich zag in zijn droom. “Het hoofd van dit beeld was van goed goud, zijn borst en zijn armen waren van zilver, zijn buik en zijn dijen van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten gedeeltelijk van ijzer, gedeeltelijk van leem. Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die. Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde”.

Daarna geeft hij de koning de uitleg. Het gouden hoofd dat bent u o koning. U heeft van God de macht en de sterkte gekregen over de mensen, de dieren en de vogels. Dit gouden hoofd stelt dus het rijk Babylon voor. Het was in de geschiedenis dan ook een zeer groot, machtig en rijk koninkrijk. Er was veel van goud gemaakt. 

Dan moet Daniël de koning iets vertellen dat hij niet zo leuk gevonden zal hebben. Zijn rijk is niet voor eeuwig. Na hem komt een ander rijk. Een rijk dat voorgesteld wordt met zilver. Een lager en minder groot rijk dus dan Babylon. De geschiedenis leert ons achteraf dat dit het Medo-Perzische rijk is. Babylon werd verslagen door Kores, die we later in het boek Daniël nog zullen tegenkomen.

Het derde rijk, dat daarna komt, wordt gekenmerkt door brons. De Meden werden verslagen door de Grieken in de veldslag bij Arbella. De wapens van de Grieken waren veelal van brons.

Het vierde rijk is zo sterk als ijzer. De Grieken werden weer verslagen door het Romeinse rijk. Het ijzer verplettert en verbrijzelt alles. De wapens van de Romeinen waren ook van ijzer en het geeft ook de hardheid van hun manier van regeren weer. 

Dan komt in deze droom, dit visioen van de geschiedenis, het laatste rijk aan bod. De voeten en de tenen van ijzer gemengd met leem. Enerzijds de hardheid van het ijzer, maar anderzijds de brosheid van leem. Het wil zich vermengen, maar deze twee stoffen hechten niet. Het zal proberen door huwelijken een eenheid te scheppen, maar dit zal niet lukken. Na het grote Romeinse rijk, komt er een verdeeld Europa te voorschijn. De koningshuizen van deze landen proberen met huwelijken eenheid te krijgen, maar vallen weer uiteen door familietwisten. Het is een treffende profetie, gedaan ver voor Christus, over deze tijd. Door de eeuwen hebben diverse leiders geprobeerd één Europa te maken. O.a Karel de vijfde, Napoleon en Hitler moesten echter hun meerdere ondervinden in God en hun rijk viel weer uiteen. Keizer Wilhelm werd gevraagd om de kathedraal van Metz te helpen repareren na een grote brand. Hij wist van Daniël en dat er een beeld van hem stond in deze kathedraal met een bijbel in zijn hand. Hij wilde wel helpen financieren, maar dan moest het hoofd van Daniël eraf en zijn hoofd erop. Hij zou wel de geschiedenis gaan schrijven. En zo gebeurde. Echter ook hij vond zijn ondergang in zijn plannen. Hitler, bekent met de occulte wereld, plaatste echter het hoofd van Daniël weer terug op het beeld. Hij wil helemaal niets weten van wat God met de wereld voorheeft. Hij bepaalt het zelf wel. Zoals bekent is ook zijn rijk jammerlijk ten onder gegaan. Ook de EEG kent zeer grote problemen en samenwerking lukt ook niet goed. Zeker niet als het er om spant, dan doet ieder land apart wat het zelf het beste lijkt. 

Een andere benadering van de voeten en tenen is een religieuze benadering. Deze vinden we ook terug in latere visioenen en Openbaring. Het rijk dat na de benen, het ijzer, komt heeft nog iets van het ijzer, maar is vermengd geraakt met de klei. Het Romeinse rijk wordt voortgezet, maar in een andere vorm. Het woord dat gebruikt wordt in Dan. 2: 41 is pottenbakkersklei. Jes. 64: 8 vertelt dat wij klei zijn in de hand van God, en dat God de Pottenbakker is. Jer. 18: 1-6 vertelt dat het volk van Israël in het Oude Testament Gods volk is. Kol. 1: 18 spreekt over de gemeente als één lichaam met Jezus aan het hoofd. De gemeente vindt zijn kracht in de Heilige Geest (hand. 1: 1,2; 1Kor. 12: 12,13). De kerk die voortkwam uit het Romeinse Rijk zocht echter zijn kracht bij de mensen, bij regeringen, en verloor daardoor zijn (geestelijke) kracht. Het pleegt in Bijbelse termen overspel. Dit thema wordt verderop in Daniël en Openbaring verder uitgewerkt en wordt zij een hoer genoemd.

Hier blijkt weer eens te meer hoe God van te voren weet wat later zal geschieden.

De droom is nog niet klaar. Een steen, die niet van mensen komt, treft de voeten van het beeld en het hele beeld vervalt tot stof en er is niets meer van over. Aan het einde der tijden komt Jezus terug, de Steen(Matt. 21: 42,44; Hand4: 11), uit Sion, de berg, en Hij zal een einde maken aan deze wereld en Zijn koninkrijk oprichten. Dit koninkrijk zal voor eeuwig zijn. Samen met de gelovigen zal dit heel de (nieuwe) aarde vullen. Een schitterend vooruitzicht dat aan alle ellende en dood een einde zal komen als Jezus terug keert. We hebben door de eeuwen het bewijs gezien dat het visioen klopt met de geschiedenis. We weten daardoor dat het einde ook zal kloppen. Dit is bijna geen geloof meer, maar een zeker weten.

Waarom valt bij de inslag van de steen tegelijk alles in puin? Later in Daniël zullen we zien dat achter alle aardse koningen, de satan zijn werk doet. Hij wordt vernietigd bij Jezus wederkomst. De aanstichter van alle kwaad en dood. Daarom vallen al zijn wereldrijken ineens tot puin. Er wordt niets meer van gevonden. Ook van hem niet.

Ook de koning is erg onder de indruk van de uitleg en moet zijn meerdere erkennen in de God van Daniël. Hij zegt: “Waarlijk, uw God is de God der goden en de Heere der koningen. Hij openbaart verborgenheden, zodat u déze verborgenheid kon openbaren”.

Wij in onze tijd kunnen zien dat God alles in handen heeft. Als de geschiedenis klopt tot nu toe, dan zal het einde, Zijn koninkrijk ook kloppen. Echter er zit een waarschuwing in het laatste deel. De steen verpulvert alle koninkrijken, maar Jezus waarschuwt ook dat de steen ook op hen die niet in Jezus geloven zal vallen en vermorzelen (Matt. 21: 44,45).

Maar als we dit alles in ons opnemen, wie zal dan niet in Jezus geloven?


Share by: