Hieronder volgt een uiteenzetting om dit onderwerp op een andere manier uit te leggen.
De identiteit van Jezus Christus
De vraag naar de identiteit van Jezus, naar wie Hij nu eigenlijk is, is door de eeuwen vaak gesteld. Er kwamen een reeks van antwoorden: een groot profeet, een groot geneesheer door het geloof, de grootste morele leraar en zelfs een fanaticus die zijn strijd verloor aan het kruis. Anderen geloven dat Hij niet aan het kruis gehangen heeft en met Maria Magdalena naar Frankrijk is vertrokken en daar een dynastie heeft opgebouwd.
In Jezus tijd was het al niet anders. Jezus vroeg het in Mattheüs 16: 11 zelf aan Zijn discipelen. Zij zeiden, sommigen Johannes de Doper, en anderen Elia, en weer anderen Jeremia of een van de profeten. Maar Petrus antwoordde: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.
Door wat de Bijbel allemaal verteld over Jezus, het werk dat Jezus gedaan heeft in deze wereld en datgene wat Hij zelf erover gezegd heeft komen we tot een tiental constateringen. In het kort worden deze hier weergegeven. Over elk facet van wie Jezus is zijn boeken vol geschreven.
- Jezus is God
Johannes 1: 1 – 3 ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God’. Jezus bestond dus al vanaf het begin en is dus ook God.
Johannes 17: 5 ‘En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.
Mattheüs 1: 23 Jezus naam wordt Immanuel, wat betekent: God met ons.
Johannes 8: 58 ‘Voor Abraham geboren was, ben Ik’. De Ik ben uit het Oude Testament.
Exodus 3: 14 Mozes vraagt aan God om aan de Joden te vertellen wie hem gestuurd heeft en God zegt: Ik ben die Ik ben. Deze naam betekende een tijdloze aanwezigheid. De Joden begrepen Jezus maar al te goed en wilden Hem daarom stenigen.
- Jezus is de Schepper
Johannes 1: 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.
Kolossenzen 1: 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen zijn en die op de aarde zijn….. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.
Dat Jezus zelf de Schepper is, is belangrijk want enkel de Schepper zelf kan ook de prijs betalen voor deze gevallen schepping. Niet een stukje van de schepping zelf.
- De God Jezus werd de mens Jezus.
Mattheüs 1: 18 – 20 Jezus werd geboren uit een maagd geheel volgens de profetie dat er een Kind geboren zal worden uit een maagd en dat zijn naam Immanuel zal zijn.
Johannes 1: 14 En het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
Lukas 24: 39 ‘Raak Mij aan, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb en een geest eet niet.
Hebreeën 2: 17 ‘Hij moest in alles aan Zijn broeders gelijk worden’. Let wel: als aan wedergeboren mensen. Jezus was al wedergeboren door de Heilige Geest bij Zijn geboorte. Telkens wanneer er in de Bijbel gesproken wordt over broeders in relatie met Jezus gaat het over wedergeboren mensen. Mensen die Jezus aangenomen hebben als Redder en Heer.
Hebreeën 2: 14 ‘Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad’. Jezus is dus God en geheel mens. Belangrijk want zo is Jezus een brug tussen hemel en aarde.
Johannes 1: 52 ‘Vanaf nu zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen’. Een beeld uit Genesis 28: 12 waar ook engelen via een ladder opklimmen en neerdalen vanuit de hemel. Het was Jezus daar Die vocht met Jacob.
- Jezus, als mens als wij, kon dus verzocht worden.
Jacobus 1: 13 God kan niet verzocht worden. Als Jezus dus naar de aarde gekomen was als God, dan kon Hij ook niet verzocht worden door de duivel. De duivel zou gelijk door de façade heen geprikt hebben. De duivel echter was Jezus op aarde constant aan het verzoeken.
1 Johannes 2: 6 ‘ Wie zegt in Hem (Jezus) te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft’.Dit kan enkel als Hij zelf net zo mens is als wij mens zijn. Jezus beschikte over dezelfde krachten als wij kunnen beschikken. Jezus kon duivels uitdrijven, mensen genezen, gedachten lezen en mensen doen opstaan. Maar de apostelen konden dit ook. Zij konden dit enkel met de kracht van de Heilige Geest.
Joh 8: 46 ‘Wie van u overtuigt Mij van zonde?’. Jezus doorstond alle verleiding zonder te zondigen door de Heilige Geest.
Johannes 14: 30 ‘’Want de vorst van deze wereld (de duivel) heeft geen macht over Mij’.
Johannes 5: 19, 20 ‘De Zoon kan niets doen van Zichzelf, als Hij dat niet de Vader …. Want de Vader heeft de zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij doet’. Jezus zegt regelmatig: van Mijzelf kan Ik niets doen.
Hebreeën 4: 15 ‘Jezus kan medelijden met ons hebben, want Hij is in alles op dezelfde wijze als wij verzocht, maar zonder zonde’
Waarom is dit belangrijk? Door Jezus overwinning over de zonde hebben wij nu ook de mogelijkheid gekregen om ook te overwinnen.
Johannes 15: 5 ‘Blijf in Mij, want zonder Mij kunt u niets doen’.
Paulus zegt: Ik kan alles door Christus Die mij kracht geeft.
Johannes 15: 7 ‘Als u in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat u wilt en het zal u ten deel vallen. Jezus overwon de duivel met Gods woord.
Psalm 119: 11 ‘Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen opdat ik tegen U niet zondig’.
Net als het offerlam in het Oude Testament perfect moest zijn, moest Jezus ook een perfect zondeloos leven leiden om aanvaardbaar te zijn als offer voor ons en onze zonden, als we Hem aannemen als onze Heer.
- Jezus kwam naar deze wereld om te laten zien wie de Vader eigenlijk is.
Niet zoals de duivel hem voorstelt. God kan zelf niet komen, want Hij is een verwoestend vuur voor ons zondaars.
Johannes 14: 9 ‘Wie Mij (Jezus) gezien heeft, heeft de Vader gezien.
- Jezus kwam naar deze wereld om te sterven voor onze zonden.
Mattheüs 20: 28 ‘De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot losprijs voor velen’.
Zo kon God laten zien aan de duivel en het universum dat Hij rechtvaardig is, want op de zonde staat de dood, en dat Hij liefdevol is, want Hij gaf Zijn Zoon in de plaats van ons. Johannes de Doper zei ook: zie de Lam Gods.
God is onsterfelijk, dus Jezus moest als sterfelijk mens komen om voor ons te kunnen sterven. Joh. 15: 14; Matt. 26: 26 – 28; Jes. 53: 5.
Johannes 3: 14 ‘Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden’. Jezus werd dus de slang en de slang staat voor de zonde. Dit was zeer zwaar voor Jezus in Gethsemane en aan het kruis. Zodat Marcus precies de woorden van Jezus aan het kruis herinnerde in het Aramees, de spreektaal, en niet in het Hebreeuws, de schrijftaal: Eloï, Eloï, Lama, Sabachtani, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
- Jezus is opgestaan uit de doden. Mattheüs 28: 1 – 7
Het is een letterlijke, persoonlijke, lichamelijke opstanding.
Openbaring 1: 18 ‘Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf’. Daardoor kan Hij ook voor ons het leven openen uit de dood.
- Jezus is onze bemiddelaar.
Hebreeën 7: 25 ‘Zo kan Hij ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen te pleiten.
- Jezus is onze rechter.
Maar een rechter die ons begrijpt. Hij heeft dezelfde verleidingen doorstaan als wij.
- Jezus komt terug.
Joh 14: 1 – 3 ‘En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij neen, opdat u ook zult zijn waar Ik ben.
Handelingen 1: 11 ‘Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.
Deze uiteenzetting is zeer in het kort. Is ook zeker geen studiemateriaal, maar bedoeld als eerste aanzet om een duidelijk beeld, een kader, te geven, wie Jezus nu eigenlijk is en wat Hij voor ons mensen allemaal betekent. Als punten onduidelijk zijn, of u bent er niet mee eens, onderzoek het onder gebed of stel ons de vraag op ons e-mailadres: prediker3.12@gmail.com .