Echter in vers 40b herstelt hij van zijn dodelijke wond. Als we er even letterlijk naar kijken dan zien wij dat de koning van het noorden, Babylon, als een overstromende rivier het één na het andere land overspoelt. Israël, Libanon, Tyrus en Sidon. Dan naar het zuiden Palestina, Edom, Moab en Ammon. Verder overstroomt het Egypte, Ethiopië en Libië. Eenmaal in Egypte krijgt hij alarmerende berichten geografisch uit het noorden en oosten: Jeruzalem. De koning gaat daarom een beleg aan rond Jeruzalem in vers 45. De koning heeft op dat moment de heerschappij over de toen bekende wereld.
MAAR, moeten we deze teksten en landen letterlijk nemen?
De eerste moeilijkheid is al dat Edom, Moab en Ammon letterlijk niet meer bestaan. De andere landen kunnen wij dan ook moeilijk meer letterlijk nemen. Bij Jezus Christus hebben alle letterlijke typen hun antitypen gevonden. Wat eerst letterlijk was voor Christus is nu symbolisch geworden. Bij de steniging van Stephanus is letterlijk Israël, geestelijk Israël geworden, de gelovigen in Christus (Galaten 3: 16, 26-29; Romeinen 2: 28-29; 9: 6-8). Het oude Verbond voor letterlijk Israël, is een nieuw Verbond voor het geestelijk Israël geworden. In de voorgaande profetieën zie je ook dat eerst letterlijke landen genoemd worden, Babylon, Medo-Perzië en Griekenland en dat dat na Christus veranderd in symbolen, hoornen, draken.
Dit betekent dus dat we de profetie en de landen na vers 29 symbolisch moeten nemen.
Wie is dan de koning van het Noorden?
Voor Christus is dat Babylon. Om Israël te kunnen aanvallen moest het een omweg maken rond de woestijn en viel het aan vanuit het noorden. Jeremia waarschuwde Israël hiervoor, Jer. 1: 13-15; 4: 6-7; 6: 1 enz.. Het symbool van Babylon is de rivier de Eufraat en die spoelt als een alles overspoelende rivier Israël binnen Jes.: 8: 7-8. Vergelijkbaar met overweldigende vloed in Dan 11: 40 van de symbolische koning van het noorden. Deze symbolische koning volgt Griekenland op en dat moet dan het Romeinse Rijk zijn, met daaruit volgend het pausdom. Voor deze bewering zijn meer redenen.
Vers 31 Strijdkrachten helpen hem. Militaire en geestelijke samenwerking. We zagen dat in de voeten van klei en leem en in Dan 11: 5 en 8: 24. Later in Openbaring 13 en 17 komen we de zelfde samenwerking ook weer tegen. 2 Thess. 2 verteld dat de mens der wetteloosheid toen al bestond, maar nog tegengehouden wordt, nl. het Romeinse Rijk. Maar na de val van dit rijk hielp Clovis met zijn legers het pausdom aan zijn macht. Samen ontheiligen zij het heiligdom en nemen het steeds terugkerend offer weg. In Dan. 8 is dit al besproken en dit komt ook weer terug in Openb. 11: 2. Het pausdom stelt zich in de plaats van het verzoenend werk van Jezus Christus in de hemel. Het steeds terugkeren offer grijpt symbolisch terug op het dagelijks offer dat gebracht werd in oud testamentische tijden. De Romeinenbrief legt duidelijk uit dat de dienst in het aardse heiligdom nu in de hemel plaatsvind, met Jezus als hogepriester. De verwoestende gruwel die opgesteld wordt is de grote hoeveelheid aan heidense gebruiken en symbolen die de kerk binnen komen. Jezus wijst hier ook op in Mat. 24: 15. Daar slaat het op de standaarden met hun symbool van hun goden daarop, die de Romeinen opstellen bij de belegering van Jeruzalem in 70 n.Chr.. Het is het symbool van het heidendom dat geëerd moet worden. Als dat symbool getoond wordt, zegt Jezus, vlucht dan. Symbolisch zal deze profetie van Jezus in de eindtijd volgens Openbaring de verplichte zondagviering zijn, maar dat is een studie apart van het boek Openbaring.
Met vleierijen en huichelarijen vergroot het zijn macht. Hij vervolgt de ware gelovigen gedurende de 1260 jaren op de meest gruwelijke manieren. Daartegenover staan zij die hun god kennen (vers 32). Het woord Yada voor kennen, heeft hier meer de betekenis, dat zij een persoonlijke relatie met Hem hebben. De beste vertaling van het einde van vers 32 is in de NBV21: Zij zullen zich met kracht verzetten. Met innerlijke kracht in een vast geloof.
Er zijn mensen die de ware boodschap proberen te brengen. Luther, Huss en andere hervormers. Voor de gelovigen is er gedurende de periode van vervolging hulp vanuit de gebieden waar de reformatie voet aan de grond gekregen heeft. Velen vluchten ook naar Noord Amerika, Openb. 12: 6.
Vers 35, De bijbel spreekt wel vaker dat vervolging, soms ook de functie heeft om de mens te louteren als goud dat zuiver gemaakt wordt in de oven. Ps. 12: 7; 66: 10; Jes. 1: 25; 48: 10, Zach. 13: 9, enz.. In Openb. 6: 9-11 lezen we over deze groep martelaren dat zij witte kleren kregen.
Tot het einde van de vastgestelde tijd (vers 35), het einde van de 1260 jaar. Tijdens die 1260 jaar gaat de koning van het Noorden zich te buiten aan godslasterlijkheden, zoals we ook al in Daniël 7 en 8 konden lezen. Zich verheffen boven God en verbonden aangaan met regeringen, en op den duur heeft hij zoveel macht dat hij landen zijn wil kan opleggen en landen (koloniën) kan toewijzen.
Vers 37, Hij zal niet letten op het verlangen van de vrouwen. Hoogstwaarschijnlijk slaat dit op het celibaat. Ook 1 Tim. 4: 3 spreekt over de afval dat zij verbieden om te trouwen.
Vers 40a, De tijd van het einde voor de koning van het Noorden is gekomen. Wanneer is de tijd van het einde? In vers 33 lezen we dat zijn regering is, dagen lang, namelijk de 1260 jaar. Deze eindigden in 1798. Toen de paus gevangen werd genomen. In Dan 12: 4 zegt Gabriël dat Daniël de woorden moet verzegelen tot de tijd van het einde. In Openb. 10: 9 wordt het boekje geopend. Een studie van Openbaring laat zien dat dit ook in de 17de eeuw plaatsvindt.
Maar Dan 11: 40b Vertelt dat de koning van het zuiden zich herstelt en de landen zal overspoelen. Openb. 13: 3 …maar zijn dodelijke wonde werd genezen. De volgende verzen noemen de diverse landen uit de toenmalig bekende wereld van Daniël. Maar zoals we dat eerder al gezien hebben, moeten we dit symbolisch zien. De koning van het Noorden, Babylon aan de rivier de Eufraat, het pausdom, krijgt zeggenschap over de gehele wereld. Samen met het kapitaal van de wereld, vers 43: ‘Hij zal heersen over de verborgen schatten van goud en zilver en al de kostbaarheden van Egypte’. Hier lezen we ook over in Openb. 17: 1-2, 15. Dat het pausdom achter de schermen invloed heeft op regeringen zien wij bijvoorbeeld in de val van het ijzeren gordijn in oost Europa, en een eerste herstel van betrekkingen tussen de VS en Cuba. Vers 41: ‘Hij zal het Sieraadland, (Israël) binnentrekken. Jezus vertelde de Samaritaanse vrouw dat na Pinksteren, de plaats van de tempel er niet meer toe doet, maar de plaats van aanbidding, dat is waar mensen God aanbidden. Dus het Sieraadland in de eindtijd is in de gemeente waar gelovigen bij elkaar komen. Jezus zegt dan ook: waar twee of drie bij elkaar komen in Mijn naam, daar ben Ik. Gelovigen, zegt Openbaring 12: 17, zijn zij die de geboden houden en het getuigenis van Jezus hebben. Het pausdom zal dus proberen invloed te krijgen op de ware gelovigen. De NBV21 heeft hier ook een betere vertaling door te schrijven dat velen (van de gelovigen) worden onderworpen. Jezus waarschuwt daar ook voor, Mat 24: 10-13, dat velen zullen struikelen in de eindtijd. Een grote verdrukking, ook in de kerk. Maar aan de andere kant zijn zullen er ook zijn die ontkomen (vers 41), ontvluchten, aan de misleiding en onderdrukking. Openbaring 14 zegt dan ook over Babylon: gaat uit van haar!
Moab en Edom, waren nakomelingen van Abraham, en dus broeders van Israël. Alleen waren zij de mist ingegaan. Vandaar de symbolische oproep, gaat uit van haar. Dit gaat gebeuren met grote kracht.
Vers 44: Geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem, de koning van het Noorden, schrik aanjagen.
In Joël 2: 23 wordt gesproken over de vroege en late regen die uitgestort zal worden. Regen is een symbool van de Heilige Geest. In Joël 2: 28-32 lezen we dan ook de uitwerking hiervan in visioenen en wondertekenen. Petrus refereert aan deze teksten in zijn rede op Pinksterdag (Handelingen 2: 14 – 21). Op Jezus was ook de Heilige Geest gekomen bij Zijn doop in de Jordaan. Door deze kracht kon Hij veel wonderen verrichten. Tegen de zeggingskracht van deze wonderen, die lieten zien dat Jezus de Messias is, konden de Farizeeërs niet op en deed hen besluiten om Hem te doden. Op Pinksterdag na de Hemelvaart van Jezus was dus een uitstorting van de Heilige Geest. Dit was dus de vroege regen van Joël 23. Als er een vroege regen is dan is er ook een late regen en wel in de eindtijd. Joël 2: 31: voor die dag van de Heere komt. Er zal dus in de eindtijd een grote uitstorting zijn van de Heilige Geest. Deze zal ook een dusdanige grote zeggingskracht hebben door de gelovigen dat de koning van het Noorden hier niet tegenop kan. Hij besluit dan, net als de Farizeeërs bij Jezus, dat ze dood moeten.
Uit het noorden. Wij hadden eerst geconcludeerd dat dit Israël, vanuit Egypte gezien, moest zijn, nu dus geestelijk Israël. Hij is zelf de koning van het Noorden. Als dus de geruchten uit het noorden komen, dan is dat ook uit zijn eigen gelederen. In Jezus leven zien we ook iets vergelijkbaars gebeuren. De tegenstanders van Jezus waren de Farizeeërs. Maar sommigen uit hun eigen gelederen stapten over naar de kant van Jezus. Ze waren overtuigd geraakt dat Jezus de Messias was. Voorbeelden zijn Nicodemus, die eerst in het geheim nog naar Jezus toe ging, en Jozef van Arimatea. Zo zal ook in de eindtijd, door de kracht van de Heilige Geest van de late regen, steeds meer mensen uit zijn eigen gelederen zich van hem afkeren. In Openbaring klinkt ook de stem die roept vanuit de hemel: Gaat uit van haar (uit Babylon). Mede een reden om voor eens en altijd een einde te maken aan de gelovigen.
Daardoor wordt hij nog grimmiger, vers 44, en slaat zijn tenten, zijn legers, op bij de berg van het heilige sieraad ( het geestelijk Jeruzalem, Israël) om hen te vernietigen. Maar op dat moment komt zijn einde. Hoe, lezen we in Daniël 12.