Efeze

De zeven Gemeenten


Nadat Jezus zich voorgesteld heeft in al zijn pracht en macht geeft Hij als eerste opdracht een brief te schrijven naar de zeven gemeenten.  De gemeenten zijn al getoond als zeven kandelaren, waar Jezus tussendoor loopt en de engelen als de zeven sterren van die gemeenten. Jezus toont dus de volheid van de gemeenten. Je kan dit ook zien als de volheid in de tijd. Opb 1: 19 zegt: schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden. De brieven aan de gemeenten zijn dus voor de gemeenten in die die tijd, de gemeenten in het algemeen en in de loop der tijd. Nummer 7 is al van oudsher in meerdere culturen een getal voor totaliteit en perfectie. Ook staat er telkens aan het eind aan een brief aan de gemeenten de zin: Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten (meervoud) zegt. Er zit ook een zekere voortgaande beweging in. Jezus is in de eerste gemeente algemeen aanwezig, maar bij de laatste gemeente staat hij aan de deur.


Heel het boek Openbaring moet gelezen worden als geschreven in symbolische taal. Als je dus over de gemeenten leest, heeft het een historische uitleg, de werkelijk bestaande gemeenten in die tijd met hun kenmerken; een profetische uitleg: perioden in de tijd waar deze kenmerken een profetische uitleg krijgen en een persoonlijke uitleg. Heel de bijbel is voor ieder persoonlijk geschreven om hier lessen uit te leren. Zo geven ook deze gemeenten lessen mee voor ieder persoonlijk.


Efeze

In het Forum Romanum in de boog van Titus staat een menora afgebeeld. Deze is meegenomen door Titus uit de tempel bij de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n.Chr.. Deze menora staat symbool voor verschillende betekenissen.

Voor de Israëlieten: Een licht voor de heidenvolken (Jes. 49: 6; 60: 1-3)

Voor de Christenen: Jezus. Het Licht der wereld (Joh. 8: 12)

Christologisch: de kerk. Licht der wereld (Mat. 5: 14; Fil. 2: 15) Daarom zien we in veel kerken de zevenarmige kandelaar.

Apocalyptisch: het Lam: lichtbron van het nieuwe Jeruzalem (Opb. 21: 23)

Deze kandelaar vertegenwoordigd het licht dat we moeten zijn in de wereld. En deze is weggevoerd. De vraag die gesteld werd was, kunnen we nog wel het licht van de wereld zijn. Heeft God verloren? Nu 25 jaar na de verwoesting van de tempel loopt Jezus tussen de zeven gouden kandelaren (Opb. 2: 1). De relatie met Jezus is niet afhankelijk van de menora. Jezus is gewoon aanwezig in de gemeente (Opb. 1: 20). De gemeente staat er niet alleen voor. Net als in Lev. 26: 12, Ik zal in uw midden wandelen, Ik zal u tot een God zijn. Matt. 28: 20, En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. De verheerlijkte Jezus met ogen als een vuurvlam (Opb. 1: 14; Dan 10: 6), gezicht zoals de zon schijnt in haar kracht (Opb 1: 216), voeten als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven (Opb. 1: 15; Dan 10: 6).

Over Efeze wordt het meest gesproken in de bijbel. Ze komt voor in de Handelingen, de brief van Paulus aan de Efezen, in de brief aan Timotheüs en dus in Openbaring.

Efeze was de grootste en belangrijkste stad in Klein Azië en de trots was de tempel van Artimes. Eén van de 7 wereldwonderen. De Romeinen namen Artimes over en veranderden haar naam in Diana. Dat is iets typisch Romeins: het overnemen van elkaars goden. Binnen een bepaalde afstand van de tempel was iedere crimineel vrij. Dit trok dus een bepaald publiek naar de stad. In deze context staat dus de belangrijkste christelijke gemeente. Van hen staat dat ze zich inspannen, volharding tonen en allerlei moeilijkheden meemaken. Ze konden slechte mensen niet verdragen, en hebben deze op de proef gesteld en ontmaskerd. De Nicolieten haten ze, net als Jezus. De Nicolieten leren een valse leer (vs. 15). De Efezen houden zich aan wat Paulus hun geleerd heeft en zijn theologisch sterk onderbouwt. In Hand. 20: 29-30, waarschuwt Paulus hen al tegen deze dwaalleraars (Ef. 1: 15). De gemeente in Efeze staat ook bekend om het geloof in de Heere en liefde voor alle heiligen. Maar jammer genoeg heeft Jezus wat tegen hen, een waarschuwing: Opb. 2:4 Ze hebben hun eerste liefde verlaten. Jer. 2: 2 De liefde van uw bruidsdagen. Bij Jeremia gingen de Israëlieten op den duur in ballingschap. Als de gemeente van Efeze zich niet bekeert dan neemt Jezus de kandelaar weg. Dan is de gemeente niet meer een licht voor de wereld.

Zoals gezegd, de boodschap voor één gemeente is een boodschap voor alle gemeenten en ook voor alle tijden. De boodschap voor ons is dus om kritisch te kijken naar misleidende leer en deze te ontmaskeren en uit de gemeente weg te doen. Verder om je te bekeren en terug te gaan naar je eerste werken. (Mat. 22: 37-40; Rom. 13: 8, 10; 1 Tim. 1: 5 en 1 Joh 4: 8)


Smyrna

Smyrna is gesticht door de Grieken ongeveer 1000 vChr. Op een berg. In 600 vChr is het vernietigd en weer opgebouwd, maar in 545 vChr. Door de Perzen geheel vernietigd. Lysimagus, een generaal na Alexander de Grote bouwde Smyrna weer op tot een welvarende stad. Welvarend door haar ligging als haven en rondom vruchtbare grond. Het telde 200.000 inwoners. Voor die tijd een enorm aantal.

Opb 2: 8 De stad was dus net als Jezus dood geweest en weer levend geworden.

In 26 nChr kreeg de stad toestemming om een tempel te bouwen ter ere van keizer Tiberius. Een eer en de verplichting om de keizer één maal per jaar te vereren. Je moest naar de tempel en kreeg daar een certificaat. Dit had je nodig om te kunnen werken en handel te drijven.

Opb 2: 9 Ik weet uw werken en de armoede waarin u verkeert. De gelovigen leden armoede omdat zij de keizer niet wilden vereren, en werden zelfs vervolgd tot de dood.

Op 2: 8 Jezus vergelijkt Zichzelf met hen. Ook Hij is vervolgd en gedood. Hij kent de beproevingen.

Eerst waren de Christenen een afscheiding van de Joden, maar na het jaar 70, na de verwoesting van de tempel, wilden de christenen niet meedoen met de opstand tegen de Romeinen. Mede daardoor ontstond een relatie van nijd en vijandigheid. De Joden werden erkend door de Romeinen en hadden vrijstelling van de keizerverering. De romeinen zagen geen verschil, maar de Joden klaagden de christenen wel aan bij de Romeinen. De satan klaagt ook de gelovigen aan bij God en daarom zijn de Joden de tempel van satan. Jezus bemoedigt de gelovigen want, vs. 10, want zij zullen nog flink vervolgd worden, maar de kroon van het leven ligt klaar. Kroon is hier in de betekenis van lauwerkrans, een kroon van overwinning in de Olympische Spelen. Diadema is koninklijke kroon (Op 12: 3; 13: 1; 19: 12). Stefanon is de lauwerkrans. Jac 1: 12 Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de kroon van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben. Liefhebben is ook gehoorzaam zijn aan.

De periode van de gemeente Smyrna kwam overeen met de vervolging door de Romeinen in de 2de en de 3de eeuw. De kerk van de martelaren. De 10 dagen in vs. 10 zijn de 10 jaar van vervolging door Diocletianus en vervolgens Galerius van 303 tot 313. Deze vervolging is één van heftigste vervolgingen geweest. Met het edict van Milaan in 313 kwam hier een eind aan toen de Christenen godsdienstvrijheid kregen.

De boodschap van de brief aan Smyrna is trouw blijven tot in de dood. Ook nu er al flinke vervolgingen zijn in de wereld en zeker in de eindtijd.


Pergamus

Deze stad was twee en een halve eeuw de hoofdstad van de Romeinse provincie Klein Azië. Efeze vond dat zij de hoofdstad waren, maar Pergamus had de titel. Het was ook het centrum van het hellenistische intellectuele leven. Het had één van de grootste bibliotheken van die tijd. Er waren meer dan 200.000 perkamentrollenaanwezig. Het was ook een godsdienstig centrum. Ze waren de eerste stad met keizerverering. Ze hadden een grote tempel voor keizer Augustus. Verder een tempel voor Zeus, Dionysus en Athene. Ook een altaar voor Zeus. Het zag eruit als een troon. Verder nog een tempel van de god van de genezing, Aclepios, met als symbool een slang. Dit is tot vandaag het symbool van de gezondheidszorg. In de bijbel is het het symbool van satan. Vandaar (vs. 13) waar de troon van satan is. Aclepios betekent verlosser.

De romeinse gouverneur had het recht van het zwaard. Hij kon mensen ter dood veroordelen. Maar Jezus zegt in vers 12, dat Hij het tweesnijdend zwaard heeft. Hij heeft het laatste woord over leven en dood. Hebr. 4: 12 ‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart. Joh 13: 33 Heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Maar er was een groep in Pergamus die het compromis zochten met de wereld (vs. 14). Die zich houden aan de leer van Bileam. Bileam is Hebreeuws en Nicolai is Grieks. Allebei betekenen ze: hij die verovert of vernietigt. Bileam is hier een symbolische naam en grijpt terug op het verhaal van de Israëlieten toen ze door de woestijn trokken. Numeri 22 beschrijft het verhaal van Koning Balak van Moab die Bileam, een ziener, verzoekt om te komen. De koning is bang voor de Israëlieten en wil dat Bileam het volk vervloekt. Er ontwikkelt zich een heel verhaal, maar in plaats van te vervloeken zegent hij het volk op last van God. In plaats van standvastig te blijven in de woorden die God hem laat spreken, zwicht hij voor het geld en verzint een list. Hij raadt Balak aan om vrouwen het kamp van de Israëlieten te sturen en hen de mannen van Israël te verleiden om de heidense goden te vereren. Dit lukt. Nu Israël niet meer trouw is aan God, ontbrandt de toorn van God tegen hen. Pineas weet de grimmigheid van God af te wenden, maar de plaag van God doodde 24.000 man. De gelovigen in Efeze haten juist de Nicolaïten, maar in deze gemeente zijn er toch groepen die meegaan in de verleiding. (vs 16) Jezus wijst dit ten sterkste af en waarschuwt dat Hij anders met het zwaard komt. Het zwaard dat feilloos leugen en waarheid scheidt. Bileam is ook door het zwaard gedood.

(vs. 17) Het Romeinse recht kent twee stenen, een witte en een zwarte steen. Onschuldig of schuldig. Met de witte steen krijg je van Jezus vergeving en een nieuwe naam, een nieuw doel in het leven. Net als Abram, Jacob en Saul een nieuwe naam en doel kregen.

Pergamus is dus een bestaande stad in de tijd van Johannes, maar net als de andere zeven steden een symbool in de geschiedenis van de kerk. De periode van Pergamus begint in 313 met het edict van Milaan, waar de gelovigen godsdienstvrijheid kregen, tot ongeveer de 4de á 5de eeuw. In deze periode overwon de kerk de aanvallen van buitenaf, van heidense vijanden, maar kreeg het nu aanvallen van binnenuit te verduren. Als satan de gelovigen niet kan vernietigen, dan probeert hij hen te verleiden, om hen zo van God weg te leiden. Men sloot compromissen met heidense gebruiken en tradities. Het grootste compromis is de viering van de zondag i.p.v. de sabbat. Door de strijd tussen de Joden en de christenen gingen de christenen zich steeds meer afscheiden van de Joden. Ze waren ook niet meer welkom in de tempel. Op 7 maart 321 stelde Constantijn de zondag, de dag van de zonnegod, in als de rustdag.

Het vertrouwwekkende van de brief aan Pergamus is dat God onze werken kent en weet waar we wonen. Hij kent ons.

Efeze leert ons geen compromissen te sluiten met de wereld. Het manna, is het voedsel door de woestijn, op weg naar het nieuwe land.


Thyatira

Thyatira is de onbelangrijkste en kleinste stad van de zeven gemeenten. Ze is vooral bekend om de ambachten en vooral de kleurstoffen en verfindustrie. En dan vooral koninklijk purper. Elke gilde had een beschermgod. Voor deze god werd een jaarlijks festival gehouden met veel dronkenschap, gewijd vlees en tempelprostitutie. Dit was een groot probleem voor de christenen. Zij hadden daardoor geen werk en inkomen. Toch was dit een liefdevolle, dienstbare en volhardende gemeente.

In de brief aan Pergamum wordt al gewaarschuwd voor Bileam. Bileam die aanwijzingen gaf van buitenaf om de gelovigen te verleiden.

Het probleem in Thyatira komt echter niet van buitenaf, maar vooral van binnenuit. Er zal een vrouw in deze gemeente zijn geweest die veel negatieve invloed had. De situatie wordt vergeleken met Izebel. Izebel was de vrouw van Achab, en de dochter van Etbaäl, de koning van de Sidoniërs. Zij was een profetes van de Baäl. Ze onderhield met haar eigen geld 450 priesters van de Baäl en 400 priesters van de Asjera. Zij was verantwoordelijk voor de uitroeiing van de profeten van de Heere, en zij zwoer de profeet Elia te vermoorden. Haar invloed zette zich voort in haar dochter. (1 Kon 16 / 19)

Deze geschiedenis uit het Oude Testament is symbolisch voor de toestand in de gemeente Thyatira. De valse leer werd van binnenuit gepromoot. Zij begonnen zich te kleden in koningsgewaden die daar gemaakt werden. Een purperverkoopster uit deze stad wordt nog genoemd in Hand. 16: 14 en wel Lydia.

Profetisch gezien is de kerk van Thyatira van toepassing op de donkere tijd van de Middel Eeuwen, zo tussen 500 en 1500 na Chr.. Izebel wordt vergeleken met een geestelijke hoer. Een gemeente die banden aangaat met het heidendom en aardse regeringen. Dit zie je sterk in die tijd waar de kerk allerlei heidense leer en rituelen in de kerk brengt. De gelovigen die vast houden aan de bijbel worden vervolgd en gedood. Er zijn schattingen dat er wel een miljoen gelovigen gedood zijn in die tijd door de Katholieke Kerk. Zij is ook het symbool voor de grote hoer Babylon, die in de eindtijd de wereldleiders verleidt (Op. 17) tot het dienen van de satan.

Op. 2: 23 spreekt over het doden van haar kinderen. Dit ziet terug op Jehu die de 70 zonen van Achab doodde (2 Kon. 10: 6-8). Als, zeker in de eindtijd, compromissen gesloten worden, dan is het oordeel aanstaande. Net als het oordeel over de 70 zonen. In Openbaring lezen we dan ook over het oordeel dat zal voltrokken worden over de grote hoer Babylon en haar dochters.

Op. 2: 23 en 24: God doorzoekt de harten en de nieren en of zij de diepten van satan hebben leren kennen. God kent ons, weet wat in ons binnenste leeft. Hij zal ieder geven naar zijn werken. Dat is ook een positieve boodschap. Zolang wij Jezus Christus volgen, afstand houden van de leer van Izebel, hebben wij niets te vrezen. Paulus spreekt in 1 Kor. 2: 10 over de diepten van God. Dat is de kern van God die christenen ervaren door de ervaringen met de Heilige Geest. De diepten van satan is dan de ervaring die de mens heeft met de zonden. Als men dit heeft ervaren, dan kan men met behulp van de Heilige Geest terug komen op het pad naar God en zo de diepten van God leren kennen. Wij zijn allemaal op weg naar God, maar een ieder nog bij een ander station.

De mensen die zich afkeren van de diepten van satan wordt de morgenster beloofd. Dat is Jezus Christus zelf. Dat is een mooie belofte voor de gelovigen in Thyatira, de gelovigen in de Middel Eeuwen en de gelovigen in de eindtijd.


Sardes

 Sardes lag 50 km. ten zuiden van Thyatira. Er is daar nu niets meer van over. De rijke Croesus was daar koning en is in 549 v.Chr. verslagen door Kores. Van hun rijkdom was toen niets meer over. Het was een arrogante stad, gelegen op een bergrug. Er was maar één pad om de stad binnen te komen. Ze dachten daarom onoverwinnelijk te zijn, maar  na Kores is de stad toch nog een keer , zonder slag of stoot, ingenomen. Ze waren dus niet waakzaam meer.

Dit is ook een les voor de tegenwoordige tijd: weest waakzaam. Om weer tot leven gewekt te worden is de volheid van de Heilige Geest nodig: de 7 Geesten van God. Niet enkel kennis. Rom 5: 5 Een belangrijke taak van de Heilige Geest is de liefde van God in onze harten uit te storten. Het is een gave. Je hoeft er enkel om te vragen (vs 5). Bedenk wat je eerst allemaal ontvangen en geleerd hebt, je ervaringen met God, en bekeer je opnieuw.

Er waren nog gelovigen in Sardes die hun kleren niet hebben bevuild met compromissen met het heidendom. De belofte is dat hun namen in het Boek des Levens staan.

Profetisch is Sardes de periode na de Reformatie, de 16de en 17de eeuw. Een moeilijke periode. De echte reformers zijn overleden en we krijgen de periode van de protestante scholastiek. Daarmee wordt een periode bedoeld van institutionalisering en codificering van na de Reformatie. De theologie uit deze periode is mede het resultaat van een theologische interpretatie van de Reformatie binnen bepaalde, in confessies, vastgelegde grenzen. De geleerden gingen over naar een zoektocht naar kennis, universitaire titels. Niet een zoektocht naar Christus, maar publicaties. Maar niet wie de slimste is, is belangrijk, maar je relatie met Christus.


Philadelfia

De naam Philadelfia betekent broederliefde. Hij is gesticht door Attelis II, de koning van Perganum, voor zijn broer Eumenius II. De stad ligt aan de handelsroute tussen oost. Het is gesticht met het doel om het Griekse hellinisme te promoten in klein Azië. Een open deur om het Griekse denken te verspreiden. Maar voor christenen is deze tekst een gedachte dat Jezus andere belangrijke deuren opent. God opent de deur van het evangelie.

Philadelfia is de gezondste kerk van allemaal. Het krijgt geen kritiek. Zij bleven trouw aan Gods woord. De vorige gemeente was een dode gemeente, maar zij zijn een kleine gemeente met een grote inzet. Een zendingsgerichte gemeente.

In profetisch opzicht zitten we in de periode eind 18de eeuw tot 1844. We hebben de Franse revolutie en de Amerikaanse revolutie gehad. Deze hadden een grote invloed op het denken van de mensen. In reactie hierop ging men zich richten op de bijbel. Er ontstond een enorme opwekkingsbeweging in de wereld. Er werden tal van Bijbelgenootschappen gesticht, mede met de doelstelling om het evangelie over de hele wereld te verspreiden. Zij stuurden tal van zendingswerkers overal naar toe. Een bekende is Livingstone. Hij is geen ontdekkingsreiziger, maar een zendeling die tal van gebieden ontdekte in Afrika op zijn zendingsreizen. De opwekkingsbeweging werd in Amerika bekend onder de naam Second Great Awakening en in Europa het Reveil. 

In verschillende continenten kwam men door het bijbelonderzoek tot de conclusie dat er in 1843-44 iets belangrijks stond te gebeuren. Niet enkel William Miller. Bijvoorbeeld dat Jezus in dat jaar terug zou komen.

Een gedachte, die in de studies van Daniël op deze site verder wordt uitgewerkt is dat de deur die geopend wordt, de deur is tussen het Heilige en het Heilige der Heilige. Dat het na 1844 de tijd is van het oordeel. Vandaar de naam van de volgende gemeente Laodicea, volksoordeel.

De les voor de gemeenten van alle tijden en nu is dat we voor God een getuige moeten zijn met een missie in deze wereld.


Laodicea

Deze stad is door haar ligging één van de grootste handels- en financiële centra. Rijkdom kwam van de kledingindustrie en het bankwezen. Er werd fijne zwarte wol gemaakt en men liep als uiting van rijkdom in deze dure zwarte gewaden. Er was een grote voorraad goud opgeslagen. Verder was het een medisch centrum beroemd om zijn ogenzalf. Zij waren zo trots dat toen bij een aardbeving de hele stad verwoest werd, zij de hulp van Rome afwezen. Zij konden het zelf wel betalen. Schrijvers in die tijd verbaasden zich over deze arrogantie. Zij hadden echter geen water van zichzelf. Dit werd via aquaducten aangevoerd en was lauw tegen de tijd dat het in de stad aankwam.

Profetisch gezien is het een boodschap voor de tijd na 1844, voor deze tijd.

Het lauwe water is een beeld van de geestelijke gesteldheid van de christen. Hij staat niet in vuur en vlam van enthousiasme en voelt zich ook niet koud, dat hij zich bewust is van het feit dat het spiritueel niet goed gaat met hem. Ze hebben een gebrek aan zelfreflectie. Ondanks al hun geld zijn ze arm, ondanks mooie dure zwarte gewaden zijn ze naakt, en ondanks hun ogenzalf zijn ze blind.

Door vuur gelouterd goud is geloof dat beproefd is door allerlei verzoekingen, 1 Petr. 1: 6, 7.

Witte kleren is de gerechtigheid van Jezus, Op. 3: 4, 5; 6: 11; 7: 9 en Jes. 61: 10.

De gemeenten toen en nu moeten hun arrogantie opzij zetten en de rijkdom van Christus aannemen. We leven in een tijd van grote veranderingen op allerlei gebied in de maatschappij. En dit sijpelt door in de kerk. Een christen moet dan ook standvastig blijven in zijn geloof.

Maar Jezus heeft Zijn gemeente lief. Ze worden op hun fouten gewezen en eventueel als dat nodig is bestraft. In de eerste gemeente zegt Jezus dat Hij spoedig komt. In de volgende gemeenten komt Hij steeds dichter bij en in deze laatste gemeente staat Hij aan de deur. Een volgend bewijs dat we de gemeenten in een profetische lijn kunnen plaatsen. Laodicea is dan de laatste gemeente en Jezus komt dus aan de deur, terug naar deze wereld. Het is aan de mens om de deur, van zijn hart, te openen voor Hem en Hem binnen te laten. Jezus trapt de deur niet in, maar laat het aan de mens, met zijn vrije wil, om de deur te openen of dicht te laten. Maar wie hem opent zit aan de maaltijd bij Zijn wederkomst en op Zijn troon. 

Share by: