Daniël 4

Daniël 4

Daniël 4


Daniël vier is eigenlijk een heel typisch boek. Het is het enige boek in de bijbel dat door een heiden geschreven is. Toch is het één groot loflied op de grootheid van de God van de bijbel. Hij begint al gelijk zich voor te stellen en God te prijzen: “Koning Nebukadnezar aan alle volken, natiën en talen die op de hele aarde wonen: Moge uw vrede toenemen. Het behaagt mij de tekenen en wonderen die de allerhoogste God aan mij gedaan heeft, te kennen te geven. Hoe groot zijn Zijn tekenen en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn Koninkrijk is een eeuwig Koninkrijk en Zijn heerschappij is van generatie op generatie.” 

Er zijn bijbelonderzoekers die vinden dat bovenstaande verzen van hoofdstuk 4 meer bij hoofdstuk drie horen. Ook de Vulgata plaats deze verzen aan het einde van hoofdstuk drie.

Waar het om gaat in dit hoofdstuk staat in vers 37: “Hij is in staat te vernederen wie in hoogmoed hun weg gaan.” De koning doet met het vertellen van zijn geschiedenis eigenlijk wat Gods volk moest doen, maar heeft nagelaten. De grootheid van God verkondigen aan alle naties.

Hoofdstuk 4 en 5 spiegelen elkaar. Dan 5: 15-22 vertelt het verhaal van Nebukadnezar in Dan. 4. Daardoor worden beide verhalen aan elkaar verbonden. Beide verhalen vertellen de val van de koning, alleen in Dan 4. is het een tijdelijke val en laat de koning zich corrigeren, maar in Dan. 5 is het een finale vergelding. Dan 5: 23 vertelt dat Belsazar, ondanks dat hij van de geschiedenis van Nebucadnezar heeft moet weten, zich toch verheven heeft tegen de Heere van de hemel. De genadedeur is daarom voor hem gesloten. Jer. 51: 9: Wij hebben getracht Babel te genezen, maar het is niet genezen. Ook in de eindtijd zal het geestelijke Babylon, ondanks de straffen, weigeren zich te bekeren van hun werken en lasteren zij de God van de hemel (Op 16).

Dit hoofdstuk is ook een les in het geduld en de genade van God voor de mens. God is veel bezig geweest met Nebukadnezar. Met zijn hoogmoed vooral. Dit begon al ten tijde van koning Hizkia in Jesaja 38. Hizkia vroeg om een teken dat hij nog 15 jaar mocht regeren. God liet als teken de zon 5 uur terug draaien. In Babel hielden ze zich veel bezig met het bestuderen van de zon en de sterren en zij hebben dit zeker opgemerkt. De wijzen kwamen daarom kijken en navragen naar de genezing van Hizkia. Maar in plaats van de grootheid van God te roemen, liet hij zijn eigen rijkdommen zien. Nebukadnezar moet deze geschiedenis zeker gekend hebben. 

Daarna moet hij in God de meerdere erkennen en Hem lofprijzen in de geschiedenis van het beeld met het gouden hoofd en de geschiedenis met het beeld geheel van goud. Maar God is hier één van de meerdere goden. In Dan 3: 29 is de Heere nog steeds de God van Sadrach, Mesach en Abeg-Nego. Zo ook in Dan. 4: 8 waar de afgod nog steeds ‘mijn god’ is. Ondanks dat de tovenaars steeds het onderspit delfden, raadpleegt de koning als eerste de tovenaars. De afgoden verblijven niet bij de mensen (Dan. 2: 11), maar de Heere is echt geïnteresseerd in de mens. De profetie van God is conditioneel of de koning zich bekeert of niet.

Nebukadnezar heeft een droom, maar de wijzen van het land kunnen hem niet uitleggen. Dan wordt Daniël erbij gehaald omdat de koning weet dat hij wijsheid krijgt van zijn God. De koning verteld zijn verhaal. Daniël hoort het verhaal en is verbijsterd. De koning ziet dat maar hij moedigt Daniël aan om de uitleg toch te vertellen. Daniël begint met te vertellen dat hij de uitleg liever ziet bij de vijanden van de koning.

In de droom is er een boom, groot en sterk, die bescherming en voedsel geeft aan de mensen en de dieren. De boom dat is de koning met al zijn macht en grootheid. Hij geeft vrede en voorspoed aan zijn land. 

In Gen. 1: 26 en 28 wordt ook verteld dat in het paradijs de mens ook heerschappij kreeg over de dieren en voor deze dieren in liefde moest zorgen. Na de zondeval is de mens meer en meer de dieren gaan uitbuiten. Ook hier is het beeld van de boom een beeld van de koning en hoe hij moet regeren. Hij moet bescherming en voedsel geven aan zijn onderdanen en hen niet uitbuiten.

Dan wordt de boom omgehakt, maar de wortel blijft staan en krijgt een band rond de stam om hem te beschermen. Hij wordt bevochtigd door de dauw en zijn hart wordt veranderd en het krijgt het hart van de dieren, zeven tijden lang. De uitleg die Daniël geeft is dat de koning verstoten zal worden uit de maatschappij en dat hij bij de dieren zal verblijven. Dit zal zeven tijden duren totdat de koning erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap en dat geeft aan wie Hij wil. Als de koning dat dan ook doet, zal zijn koningschap weer hersteld worden.

De raad die Daniël dan ook geeft aan de koning is te breken met zijn zonden en genade te tonen aan de ellendigen in zijn land. Misschien dat dan zijn voorspoed zal blijven.

Maar na verloop van een jaar steekt zijn hoogmoed toch weer de kop op. Hij kijkt ’s avonds over zijn grote Babel uit en zegt: “is dit niet het grote Babel, dat i

ìk als een huis voor het koninkrijk gebouwd heb, door mìjn sterke macht en ter ere van mìjn majesteit. 

Gelijk overkomt de koning wat voorzegt is in de droom. Hij krijgt zijn verblijf bij de dieren, eet gras en zijn haren en nagels worden zeer lang. Het is te vergelijke met een psychiatrische ziekte, lycantropie of zoantropie, waarbij men denkt een dier te zijn. Men heeft hierbij ook heldere momenten. Tijdens zo’n helder moment komt hij tot zijn verstand en erkent dat God de hand in alles heeft. Hij looft en prijst Hem. De koning wordt weer in zijn macht hersteld en er wordt hem uitzonderlijke grootheid verleent. En zo komen we weer bij het begin van het verhaal waarin hij deze geschiedenis laat bekend maken aan geheel zijn rijk ter grotere glorie van de allerhoogste God.

De grootste les in dit hoofdstuk wordt ongeveer 600 jaar later door Jezus gegeven: hij die zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden (Matt. 23: 12). Meerdere voorbeelden vinden we in de Bijbel over personen die zichzelf verhoogden en diep neervielen. Eva vond het aantrekkelijk om als God te zijn en at van de vrucht. Ezechiël 28 verhaalt over Lucifer die als god op de troon van God wilde plaatsnemen en ter aarde in het graf gegooid werd. 

Andersom heeft Jezus zich vernederd, is mens geworden en is daarna verhoogd boven alle namen.

Ook dit verhaal heeft profetische kenmerken. Hoogmoed is echt iets dat Babel kenmerkt. We lezen in Jesaja 14: 13 en 14 al dat Babel zich wilde gelijkstellen met de Allerhoogste. In Jeremia 51: 7 lezen we dat Babel in haar hand een gouden beker heeft met wijn die heel de aarde dronken maakt zodat zij zich gedragen als waanzinnige. De vergelijking met dit oude Babel komen we tegen in Openbaring 17: 3 en 5 met een macht die ook Babel genoemd wordt. Deze lastert God ook en heeft een gouden beker in haar hand met wijn waarmee zij heel de aarde dronken maakt. Van deze macht in de eindtijd lezen we op meerdere plekken in Openbaring, vindt plotseling zijn ondergang door het ingrijpen van God. We lezen in latere hoofdstukken van Daniël hier nog meer over.

Share by: