Daniël 10
Daniël is ten tijde van dit hoofdstuk al aardig oud geworden. Hij is 88 jaar oud. Hij diende onder Kores, de koning van Perzië. Kores, lezen we in Ezra 1: 1, 2, geeft bevel om de tempel te herbouwen. Ongeveer 50.000 Israëlieten gingen op dit eerste bevel terug naar Jeruzalem. Het altaar voor de offerdienst wordt herbouwd (Ezra 3: 1,2). Maar tegenstanders van de herbouw betaalden mensen aan het hof om de Israëlieten zwart te maken en de herbouw te traineren. En in Ezra 4: 24 lezen we dat zij hierin slagen en het werk komt stil te liggen.
Hier zijn we aanbeland in Daniël 10. Kores is overleden en koning Darius is nu een jaar aan de macht. Daniël hoort dat de bouw van de tempel stilligt. Zoals we in eerdere hoofdstukken van Daniël al gelezen hebben is Daniël een man van gebed. Hij bidt en rouwt drie weken lang. Een tweede reden voor het gebed van Daniël is dat hij het visioen van de 2300 avonden en morgens niet helemaal begrijpt. In hoofdstuk 8: 27 staat dat Daniël het visioen niet begrijpt. In hoofdstuk 9: 23 komt Gabriël om het uit te leggen en in hoofdstuk 10: 1 staat dat Daniël het visioen begrijpt. In hoofdstuk 8: 17 staat dat het visioen betrekking heeft op de tijd van het einde maar eigenlijk wordt alleen het eerste deel, de 70 weken, uitgelegd. Dit is het deel voor het letterlijke Joodse volk. Daarna komt het deel voor het geestelijk Israël. Dat Gabriël het visioen van hoofdstuk 8 verder gaat uitleggen zien wij in hoofdstuk 11 als hij weer gewoon begint met Medo-Perzië en daarna Griekenland, enz.. Maar daarna krijgen we een veel grotere uitleg van de tijd tot aan de wederkomst.
Maar weer terug naar hoofdstuk 10. In vers 4 ziet Daniël een schitterende verschijning. De omschrijving is dezelfde als in Openbaring 1: 13-16. Jezus zelf openbaart zich hier voor Daniël. De verschijning is dermate schitterend en indrukwekkend dat enkel het gevoel van zijn aanwezigheid de begeleiders van Daniël op de vlucht doen slaan. Daniël blijft, hij ziet de verschijning en alle kracht vloeit uit hem weg. Hij hoort de woorden die Jezus tegen hem spreekt, maar die worden niet aan ons weergegeven. Het is allemaal teveel voor Daniël en hij valt flauw.
Een man raakt hem aan en helpt hem weer op staan. De indruk in de vertaling met hoofdletters en dergelijke geven de indruk dat dit dezelfde man is als hiervoor, maar hij is Gabriël. In vers 21 zegt hij dat Michaël hem is komen helpen. Hij is dus een ander dan Michaël.
Wij krijgen nu een schitterend beeld van wat zich achter de schermen van het wereldgebeuren afspeelt.
Hij vertelt Daniël dat hij gelijk al had willen komen toen Daniël zich verootmoedigde voor God. Hij werd echter tegengewerkt door de vorst van het koninkrijk der Perzen.
Wie is deze vorst? Het is niet de koning van Perzië. Telkens als het woord vorst gebruikt wordt in de bijbel gaat het over een (militaire) commandant. Vers 13 vertelt dat Michaël en Gabriël de koning van Perzië bijstaan in de strijd tegen de vorst van Perzië.
Het is niemand minder dan de duivel. In Johannes 14: 30 noemt Jezus hem de vorst van de wereld. Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn is het niet enkel grootspraak van de duivel dat hij de macht heeft over de hele wereld. Sinds de zondeval is dat zo geworden. Sinds die tijd is het één grote strijd tussen God en de duivel op deze aarde. Inzet is de belofte aan Adam en Eva van God dat er een Kind zal komen om de slang, de duivel, de kop te vermorzelen. De duivel doet sinds die belofte er alles aan om dit te voorkomen. Het Kind, Jezus, moet voortkomen uit het volk Israël. Dit volk wordt steeds verleid om van Gods pad af te wijken. Nu ook. Als hij kan voorkomen dat Jeruzalem herbouwd wordt dan valt Gods visioen en plan in duigen. Vandaar dat hij de koning van Perzië zo ver gekregen heeft om de bouw stil te leggen. In Daniël 2 lazen we ook dat het beeld in één keer in duigen viel toen het aan de voeten geraakt werd door de steen. De macht achter al de rijken van het beeld was bij allen dezelfde: de duivel, de draak. In Openbaring 13: 4 wordt van hem de vraag gesteld: wie is aan dit beest gelijk?
De man die Daniël ziet is niet in staat om de vorst te bestrijden. Hij krijgt hulp van één iemand die dit wel kan: Michaël. De naam Michaël betekent: wie is aan God gelijk? Wie is deze Michaël? De naam Michaël komt 5 keer voor in de bijbel. 2 keer in Daniël 10, 1 keer in Daniël 12, 1 keer in Judas en 1 keer in Openbaring 12. In Openbaring 12: 7-9 is het Michaël die de duivel uit de hemel gooit. Michaël met Zijn engelen en de duivel met zijn engelen. In Mattheüs 24: 31 staat dat Jezus met Zijn engelen komt. In Judas: 9 staat dat Michaël met de duivel redetwistte over het lichaam van Mozes. Mozes werd hier opgewekt, want wij zien hem terug bij de verheerlijking van Jezus op de hoge berg (Matt 17: 3). En wie heeft de kracht om op te wekken? 1Thess.: 4: 16 Want de Heere zelf zal met een geroep, met de stem van ren aartsengel en met een bazuin van God nederdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. En hetzelfde zien wij in Daniël 12. In Daniël 12: 1 staat dat Michaël opstaat, de grote vorst. Opstaan heeft de betekenis van met regeren aanvangen. Het oordeel waarover gesproken is in Daniël 8 is ten einde en Jezus legt Zijn functie van hogepriester neer en neemt de leiding op zich om naar de aarde te gaan om de macht van de duivel te vernietigen en de gelovigen mee te nemen naar de hemel. Michaël, Jezus dus, is de enigste die in staat is om de duivel te verslaan. Vandaar dat Hij ook te hulp moest komen om de vorst van het koninkrijk der Perzen te verslaan. Zoals we al gezien hebben zit de duivel achter alle koninkrijken van het beeld. Als de man klaar is met de vorst van de Perzen, staat de vorst van Griekenland al weer klaar om te bestrijden. Ook wij moeten aan Jezus om hulp vragen om de verleidingen van de duivel te kunnen weerstaan. Zonder Jezus, en de Helper die Hij gezonden heeft, de Heilige Geest, lukt het niet.
Daniël wordt verder versterkt door de man, waardoor hij sterk genoeg is voor de uitleg die de man hem gaat geven in Daniël 11.