Daniël 3

Daniël 3


Koning Nebukadnezar maakte een beeld helemaal van goud. Hij nam dus geen genoegen met de droom die hij gehad had, waarin hij voorgesteld werd enkel als gouden hoofd. Of dat al niet genoeg is moest dat beeld ook nog aanbeden worden. Hij had eerder erkend dat er geen god zo groot was als de God van Daniël. Op een bepaald signaal moest iedereen bij de inwijding neerknielen voor het beeld en het aanbidden. 

De maten van het beeld waren 60 el hoog en 6 el breed. De Babyloniërs gebruikten het zestallig stelsel. Ook in onze tijd zien wij hier nog restanten van. 60 seconden en minuten, 24 uur, 360 dagen en 360 graden op het kompas. 6 x 60 = 360 en dit was een heilig getal bij hen. De priesters droegen ook een gouden medaillon met daarin horizontaal en verticaal 6 rijen van vierkantjes met daarin de getallen 1 t/m 36. 

Samen opgeteld is dat 666. De Romeinen gaven aan de eerste zes letters van hun alfabet ook een waarde van 1 t/m 6 wat nog steeds gebruikt wordt.  Aan de andere kant van het medaillon stond een leeuw met vleugels. Zijn manen waren gemaakt als de stralen van de zon. We zien dit beeld terug in Dan. 7 waar Babylon wordt voorgesteld als een leeuw. Bij de ingang van de stad stonden sfinxen. Goud werd de dauw van de zon genoemd. Goud druppelde neer van de zon op aarde en dus was goud ook het symbool van de zon. 

Sadrach, Mesach en Abed-Nego moesten hier ook aanwezig zijn en toen het signaal klonk bleven zij staan en aanbaden het beeld dus ook niet. Zij gingen hiermee in tegen het bevel van de koning. Gelijk waren er mannen die deze weigering aan de koning vertelden. In woede en grimmigheid laat Nebukadnezar deze mannen bij hem komen en geeft hen nog één kans. Anders zullen zij in de brandende vuuroven gegooid worden. Hij spreekt daarbij de hooghartige woorden: En wie is dan de god die u uit mijn handen kan verlossen?

De mannen laten zich daardoor niet afschrikken en blijven standvastig met hun antwoord: Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen. En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden. 

De koning wordt hierdoor nog kwader en geeft het bevel om de oven nog zeven keer meer op te stoken. De mannen werden gebonden en in de oven gegooid. De oven was zo verschrikkelijk heet gestookt dat de mannen die hen erin moesten gooien door de hitte gedood werden. 

De koning slaat nu echter de schrik om het hart. In plaats dat hij drie verbrande lichamen ziet, ziet hij niet drie maar vier mannen rustig rondlopen in de vlammen. Van de vierde man zegt de koning dat hij lijkt op een zoon van de goden. 

De koning roept de mannen gelijk uit de oven. Hij komt al op zijn hoogmoed terug en noemt hen dienaren van de allerhoogste God. Zij komen naar buiten en iedereen ziet tot zijn stomme verbazing dat er niets verbrand is, ja, dat er zelfs geen schroeilucht om hen heen hangt. De koning geeft zich gewonnen en verklaart: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God. Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, elke natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.

De drie vrienden waren in dienst van de koning. Zij hielden zich netjes aan de wetten van het land en dienden zelfs de koning met zijn regering. Zij waren dus trouw en loyaal aan het land waar zij toch naar verbannen waren. Echter hier zien we weer een terugkerend thema in het boek Daniël: scheiding van kerk en staat. In Babylon waren godsdienst en staat met elkaar verbonden. De wet die de aanbidding van het beeld verordenen was wereldwijd. Een regering van een land heeft geen zeggenschap over het geloof van zijn onderdanen. De vrienden bleven dan ook trouw aan de wetten van hun God.


Dit verhaal is niet enkel een mooi verhaal om aan de kinderen te vertellen, maar zoals in 1 Korintiërs 10: 11 staat: “Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie het einde van de eeuwen gekomen is.” Het is dus ook een soort voorbeeld, een profetie, voor in de eindtijd. 

In Openbaring 13: 14-18, ook een Bijbelboek vol symboliek, staat opgeschreven dat in de eindtijd ook een beeld wordt opgericht dat aanbeden moet worden in plaats van God. Ook hier is er een aardse macht die macht geeft om de mensen die het beeld niet willen aanbidden gedood moeten worden. Het getal 666 komt hier ook weer terug. Ook hier een wet dat wereldwijd gaat gelden. Het wordt uitgevaardigd door een systeem dat in Openbaring Babylon genoemd wordt. 

De derde engel in Openbaring 14: 9 – 13 waarschuwt voor het aanbidden van dit beeld. Zij zullen de straf van God niet ontlopen. De engel spoort de volgelingen van God aan om te volharden. Een stem uit de hemel verklaart dan: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen. De gelovigen in de eindtijd verklaren net als de drie vrienden: En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden. Ook zij worden beschermd en verlost door de komst van Jezus Christus. Dan. 12: 1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst. Hij Die uw volksgenoten bijstaat….. In die tijd zal uw volk ontkomen. Jezus is onze verlosser in de eindtijd. Jezus is van alle tijden, maar was in de tijd van het Oude Testament nog niet geboren. Hij Wordt daar dan ook voorgesteld als de Engel des Heeren.

Share by: