GEESTELIJKE GAVEN EN BEDIENINGEN
God schenkt aan alle leden van zijn kerk-van-alle-eeuwen geestelijke gaven. Elk lid hoort zijn of haar gaven te gebruiken in liefdevolle dienst tot algemeen welzijn van de kerk en alle mensen. De gaven worden gegeven door middel van de heilige Geest, die besluit welke gaven mensen krijgen. Door de gaven van de Geest zijn alle mensen die een functie hebben, in staat om hun van God gegeven taak te vervullen. Volgens de Bijbel zijn deze gaven bijvoorbeeld geloof, profetie, genezing, verkondiging, onderwijs, bestuur, verzoening, medeleven, en zelfopofferend dienstbetoon en liefde om de mensen te helpen en te bemoedigen. Sommige leden worden door God geroepen en door de Geest begiftigd voor ambten zoals predikant, evangelist of leraar en worden als zodanig door de kerk erkend. Zij zijn nodig om de leden toe te rusten tot dienstbaarheid, om de kerk te leiden naar geestelijke rijpheid en om de eenheid van het geloof en de kennis van God te bevorderen. Wanneer leden als trouwe rentmeesters deze geestelijke gaven van Gods genade gebruiken, wordt de kerk beschermd tegen de vernietigende invloed van onjuiste leer. Zij groeit dan zoals God wil en wordt opgebouwd in geloof en liefde.
(Handelingen 6:1–7; Romeinen 12:4–8; 1 Korintiërs 12:9–11, 27, 28; Efeziërs 4:8, 11–16; 1 Timoteüs 3:1–13; 1 Petrus 4:10, 11.)