De wet van God

DE WET VAN GOD
De belangrijkste basisprincipes van Gods wet zijn de Tien Geboden. Jezus leefde deze principes voor. De Tien Geboden laten Gods liefde, zijn wil en zijn bedoelingen ten aanzien van het gedrag en de onderlinge verhoudingen van de mens zien. Alle mensen in alle tijden zijn gebonden aan de Tien Geboden. Deze voorschriften zijn de basis van Gods verbond met zijn volk en vormen de maatstaf in Gods oordeel. Door de werkzaamheid van de heilige Geest wijzen zij zonde aan en beseffen wij dat wij een Redder nodig hebben. De redding is geheel op basis van genade en niet op basis van gedrag, en resulteert in gehoorzaamheid aan de geboden. Deze gehoorzaamheid draagt bij tot de ontwikkeling van een christelijk karakter en loopt uit op een besef van vrede. Zij is een uiting van onze liefde voor de Heer en onze zorg voor onze medemens. De geloofsgehoorzaamheid toont de macht van Christus om mensen te veranderen en ondersteunt daarom het christelijke getuigenis.
(Exodus 20:1–17; Deuteronomium. 28:1–14; Psalmen 19:7–14; 40:7, 8; Mat. 5:17–20; 22:36–40; Johannes 14:15; 15:7–10; Romeinen 8:3, 4; Efeziërs 2:8–10; Hebreeën 8:8–10; 1 Johannes 2:3; 5:3; Openbaring 12:17; 14:12.)

Voor wie meer wil weten staat hier onder een uitgebreidere bijbelstudie over de wet


Deze uiteenzetting is geschreven om uitleg te geven over de wet. Er is veel discussie over wat met de wet bedoeld wordt in het Nieuwe Testament. Is de wet nu wel of niet afgeschaft. Of zoals sommige gelovigen zeggen aan de hand van één tekst, aan het kruis genageld. Om hier meer duidelijkheid over te geven is een beetje een lange adem nodig om deze uiteenzetting te lezen.

Er zijn eigenlijk twee primaire wetten.

De eerste wet is de morele wet die goed en kwaad scheidt. Gen. 2: 15-17: De mens mocht niet eten van de boom van goed en kwaad, anders zou hij sterven. Dit ene gebod bevat alle principes van de 10 geboden. Eten van die boom is kwaad, niet eten van die boom is goed. Ongehoorzaamheid is zonde, en het loon van de zonde is de dood. De wet van God, een morele wet, bestond dus al voor de zondeval.

Na de zondeval gaf God een tweede wet, de ceremoniële wet, de wet van inzettingen en offers (vanwege de zonde) Deze tweede wet is dus een reactie op het probleem dat de zonde geschapen had, de dood, in deze wereld.

Gen. 3: 21 Vertelt ons de reactie van God op de zonde van Adam en Eva. Zij zagen ineens hun naaktheid wat daarvoor nooit een probleem was. Dit kwam door hun zondebesef. Zij verstopten zich dan ook voor hun grote Vriend God. Om hun naaktheid, hun zonde, te bedekken, moest God een dier slachten om huiden te kunnen verkrijgen om de mens te kleden. Voor hun zonde moest dus een dier sterven in hun plaats.

Wat zonde is wordt in de tien geboden duidelijk omschreven door God op de berg Sinaï in Exodus 20. Daarvoor was de zonde er ook en wist de mens wat zonde is.

Rom 5: 12 zegt dat de zonde door één mens (Adam) in de wereld kwam.

Gen 4: 7 God waarschuwt Kaïn dat de zonde voor de deur ligt toen hij bedacht of hij Abel zou doden.

Gen 13: 13 en 18: 20 Sodom en Gomorra waren grote zondaars tegenover God.

Gen 39: 9 Jozef wist dat overspel zonde was.

Exodus 16 De sabbat bestond al bij de regen van het manna.

De ceremoniële wet bestond ook al voor Exodus 20.

Gen. 4: 3-5 God sloeg acht op het offer van het eerstgeborene van Abel.

Gen. 8: 20, 21 Noach bracht een offer.

Abraham offerde bijna zijn zoon en Jezus zei: Abraham heeft Mijn dag gezien en zich verblijd (Joh. 8: 56).

Izaäk en Jacob brachten ook offers.

De tien geboden zijn Gods grondwet en de weerspiegeling van Gods karakter. De tien geboden kun je daarom niet veranderen. Het zijn aanwijzingen, raadgevingen hoe je het beste kunt leven om gelukkig te zijn. Ze scheiden goed en kwaad, juist en fout.

Je kunt in de Bijbel goed de verschillen zien tussen de twee wetten.

De tien geboden:

1.      Deut. 5: 22 God spreekt de 10 geboden rechtstreeks tegen het volk.

2.      Ex. 31: 18 God schreef de wet met Zijn eigen vinger op.

3.      Deut. 4: 13 op stenen tafels.

4.      Deut. 10: 1-5 De stenen tafels werden geplaatst in de ark van het verbond.

5.      1 Joh. 5: 3 Ze zijn niet zwaar, geen juk van slavernij. Ps. 119: 72, 131, 174 David hield van Gods wet.

De ceremoniële wet

1.      Lev. 1. 1, 2 God sprak tot Mozes en Mozes moest de ceremoniële wetten uitspreken.

2.      Deut 31: 9 Mozes schreef de ceremoniële wet op.

3.      De wetten werden geschreven op papier.

4.      Deut. 31: 26 Ze werden geplaatst naast de ark van het verbond.


Overtreding van de wet van God leidt eigenlijk vanzelf tot de dood. Je ziet het rond je heen hoeveel moord en doodslag er wel niet is in de wereld. Allemaal overtredingen van Gods wet. Daarnaast is het ook rebellie tegen God en als zodanig kan een mens ook niet leven tegenover God, dus ook de dood.

Rom. 6: 23 Want het loon van de zonde is de dood.

Rom. 3: 20 Overtreding van de wet is zonde

1 Joh. 3: 4 Wie zonde doet, doet ook de wetteloosheid.

Rom. 3: 10, 23 Er is niemand rechtvaardig.

God is liefde en heeft nu een groot probleem. Hoe rechtvaardig zijn en toch de mens laten leven?

Daarvoor is Jezus, die een deel van de Godheid is, als mens naar deze wereld gekomen om, uit liefde voor de mens, zelf de dood op Zich te nemen aan het kruis.

2 Kor. 5: 21 God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden.

Joh. 3: 16 Want also lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.


Maar hoe ging dat in het Oude Testament?

Leviticus 4 beschrijft dat een zondaar zijn zonde op het hoofd van een lam moest belijden en het lam slachten. Maar het probleem van de zonde werd niet wettelijk opgelost.

Hebr. 10: 4 Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonde wegneemt. (de Schepper, het Lam moest nog Zelf komen). Het systeem is een systeem van schuldbekentenissen waarvan Jezus gezegd heeft dat Hij die in de toekomst zal inlossen.

Kol. 2: 13, 14 Hij heeft het handschrift van vereisten of bepalingen dat tegen ons getuigde, uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Een betere vertaling van cheirograhon = handschrift met bepalingen. Eigenlijk verwijst het naar een schuldbrief, een schuldcertificaat dat persoonlijk vervaardigd en getekend is door de schuldenaar. Andere bijbelvertalingen geven: procesverbaal van aanklachten tegen ons; verslag van onze schuld; dat oude arrestatiebevel. Het waren dus de schuldbekentenissen, getekend door zondaars die dierenoffers brachten, die Jezus aan het kruis nagelde. Deze tekst verwijst naar Deut. 31: Mozes schreef de ceremoniële wet en liet die naast de ark leggen als getuige tegen u. De schuldenaar keek dus met het dieroffer in de toekomst waarin Jezus zei: Ik zal voor al die schuldbekentenissen betalen.

Jezus nagelde niet de tien geboden aan het kruis maar schuldbekentenissen.

De tien geboden zijn en blijven dus van kracht, vandaar de veelvoud van teksten die het belang hiervan benadrukken.

Matt 5: 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.

Matt 19: 17 Hij zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God. Maar wilt u tot het leven ingaan, neem dan de geboden in acht.

Joh 14: 15 Als u Mij lief hebt, neem dan Mijn geboden in acht.

1 Joh 3: 22 en wat wij ook maar bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is.

Openbaring 22: 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.

Matt 5: 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

Niet enkel is er nu veel discussie of de wet nu wel of niet afgeschaft is, maar ook in de eerste gemeente speelde het onderscheid tussen de twee wetten. Paulus schrijft er in diverse brieven over, bijvoorbeeld ook in de brief aan de Kolossenzen.

Kol 2: 16, 17 Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.

Zoals we al hebben besproken zagen de ceremoniële wetten uit op Jezus Christus. Jezus is het Lam. Maar alles in de tempeldienst slaat op Jezus. Jezus is de priester, de hogepriester, het brood, de wijn, enz. Paulus schrijft dan ook dat het een schaduw is van de toekomstige dingen, nl. Jezus Christus.

Eten en drinken: Ex. 29: 38-41 De spijs en drankoffers.

               Hebr. 9: 9-11 Een zinnebeeld………bestaande uit voedsel en dranken…….tot de tijd van verbeteringen (Christus)

Sabbatten: In Leviticus 23 staan naast de wekelijkse sabbatten nog 18 feestsabbatten. Met Pesach 7 dagen, wekenfeest 1 dag, eerste dag van de zevende maand, Grote Verzoendag, die de ultieme sabbat der sabbatten is, en tenslotte acht dagen van Loofhuttenfeest.

In de eerste gemeenten was het voor de Joodse leden heel moeilijk om de overstap te maken van de ceremoniële wet, als schaduw, naar het ware beeld, Jezus Christus. Je leest het ook terug in de discussie over de besnijdenis.


De tien geboden blijven dus bestaan.


Dit betekent dat de wekelijkse sabbat, die niet een afschaduwing is van Jezus maar een teken van de schepping, ook blijft bestaan. De ceremoniële sabbatten hebben dus hun bestemming gevonden in Jezus Christus en hoeven dus niet meer gevierd te worden als sabbat.

Share by: