Daniël 8
Daniël krijgt dit visioen in het derde jaar van koning Belsazar. Babylonië is nog aan de macht, maar het is in zijn eindfase. Dit visioen gaat over de 2300 avonden en morgens. In hoofdstuk 9 wordt duidelijk dat de 2300 avonden en morgens zijn startpunt heeft in de tijd van de Meden en de Perzen.
Ook dit visioen heeft weer een historische reeks van rijken. Dezelfde rijken die al genoemd zijn in vorige visioenen, maar omdat het zijn startpunt heeft bij de Meden en Perzen nu zonder Babylon. Ook nu eindigt het in de eindtijd met het verslaan van het laatste verschrikkelijke rijk.
In Daniël 7 waren de symbolen voor de rijken verscheurende dieren, In Daniël 8 zijn het huisdieren. Of beter gezegd, het zijn dieren die gebruikt worden in de offerdienst van de tempel. Hoofdstukken 1 t/m 7 zijn meer geschiedkundige visioenen en hoofstukken 8 t/m 12 gaan over de tempeldienst en de rol die Jezus daarin speelt. Hoofdstuk 8 t/m 12 is één boek. Het centrale thema is de 2300 avonden en morgens. Hoofdstuk 9 geeft het begin aan, en pas in hoofdstuk 12 de vestiging van het eeuwigdurend rijk. Daartussen de strijd tussen satan en Jezus.
Het visioen begint met een ram. In vers 20 wordt hem verteld dat deze ram Medo-Perzië voorstelt. Twee horens, twee rijken. Eerst was Medië het groots, maar later werd Perzië machtiger. Na Daniël 8 wordt dit rijk enkel Perzië genoemd. Het stoot naar drie kanten, ofwel het verslaat drie rijken, net zoals de beer in het vorige visioen: Babylon, Lydia en Egypte.
Dan komt er van het westen een geitenbok aangesneld. In vers 21 wordt vertelt dat dit Griekenland is. Zoals we al gezien hadden gaat zijn verovering met grote snelheid. In hoofdstuk 7 was het dier een panter met vier vleugels. Deze geitenbok raakt niet eens de grond. De hoorn van de geitenbok breekt af en er komen vier horens = rijken voor in de plaats. Het Griekse rijk valt uiteen onder vier generaals met elk hun eigen gebied: Seleucides, Antigonides, Ptolomides en Attalides. Uit één van hen kwam de kleine hoorn voort, maar welke? De godsdienst in Babylon was polytheïstisch, er waren vele goden. Toen Babel veroverd werd door Medo-Perzie, liet Daniël aan Kores zien dat anderhalve eeuw daarvoor zijn naam al genoemd werd door de profeten en dat God hem Babel in handen zou geven. Kores was er dermate van onder de indruk dat hij een monoïstistische godsdienst invoerde. In Ezra 1: 2 zegt hij: Alle koninkrijken van de aarde heeft de Heere, de God van de hemel mij gegeven. Hij heeft mij opgedragen om voor Hem een tempel te bouwen in Jeruzalem. Alle volken op de Joden na hadden een veelgoden godsdienst. Dit zinde de priesters van Babel niet en na de dood van Kores zagen zij hun kans. Zij steunden een opvolger en deze liet de bouw van de tempel in Jeruzalem stoppen. Deze opvolger werd echter weer afgezet en gedood door Darius. Zo ook vele priesters die hem steunden. De bouw van de tempel werd weer goedgekeurd en het restant van de priesters vluchten naar Pergamus. Pergamus had een sterke band met het beginnende Romeinse rijk. Veel van de cultuur en wetenschap kwam via Pergamus in Rome. De romeinse soldaten namen de god Mithra over als hun beschermgod en dit werd een grote godsdienst in het Romeinse rijk. De veelgoden godsdienst van Babylon ging zo via Pergamus naar het Romeinse rijk. De kleine hoorn heeft dus zijn oorsprong in de godsdienst van Babel.
Uit één van de horens groeit een andere hoorn op. Vanuit het vorige hoofdstuk weten we dat dit het Romeinse rijk is. Als we de vergelijking met het vorige hoofdstuk maken zien we dat er geen onderverdeling meer gemaakt wordt in keizerlijke Rome en pauselijk Rome. Als we in boek Openbaring 2 lezen over de eerste drie gemeenten, dan zien we dat er een doorgaande lijn is van het heidense Romeinse rijk via keizer Constantijn naar het pauselijke Rome. Van de apostolische kerk Efeze, via de vervolgde kerk Smyrna naar de compromissen kerk Pergamus.
We zien dezelfde kenmerken van de hoorn in Daniël 7 in Daniël 8:
Het zijn beide horens
Ze beginnen klein en groeien groot
Het zijn vervolgende naties
Tegen het leger van God, hier sterrenleger genoemd. ( 1 Samuël 17: 45)
Het spreekt godslasterlijke taal
Het is het laatste rijk op aarde
Worden beide vernietigd bij Jezus wederkomst.
Maar hier wordt nog meer verteld. De kleine hoorn wordt uitzonderlijk groot. De overtreffende trap. De ram is groot, en de geitenbok uitermate groot. De kleine hoorn wordt dus groter dan Medo-Perzië en Griekenland. Er zijn diverse theorieën over wie de kleine hoorn is, maar zeker niet Antiochis Epiphanis.
De Vorst van het leger, in vers 25 vorst der vorsten genoemd, wordt op een speciale manier geschreven. Deze schrijfwijze komt nog maar één keer voor in het oude testament, en wel in Jozua 5: 14. Daar ontmoet Jozua een man met een getrokken zwaard. Hij noemt zich, in de HSV vertaalt, aanvoerder van het leger. Dezelfde schrijfwijze als in Daniël 8: 25. Alleen is de grond heilig waarop deze vorst staat. Heilige grond is er enkel bij God. Wij weten uit Openbaring dat Jezus de aanvoerder is van het leger als Hij terugkomt. Dus de Vorst der vorsten is Jezus.
Het leger van de hemel is volgens vers 24 de gelovigen. (Ex. 7: 4)
In het oud testamentische Israël had je de Tabernakel. Deze bestond uit twee delen, het Heilige en het Heilige der Heilige. In het Heilige werd dagelijks offers gebracht ter vergeving van zonden. Een persoon kwam met een lam naar de priester en de persoon legde zijn handen op de kop van het dier. Zo ging de zonde van de man over op het dier. Het dier werd geslacht en het bloed kwam op het altaar. Zo kwam de zonde op het altaar. Aan het eind van het jaar, op grote verzoendag werd dit altaar gereinigd door, via het bloed van een lam, de zonden op een bok te leggen. Deze bok werd de woestijn ingestuurd. Zo verdwenen de zonden van voor Gods aangezicht. Deze lammeren staan symbool voor Jezus. Hij heeft onze zonden, als wij die aan Hem belijden, op Zich genomen. Hij is geslacht, gestorven aan het kruis, voor ons. Nu doet Hij volgens de Hebreeënbrief dienst in het hemels Heiligdom met daar ook een altaar. Alleen is het Zijn bloed op het Hemels altaar. We moeten dus nu onze zonden belijden bij Jezus in de hemel en Hij zal ons vergeven.
Nu weer terug naar Daniël 8. Daar wordt gesproken over het dagelijkse offer. Offer is door de vertaler toegevoegd en staat niet in de oorspronkelijke grondtekst. Uit de context begrijpen we dat het over het heiligdom gaat. Het dagelijkse is dus iets wat dagelijks doorgaat in de tempel. In Ex 28: 30, Hebr. 7: 23-25, Ex. 29: 42, Lev. 6: 13, Ex. 25: 30, Lev. 24: 1-4 en Ex. 30: 8 staat in het Hebreeuws steeds hetzelfde woord voor de verschillende aspecten van het werk van de priester in de tabernakel en dus nu van het werk van Jezus in het hemels Heiligdom.
Dit dagelijkse wordt neergeworpen. De vergeving van zonden via Jezus in het hemels Heiligdom. Er komt iets voor in de plaats, namelijk de vergeving van zonden door de paus, via de priesters met de biecht. De gebeden gaan niet meer naar Jezus, maar naar Maria en de heiligenbeelden. De waarheid, de bijbel wordt vervangen door traditie. Het woord dat in vers 12 gebruikt wordt voor afvalligheid, pesa, betekent openlijke rebellie. Het is dus een openlijke rebellie van de kleine hoorn tegen God. De twee krachten strijden allebei om de ziel van de mensen.
Dan klinkt de vraag, hoelang deze ontwijding wel niet gaat duren. Dit is een verkeerde vertaling. Het is niet zozeer hoe lang?, maar tot wanneer? Het antwoord is drieëntwintighonderd avonden en ochtenden. Dan zal het heiligdom in rechten worden hersteld. Het gaat er om wanneer komt er een eind aan dit neergooien van de waarheid, en zal er recht worden gesproken. Het woord voor heiligdom in vers 14 is qodes. In de vorige verzen was het woord voor heiligdom steeds miqdas. Miqdas wordt gebruikt voor het Heilige, voor de dagelijkse dienst, maar qodes wordt gebruikt voor het Heilige der Heilige. Waar het jaarlijkse eindgericht plaats vindt.
Vers 14 zegt, in rechten hersteld worden. Andere vertalingen vertalen met gereinigd. Het punt is dat de reputatie van God en Zijn gelovigen is besmeurd door satan. Er moet juridisch recht worden gedaan dat de kleine hoorn de heiligen heeft gedood, de tijden en wet heeft veranderd, godslasteringen heeft gesproken en dat het hem allemaal gelukt is. Daarom vindt er in Daniël 7 een rechtspraak plaats en worden de boeken geopend. Aan het einde van de 2300 avonden en morgens wordt begonnen met deze rechtsspraak en worden de martelaren en heiligen heilig en rein verklaard. Zij worden gereinigd met het bloed van Jezus. Zo wordt Gods rechtvaardigheid recht gezet, en het kwaad uitgeroeid. Het woord sadaq heeft een brede betekenis; verdediging, de zaken recht zetten, herstellen hoe het origineel eerst was, en reiniging.
Daniël krijgt de opdracht dit visioen aan niemand te vertellen omdat het duidt op het einde der tijden. In Daniël 12 wordt gezegd over deze periode dat het verborgen en verzegeld is tot de eindtijd.
Toch is in de loop van de geschiedenis al veel begrepen van de visioenen van Daniël. In de uitleg van Daniël 12 zal uitgelegd worden wat verzegeld is en wat niet.