Daniël 5

Daniël 5


Babylon was in de tijd van Daniël één van de grootste steden ter wereld. Het was omringd door enorme verdedigingsmuren en wallen. De lengte hiervan was, afhankelijk van de geschiedschrijver, tussen de 37 en 88 kilometer. De hoogte, eveneens welke geschiedschrijver je leest, tussen de 8 en 92 meter. Wat dan ook, in ieder geval enorm. Babylon was ook een prachtige stad met mooie poorten, tempels en één van de wereldwonderen, de hangende tuinen. Geen wonder dan ook dat Nebukadnezar, met het aanschouwen van al dit moois en groots, hier heel erg trots op was. Dwars door de stad liep de rivier de Eufraat. Deze voorzag de stad van water en goederen. Binnen de wallen was ook grasland en boerderijen. De stad was dus zelfvoorzienend en zag zich als onoverwinnelijk.

Toch voorzegt God via de profeet Jeremia al voor de ballingschap dat Babel veroverd zal worden en ook op welke manier. Jesaja zegt 170 jaar eerder zelfs wie de stad zal veroveren, namelijk Kores, Jesaja 44: 28 en 45: 1. In Jesaja 21: 2 door Medië.

Bij het begin van Daniël 5 wordt de stad al een behoorlijk lange tijd omsingeld door de Meden en de Perzen. Zij achtten zich echter onoverwinnelijk en waren flink aan het feestvieren. Ze trokken zich niets aan van de vijanden, maar ook niets aan van de God van Israël. Ze lieten de gouden en zilveren bekers uit de tempel van Jeruzalem halen, die nog door Nebukadnezar waren meegenomen, en dronken hieruit. Daarbij prezen ze hun eigen goden. 

Ineens slaat de stemming om. Een hand verschijnt uit het niets en schrijft woorden op de muur. De koning verschrikt hier enorm van. En schreeuwt gelijk om de wijzen en bezweerders van Babel om de betekenis hiervan. Als hun dat lukt krijgen ze een vorstelijke beloning. Ondanks de beloning weten zij niet de betekenis te duiden. De machthebbers raken daardoor nog meer in verwarring en ze trekken wit weg. De koningin is op het rumoer af gekomen en raadt koning Belsazar aan Daniël erbij te roepen. Zij vertelt dat deze man onder koning Nebukadnezar diende. Verder vertelt zij dat bij hem uitzonderlijke kennis en verstand gevonden werd om dromen uit te leggen. In hem woont de geest van heilige goden. Daniël wordt erbij gehaald en gevraagd om de uitleg. Als beloning krijgt hij dan dure kleding en wordt de derde in het koninkrijk. Daniël zegt dat hij zijn geschenken zelf mag houden, maar dat hij wel de uitleg zal geven. 

Daniël begint eerst te vertellen over Nebukadnezar. God heeft hem grote macht en eer gegeven. Hij kon doen en laten wat hij wilde. Om zijn grootheid die God hem gegeven had sidderden alle naties voor hem. Maar toen hij hoogmoedig werd, werd hij door God vernederd tot een verblijf bij de dieren, totdat hij God erkend had als de Allerhoogste, Heerser over het koningschap van de mensen en daarover aanstelt wie Hij wil. 

Maar u, Belsazar, zoon van deze koning, hebt zich niet vernederd, hoewel u dit wist. Erger nog, u hebt zich verheven tegen de Heere van de hemel door te gaan drinken uit de bekers van de tempel en afgoden, die niets kunnen, daarbij verheerlijkt. Daarom is dit handschrift verschenen.

De woorden die op de muur geschreven waren zijn: mene, mene, tekel, urfasin. Dit betekent in het Aramees: geteld, geteld, gewogen, verdeeld.

Daniël vertelt de koning:  MENE: God heeft de dagen van uw koningschap geteld en Hij heeft er een einde aan gemaakt. Twee keer mene, mene. Er zijn twee koninkrijken gewogen. Het wereldse koninkrijk waar hij keizer over was. En de keizer was ook de heerser, de hoogste priester van de heidense godsdienst.  TEKEL: u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden. URFASIN: meervoud, het koninkrijk wordt verdeeld onder de Meden en de Perzen. 

Hoe de uitleg bij de koning valt, vertelt het verhaal niet. Daniël krijgt de beloning, maar dezelfde nacht wordt Babylon ingenomen en Belsazar gedood.

Lange tijd was men kritisch of het vijfde hoofdstuk wel historisch correct was. De laatste tijd zijn er echter kronieken tevoorschijn gekomen die de historie bevestigen. In die tijd zou Nabonidus regeren en werd Balthazar niet genoemd. Het blijkt echter dan Nabonidus voor lange tijd naar een oase in de woestijn is gegaan om te herstellen van een onbekende ziekte. Hij liet zijn troon achter onder de hoede van zijn zoon Belsazar. Dat verklaart tevens het tweede vraagteken dat Daniël de derde plaats kreeg. Hij kwam na Nabonidus en Belsazar.


Volgens Jer. 50: 38-40 en Jes. 13: 19-22 zou Babylon nooit meer herbouwd worden. Toch lezen we in Openbaring over Babylon in de eindtijd. Ook dit verhaal in Daniël heeft een profetische inhoud voor de eindtijd. In Openbaring 18: 2 staat: “zij is gevallen het grote Babylon.” Babel is hier het symbool van de antichristelijke macht. Het fysieke Babylon is nooit meer herbouwd. Saddam Hoessein had wel plannen om het grote Babylon weer te herbouwen, maar we weten allemaal hoe het met hem is afgelopen.

GETELD: Ook hier, staat in vers 3, dronkenschap en hoererij. Een samengaan van kerk en staat. De kerk, als bruid, gaat niet meer samen met God, de bruidegom, maar heeft zich verbonden met de koningen en kooplieden der aarde. GEWOGEN: Openbaring 18: 8 Zij wordt geoordeeld door de sterke Heere God. VERDEELD: En net als in Daniël, op één dag komen haar plagen en wordt zij met vuur verbrand. 


Hoe kon het zo machtige Babylon op één dag ingenomen worden? Kores, de aanvoerder van de Meden en de Perzen, wordt al genoemd, 170 jaar eerder, door Jesaja in Jesaja 45 vanaf vers 1. God noemt hem zelfs Zijn gezalfde. Hij redt Gods volk uit Babylon. Jezus is ook Gods gezalfde en redt in de eindtijd ook Gods volk uit Babel. 

Kores laat in de nacht snel een aftakking graven van de Eufraat waardoor deze rivier in Babylon zelf droogvalt. De soldaten kunnen nu onder de poort door naar binnen. Bovendien heeft God al voorzegt in Jesaja 45 dat Hij de poorten van het slot zal doen en zal openen. Dit was ook zo. Wateren en rivieren staan in de bijbel symbool voor de volkeren. In Openbaring 16: 12 lezen we: “En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat.” De plaag houdt dus in dat de volkeren zich afkeren, opdrogen, van de antichristelijke macht, waardoor hij geen basis meer heeft voor zijn macht. De weg is nu vrij voor de koningen uit het oosten, Jezus, de Gezalfde, met Zijn leger om Babel te verslaan in één dag. 

De vijand had dus de stad omsingeld en toch was de koning aan het feesten. Het simpele antwoord is dat zij dachten in hun arrogantie dat de stad onneembaar was. Jesaja 47: 7, 8 en 10 profeteren dit al. Zij noemt zich: de ik ben, en dat zij geen weduwe zal worden, maar zegt Jesaja, je zal plotseling een weduwe worden en je kinderen verliezen. En dat komt door je toverijen en bezweringen. In Jes. 47 komen drie dingen naar voren, afvalligheid van haar man, zij heeft dochters en zij doet zaken met de wereldse leiders en zakenmensen. Hetzelfde lezen wij in Openbaring 17: 1 – 5.

Voor Belsazar was het het einde van de genadetijd. Ondanks dat hij alles wist van de val en opstanding van Nebukadnezar verwierp hij de God van Israël en vergreep zich aan de bekers van de tempel.


Kores doet dus Babylon vallen en bevrijdt de Israëlieten van hun ballingschap en laat hen naar Jeruzalem terugkeren. Ook dit is een profetie. Kores is het type van Christus die Zijn volk bevrijdt bij Zijn wederkomst door Babylon te vernietigen en Zijn volk in te laten gaan in het hemels Jeruzalem. Kores wordt al voorspeld door Jesaja. Jes. 45: 13 en 42: 6 Hij wordt geroepen in gerechtigheid. In Jes. 44: 28 wordt hij Mijn herder genoemd, en in Jes45: 1 wordt hij zelfs Gods gezalfde genoemd en Jes. 45: 13 Hij zal Mijn ballingen vrijlaten, hen laten terugkeren naar hun vaderland om de stad, de tempel en de muren te herbouwen. 


Daniël komt ongeschonden uit de strijd en krijgt een hoge positie bij de overwinnaar de Meden en de Perzen. Zo ook Gods volk. Openbaring 3: 21 Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon.


Share by: