Daniël 6

Daniël 6


Daniël 3 en Daniël 6 zijn spiegelende hoofdstukken. Ze zijn sterk aan elkaar gerelateerd. Daniël 3 gaat over koning Nebucadnezar die een valse  godsdienst wil instellen en Daniel 5 over koning Darius die elke andere godsdienst wil uitsluiten. Beiden verbieden zo het uitoefenen van de ware godsdienst.

De Meden en de Perzen zijn nu aan de macht. Aan het eind wordt Kores ook nog genoemd. Aan het eind van Daniël 6 is hij koning geworden. Bij de overwinning op het Babylonische rijk was hij de grote legerbevelhebber. Daniël zal bij de verovering van Babel wel gewezen hebben op de voorstelling lang geleden dat hij, Kores, met name genoemd werd als werktuig van God om dit Babel te veroveren. Hoe het ook zij, Daniël is ook bij de Meden en de Pezen weer een hoge ambtenaar. Eén van de drie rijksbestuurders van het grote rijk. Hij valt weer op met zijn uitzonderlijke geest en dit roept jalousie op van zijn collega’s. Omdat hij zeer betrouwbaar is kunnen zij niets vinden om hem onderuit te halen. Dan bedenken ze gezamenlijk een plan. Via een omweg, via de wet van de God van Daniël, kunnen zij hem pakken. Zij gaan naar  koning Darius met een plan. Laat een wet van Meden en Perzen opgesteld worden die niet veranderd kan worden. Dat niemand iets mag vragen, of bidden, naar een mens of een god dan enkel naar de koning. Als hij dat toch doet dan wordt hij in de leeuwenkuil geworpen. De koning is wel gevoelig voor zoveel eer en ondertekent dit besluit. 

Daniël hoort van dit besluit en gaat naar zijn bovenkamer, met de ramen open, om zijn God om genade te smeken. Drie maal daags bidden is een gewoonte van hem en de andere bestuurders weten dit goed. Zij staan dan ook al te wachten onder het raam om hem te horen bidden. Gelijk brieven zij dit door aan de koning. 

De koning ziet dat hij in een val gelopen is. Hij weet van de grootheid van de God van Israël en heeft grote achting voor Daniël. Tot ’s avonds laat probeert hij onder dit besluit uit te komen, maar wet is wet ook voor de koning. De drie vrienden in Daniël drie getuigden nog tegen koning Nebukadnezar dat hun God hun kon redden, maar hier is het de koning zelf die Daniël bemoedigt door te zeggen: “Uw God, Die u voortdurend vereert – Hij zal u verlossen.” Daniël wordt in de leeuwenkuil geworpen.

Heel de nacht vast de koning opdat het goed mag aflopen met hem, en de volgende ochtend vroeg gaat hij gelijk kijken. Tot zijn grote vreugde ziet hij dat Daniël leeft. Hij laat hem gelijk uit de kuil halen. 

De bestuurders die de koning en Daniël deze streek geleverd hebben worden nu, met hun gezin, in de leeuwenkuil geworpen.

De Koning laat het volgende bevel in zijn gehele rijk uitroepen, een groot loflied op de God van Daniël: “Er wordt door mij bevel gegeven dat men in heel het machtsgebied van mijn koninkrijk zal beven en sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God, en houdt voor eeuwig stand. Zijn Koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde. Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.”


Nadat de wet uitgevaardigd is, was het een tijd van benauwdheid voor Daniël. Hij moet kiezen voor het aanbidden van de ware God en het doodvonnis daardoor onder ogen zien. Zijn geloof wordt zo danig op de proef gesteld. Maar al vanaf het begin dat Daniël in Babylon gekomen was, heeft hij zich voorgenomen de ware God trouw te blijven, zoals blijkt in zijn keuzes in hoofdstuk 1. Hij was getrouw in kleine zaken in zijn gewone werk (Dan. 6: 5) en is ook getrouw in grote zaken.


Daniël is een man van gebed. Na het uitvaardigen van de wet gaat hij dan ook naar zijn huis om steun te zoeken bij zijn God. Hij gaat in gebed met God, zoals hij gewend was, en doet dit niet stiekem, maar open en bloot voor het open venster. Iedereen mag het weten.


Daniël geeft haarfijn aan hoe de scheidslijn loopt tussen de koning en God. Tegen de koning heeft hij geen enkel misdaad begaan, en voor God is hij ook onschuldig bevonden (Dan. 6: 23). God vond het dus juist zoals Daniël gehandeld had. Dit betekent dat de bijbel scheiding van kerk en staat voorstaat. Beide machten hebben hun eigen invloedssfeer. De kerk bemoeit zich niet met de staat en de staat niet met het geloof van mensen. Handelingen 5: 29 zegt dan ook: “men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen. 

Daniël 6 is ook een voorbeeld voor de gelovigen in de eindtijd. 

Daniël is een man van de wet. Hij is trouw aan de geboden van God. Als er in de eindtijd religieuze wetten uitgevaardigd worden, dan komen de gelovigen ook te staan voor de beslissing, kies ik voor God of voor mijn leven?


Een gelovig persoon moet ook getrouw zijn in kleine dingen. Als men daar al niet getrouw in is, hoe kan men dan getrouw zijn in grote zaken? Bij Daniël konden zij geen enkele grond voor een aanklacht, of iets verkeerd vinden, omdat hij betrouwbaar was en er geen nalatigheid of iets verkeerd bij hem te vinden was.


Zij gaan dan door, zoals de bijbel dat noemt, een tijd van benauwdheid voor Jakob (Jer. 30: 7) Maar, schrijft Jeremia, toch zullen zij daaruit verlost worden.


De enigste manier om hieruit gered te worden is gebed. Zij bidden en smeken dag en nacht om bevrijding en om zekerheid te krijgen van Gods aanvaarding.


Gods volk zal ook op het spannendste moment gered worden door de wederkomst van Jezus, zoals beschreven in Daniël 12: 1, In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek. 


Hier kunnen we op vertrouwen. Daniël is gered, God zal ook Zijn volk in de eindtijd redden!


Share by: