Daniël 9

Daniël 9


In het vorige hoofdstuk hebben we dus gelezen dat de tempel na 2300 avonden en morgens in rechten hersteld zal worden. Het hoofdstuk eindigt met de constatering dat Daniël verbijsterd is over het visioen. Eén van de redenen dat hij zo verbijsterd is, is het feit dat Jeremia voorspeld heeft, in Jeremia 25: 9-13, dat God Zijn volk na 70 jaar weer terug zal brengen uit de ballingschap. In Daniël 8: 14 krijgt Daniël bovendien te horen dat de tempel en het volk 2300 dagen verwoest en vertrapt zullen worden.  Hoofdstuk 9 begint dan ook dat Daniël nog eens goed gaat lezen hoe Jeremia het heeft opgeschreven. Inderdaad 70 jaar en geen 2300 jaar voordat de tempel herbouwd zal worden. Hij begrijpt het totaal niet en gaat dan ook naar God toe in gebed. Dit gebed is één en al verootmoediging van Daniël en van zijn volk, waaronder hij zichzelf ook nadrukkelijk schaart. Hij vertelt over de jarenlange zonden van het volk. Over de gevolgen die die zonden hebben veroorzaakt en vraagt vol berouw om vergeving aan God Die vol barmhartigheid en vergeving is. Daarna pleit hij voor zijn volk en spreekt ook God aan op het feit dat Gods naam verbonden is aan de verwoesting van de tempel. Dus vraagt hij om barmhartigheid, niet omdat zij zo rechtvaardig zijn, maar omwille van de grootheid en barmhartigheid van God zelf.  

Terwijl Daniël nog aan het bidden is om vergeving en wijst op de verwoesting van Gods eigen stad Jeruzalem en Zijn tempel komt de engel Gabriël om hem uitleg te geven over het visioen. Want Daniël is zeer gewenst bij God.

Dezelfde engel Gabriël van hoofdstuk 8. Daar had hij gezegd dat Daniël het visioen van de 2300 dagen geheim moest houden, zonder een beginpunt aan te geven. Nu krijgt hij hier meer uitleg over.

Gabriël geeft deze uitleg, niet zozeer over de 2300 avonden en morgens, maar over een deel daarvan,  over de 70 weken. Deze zijn bepaald, betere vertaling is afgesneden. Afgesneden van wat? Van de 2300 dagen uit het vorige hoofdstuk. Zij zijn dus onderdeel van deze 2300 dagen. Deze 70 weken gaan over het letterlijk Israël, terwijl in Daniël 10 – 12 het meer gaat over het geestelijk Israël. Een begrip, volledig onbekend bij Daniël.

In de bijbel staat een dag voor een jaar. Ook Daniël ging hier van uit, want anders was het niet zo’n probleem voor hem in het licht van de 70 jaar van Jeremia.

De 2300 avonden en morgens zijn dus 2300 jaar en de 70 weken zijn 70 keer 7 dagen is 490 dagen is 490 jaar. Van deze 490 jaar, en dus ook de 2300 jaar, wordt het startpunt gegeven en wel in Daniël 9: 25. Het bevel om Jeruzalem te herbouwen. 

In Ezra zijn diverse bevelen gegeven voor de herbouw. 

De eerste is in Ezra 1: 1-4. Kores geeft het bevel om de tempel, en niet Jeruzalem, te herbouwen. Deze herbouw valt stil na geruzie.

In Ezra 6: 2-12 staat het tweede bevel, nu van Darius, om de tempel te herbouwen, maar nog steeds niet Jeruzalem.

In Ezra 7: 13 wordt eindelijk bevel gegeven om het rechtssysteem met alles wat daarbij hoort te herstellen. Door dit herstel van het rechtssysteem wordt Jeruzalem als stad, als hoofdstad bevestigd. Van dit bevel zijn kleitabletten gevonden, waardoor vaststaat dat dit bevel, het startpunt van het visioen, in 457 voor Christus is gegeven.

De 70 weken zijn vastgesteld voor het volk Israël. We komen hier later op terug.

In Daniël 9: 25 worden de 70 weken opgedeeld in 7 weken en 62 weken. Er staan twee zaken door elkaar in de verzen 24-27. Er wordt verteld over de Messias en over de stad Jeruzalem. 

Vers 24 verteld dat er aan zes zaken een eind komt en wel

Om de overtreding te beëindigen. Het woord dat hier gebruikt wordt voor overtreding is het woord voor de sterkste overtreding voor zonde. Beter gezegd rebellie, en zoals later verder uitgelegd wordt, de rebellie van het Joodse volk tegen God. Deze rebellie kan maar op twee manieren beëindigd worden. De aanname van de Messias òf bij verwerping van de Messias, dat er een eind gemaakt wordt aan de theocratie van het Joodse volk. Zij kiezen voor het laatste.

De zonden te verzegelen. Het zondigen wordt niet weggenomen, maar de zonden. Joh 1: 29 ‘Het Lam (Jezus) dat de zonden van de wereld wegneemt’. Hebr. 9: 28 ‘Christus… om de zonden van velen weg te dragen’.

De ongerechtigheid te verzoenen. Jes. 53: 5 ‘Hij is om onze ongerechtigheden verbrijzeld’. Rom 5: 10  ‘Wij verzoend door Zijn dood met God’.

Om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen. Jes. 53: 11 ‘Door de kennis van Hem…zal Mijn Knecht velen rechtvaardig maken’. Rechtvaardig voor God en zo gerechtigd om het toekomende koninkrijk te betreden.

Om visioen en profeet te verzegelen. Bij de steniging van Stephanus had hij het laatste visioen dat het volk Israël nog kreeg van God. Daarna stopte de communicatie van God met Zijn volk.

En om de Heiligheid van heiligheden te zalven. Toen Jezus in de Hemel kwam is Hij gezalfd tot hogepriester.

De eerste 7 weken zijn voor de wederopbouw van de stad met pleinen en wallen. Dit gaat met veel tegenwerking van omliggende volken. De tekst zegt: in een tijd van verdrukking. Het woord voor terugkeren betekend hier terugbrengen in de staat waarin het zich eerst bevond. Dit is inclusief het rechtssysteem en regering. Dit wordt ook bevestigd in Ezra 7: 25-26. Het woord voor wallen, harus, is enkel hier vertaald in wallen omdat de Vulgata het zo vertaald heeft en het ook logischer klinkt. Echter in vers 26 en 27 is het vertaald in besloten. Net zoals de bedoeling was bij het woord terugbrengen, wordt hier het rechtssysteem hersteld, en wel waar: op de pleinen.

Dan volgen de 62 weken. 7 plus 62 is 69 weken is 434 dagen = jaren. Deze eindigen in het jaar 27 na Christus. Daarna komt de laatste week. Vers 25 zegt dat dan een gezalfde vorst verschijnt. Een vorst in Daniël is meestal Jezus Christus. Hij wordt in het jaar 27 gezalfd door Johannes de Doper. Handelingen 10: 37, 38 zegt dat dit het begin is van Jezus werk hier op aarde. Over deze laatste week worden meerdere zaken verteld.

In vers 26 wordt zelfs gesproken over de Messias. Het woord Messias betekent ook gezalfde. In Johannes 1: 41 zegt Andreas dat wij de Messias gevonden hebben. Johannes de Doper zegt: zie het Lam dat de zonden van de wereld wegneemt. In Openbaring wordt duidelijk dat het Lam Jezus Christus is. Na Zijn doop en beproeving door de duivel begint Jezus zijn missie met de woorden: Mark1: 15 ‘De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen’. En Luk 4: 18 ‘De Geest van de Heer is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft’. Jezus werk begint dus bij Zijn doop.

Vers 26: Hij zal uitgeroeid worden: Jezus stierf aan het kruis. Niet voor Hemzelf: nee Jezus stierf voor heel de mensheid (Jesaja 53: 5,6).

Vers 27: Hij zal voor velen het verbond versterken. Hebreeën 10: 1-17 vertelt dat het oude verbond vervangen wordt door een beter verbond (versterken). Nu niet enkel voor het volk Israël, maar voor de gehele mensheid (velen).

Vers 27: De dood van Jezus doet slachtoffer en graanoffer ophouden. Dit wordt ook getoond doordat God het gordijn van de tempel van boven naar beneden openscheurt (Mattheüs 27: 50, 51). Jezus is nu het lam voor eens en altijd geslacht voor onze zonden. Schapen en wat meer voorschreven is, zijn niet meer nodig. 

Vers 27: halverwege de week. Inderdaad is Jezus halverwege de week, na drie en een half jaar gekruisigd.

Vers 24 zegt dat de hele laatste week voor het volk Israël was om hun overtredingen en zonden te beëindigen. Zij hadden nog drie en een half jaar de tijd. Het evangelie van Jezus als onze verlosser werd gedurende die laatste drie en een halve jaar nog enkel verkondigd aan de Joden. Maar Jezus had al voorspeld dat zij hier geen gebruik van zouden maken. In Mat 23: 34 zegt Jezus dat hij nog profeten, wijzen en schriftgeleerden naar hen toe zou sturen. Zij hadden dus nog een kans. De genadetijd was nog niet gesloten. Maar u zult hen doden (Stephanus), kruisigen, en geselen in uw synagogen (Petrus en Johannes).

 Er volgt een tijd van grote vervolging van de volgelingen van Jezus met als eindpunt de steniging van Stefanus. Net als Jezus bij de wee over Jeruzalem eerst spreekt over Mijn huis en eindigt met uw huis, zo ook Stephanus. Hij begint zijn verweer eerst met spreken over onze vaders, maar eindigt met ùw vaders. Toen was het klaar met het volk Israël volgens het visioen en ging het evangelie naar de heidenen. Paulus verklaart in Hand. 22: 20, 21 dat na de steniging van Stephanus hij de opdracht krijgt van Jezus om ver weg te gaan en het evangelie naar de heiden te brengen. Hand 13: 46, 47 ‘Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. Zo immers heeft de Heere ons geboden’.

Vers 26: ‘Een volk van een vorst zal de stad en heiligdom te gronde richten’. Wie is die vorst?

De Romeinse legers hebben Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 volledig verwoest. 

Waarom?

Als we kijken naar de eerste verwoesting van Jeruzalem en de wegvoering in ballingschap dan zien wij dat dit gebeurd is door verschillende oorzaken.

God heeft Jeruzalem verwoest volgens Daniël 9: 14

Nebucadnesar, de koning der Chaldeeën, gebruikt door God, heeft Jeruzalem verwoest.

Het volk Israël heeft de verwoesting over zich afgeroepen en is dus schuldig aan de verwoesting van Jeruzalem (Daniël 9: 11-14; 2 Kronieken 36: 14-36).

Hetzelfde scenario is van toepassing op de verwoesting van Jeruzalem d.d. 70.

Psalm 118: 22,23 spreekt over de steen die de bouwlieden versmaad hebben. Jezus betrekt dit vers op Zichzelf in Mattheüs 21: 42.

Psalm 118 gaat verder in vers 26 met ‘gezegend wie komt in de Naam van de Heere’.  In Lucas 19: 37-44 wordt dit ook geroepen door de menigte. De Farizeeën willen dit verbieden, maar Jezus zegt dat als het volk dit niet roept, de stenen het voor Hem zullen roepen. Hij gaat verder met het uitspreken van Zijn verdriet dat de stad met de grond gelijk gemaakt zal worden omdat zij het tijdstip niet onderkent hebben waarop er naar u omgezien werd.

Over de gevolgen van het afwijzen van Jezus heeft Jezus hen meerdere keren gewaarschuwd. 

Mattheüs 22: 18-22 de vijgenboom (de staat Israël) wordt vervloekt omdat er geen vruchten aan komen.

Mattheüs 21: 33-46 spreekt over de slechte landbouwers die op het laatst de zoon doden. Jezus haalt ook hier Psalm 118: 22 aan en vertelt dat hierom God het Koninkrijk van God van hen zal wegnemen en aan een ander zal geven.

In Mattheüs 23: 38 zegt Jezus dat de tempel geheel verwoest zal worden omdat ze Jezus niet aangenomen hebben. Hij spreekt zelfs over úw tempel. Het is Gods tempel niet meer omdat Jezus daar niet meer komt en kort daarna gedood zal worden. De tempel van God is daarna in de hemel. De tempel op aarde heeft geen betekenis meer.

God laat daarom de Romeinen Jeruzalem en de tempel geheel verwoesten omdat zij Jezus niet aangenomen hebben als hun Messias ondanks alle duidelijke tekenen en schriftteksten die op Hem wezen. Dit is ook een waarschuwing voor onszelf!

Vers 26: en tot het einde toe zal er oorlog zijn: tot op vandaag is het nooit meer rustig geweest in Jeruzalem. Door de hele geschiedenis door is er gevochten om Jeruzalem.



Share by: